Laatste aanpassing op

Een goede warming-up voor een voetbal- of basketbalwedstrijd voorkomt blessures. Coaches zeggen het al sinds mensenheugenis, maar degelijk onderzoek op dit gebied is schaars.

Sport staat bol van de rituelen. Al jaren geleden is aangetoond dat ‘spieren oprekken’ voor en na training of wedstrijd geen effect heeft, niet op de spier zelf, niet op spierpijn, niet op de prestaties en niet op het aantal blessures, maar het blijft een onuitroeibaar ritueel voor iedereen die zijn sport serieus neemt.

En hoe zit het met de warming up in het algemeen? Is ook dat maar een ritueel zonder meetbare effecten? Heel veel onderzoek op dit gebied voldoet niet aan elementaire wetenschappelijke vereisten, maar in de Archives of Pediatric Adolescent Medicine verschijnt deze week een behoorlijk grondige studie naar het effect van een ‘neuromusculaire warming-up’. Dit is een normale warming up, maar met extra aandacht voor evenwichts-, coördinatie en en sprongoefeningen.

80 coaches van meisjes voetbal- of basketballteams op middelbare scholen in Chicago werden door het toeval ingedeeld in een interventie- of een controlegroep. De interventie-coaches kregen eerst zelf instructie in het geven van de warming-up, waarna ze beloofden die voor elke training en wedstrijd toe te passen bij hun teams.

De ‘controle’-coaches kregen geen instructie, maar beide groepen werd gevraagd nauwkeurig alle blessures van hun leerlingen te registreren gedurende het hele seizoen. Dit werd begeleid en gecontroleerd door onderzoeksassistenten die trainingen en wedstrijden regelmatig bezochten en coaches en pupillen ondervroegen over opgelopen blessures. Daaruit bleek ook, dat teams in de controlegroep ofwel geen warming up deden, of dat die niet meer om het lijf had dan wat rondjes joggen.

Per 1000 AE’s (athletic events: trainingen of wedstrijden) raakten in de controlegroep 4,2 meisjes geblesseerd, in de interventiegroep 1,8, een verschil dat statistisch ruimschoots significant was. Alle vier de blessures waarvoor meisjes onder het mes moesten, gebeurden in de controlegroep. Het leeuwendeel betrof blessures aan knieën en enkels.

Hoewel de interventie duidelijk effect had, is hiermee nog niet aangetoond dat dit specifiek is voor dit type neuromusculaire warming up. Vermoedelijk had de extra instructie van de coaches in de interventiegroep op hen een motiverend effect dat in het hele seizoen kan hebben doorgewerkt. Ook vertoont het onderzoek een vrijwel niet te vermijden manco vergeleken met, bijvoorbeeld, medicijnonderzoek: de proefpersonen in de interventiegroep weten allemaal dat ze in de interventie- en niet in de controlegroep zitten, omdat de coach de training op een opvallende manier aanpast.

Bij dit soort onderzoek is al vaak gebleken, dat welke merkbare interventie dan ook voor extra motivatie en gedragsverandering zorgt.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *