oefentherapieVeel Nederlanders met lichamelijke klachten kunnen zich in het dagelijks leven beter redden wanneer ze oefentherapie krijgen. Voor diverse aandoeningen is dat wetenschappelijk aangetoond, voor andere zijn de aanwijzingen sterk. Schadelijk lijkt oefentherapie nooit te zijn. Bij een enkele aandoening helpt oefentherapie niet, met name bij acute lage rugklachten. Gezien de over het algemeen zeer positieve effecten van oefentherapie, raadt de Gezondheidsraad aan de effectiviteit ook te onderzoeken voor aandoeningen waarvoor dat nog niet goed is gebeurd. Dit staat in een advies dat de Gezondheidsraad vandaag aanbiedt aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Oefentherapie wordt in Nederland steeds vaker voorgeschreven. In 1985 had nog maar 9,7 procent van de mensen contact met een fysiotherapeut; in 2002 was dat 17,2 procent. Ook de oefentherapeuten Mensendieck en Cesar zagen het aantal verwijzingen groeien. Onduidelijk was echter bij welke klachten oefentherapie bewezen effectief was, bij welke niet en bij welke aandoeningen de wetenschap nog een oordeel moest leveren. Een commissie van de Gezondheidsraad inventariseerde en analyseerde het beschikbare wetenschappelijke onderzoek naar de effectiviteit van oefentherapie bij een reeks aandoeningen die veelvuldig worden behandeld door oefentherapeuten en die een hoge ziektelast hebben. De belangrijkste conclusies zijn: Er zijn geen studies gevonden waarin is aangetoond dat oefentherapie schadelijk is. Oefentherapie is bewezen effectief voor patiënten met: taaislijmziekte, chronische obstructieve longaandoeningen (COPD), etalageziekte, claudicatio intermittens artrose van de knie, en subacute en chronische lage rugklachten.

Verder zijn er aanwijzingen dat oefentherapie effectief is bij patiënten met de ziekte van Parkinson, de ziekte van Bechterew, artrose van de heup, en bij patiënten die een beroerte hebben gehad. Bij alle hier genoemde aandoeningen is het volgens de commissie terecht dat patiënten vaak een verwijzing krijgen voor oefentherapie.  Voor patiënten met acute lage rugklachten is oefentherapie niet effectief. Deze behandelvorm zou volgens de commissie dan ook niet aan hen moeten worden voorgeschreven. Overigens is het wel goed wanneer mensen met dergelijke klachten actief blijven.

Onduidelijk is of oefentherapie helpt bij: reumatoïde artritis, schouderklachten, nekklachten, RSI, astma en bronchiëctasieën. Voor deze aandoeningen ontbreken methodologisch goed uitgevoerde onderzoeken. Gezien de veelal gunstige effecten van oefentherapie adviseert de commissie het onderzoek naar de effectiviteit van oefentherapie bij deze aandoeningen te intensiveren. Hierbij sluit de commissie aan bij het recente advies van de Raad voor Gezondheidsonderzoek over onderzoek op het gebied van fysiotherapie. De commissie die het advies opstelde, bestond uit de Werkgroep Oefentherapie en de Kerncommissie Medical Technology Assessment.

Bron: Gezondheidsraad

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *