Mensen met een bepaalde variant van het gen FTO hebben een verhoogde kans op ernstig overgewicht. Maar dit betekent niet dat ze ook echt dik hoeven te worden. Af en toe bewegen lijkt voldoende te zijn om de negatieve effecten van het gen voor een groot deel tegen te gaan.

Te dik? Het kan zijn dat dit deels komt doordat je een “obesitasgen” hebt. Maar wie zo’n gen heeft, is niet automatisch veroordeeld tot overgewicht. Je kunt de negatieve effecten van het gen zelf tegengaan.

Heb je overgewicht, en weet je dat je drager bent van een “obesitasgen”? Plof dan niet lui onderuit op de bank omdat je door dat gen toch niets aan je gewicht kunt doen. Juist als je zo’n “verkeerd” gen hebt, is lichaamsbeweging belangrijk, volgens een grote studie die deze week in PLoS Medicine staat. Beweging kan het negatieve effect van het gen zelfs voor een groot deel teniet doen.

De bijna honderd auteurs die meewerkten aan het artikel concluderen dit na een zogenoemde meta-analyse van 41 studies naar de relatie tussen het gen FTO, lichaamsactiviteit en gewicht (in de vorm van BMI). FTO is een van de bekendste “obesitasgenen”. Mensen die een “verkeerde” variant van dit gen in zich dragen, hebben grofweg anderhalf keer zo veel kans om ziekelijk overgewicht te ontwikkelen dan mensen met de “goede” variant van het gen.

Door die 41 eerdere studies op een hoop te gooien, konden de wetenschappers de gegevens van maar liefst 218.000 volwassenen van diverse geografische, sociale en etnische afkomst naast elkaar leggen. Nadat al die data was verwerkt, bleek dat mensen die regelmatig bewegen minder last hebben van het FTO-gen dan mensen die zelf aangeven dat ze eigenlijk zelden bewegen. Zij hadden nog steeds een 1,2 keer zo hoge kans op obesitas vergeleken met mensen met “goede” FTO-genen, maar deze kans was duidelijk lager dan bij mensen met “verkeerde” FTO-genen die een inactief leven leiden.

De belangrijkste conclusie die uit dit onderzoek getrokken kan worden, is volgens de auteurs dat mensen zich niet moeten laten ontmoedigen als blijkt dat ze een vervelend gen hebben. Artsen hebben in praktijk gemerkt dat mensen bij wie wordt vastgesteld dat ze de “foute” FTO-variant hebben, vaak ongezond gaan (of blijven) leven, omdat ze er toch niets aan kunnen doen dat ze te dik zijn of worden. Daar zorgt het gen wel voor.

Maar dit is dus stomweg niet waar. Je kunt wel degelijk zelf dingen doen om de negatieve gevolgen van het gen tegen te gaan. Zoals bewegen. Het is bovendien, als je op het bovengenoemde onderzoek afgaat, niet eens nodig om heel fanatiek te gaan sporten. Het ging binnen dit onderzoek alleen maar om het verschil tussen mensen die aan lichaamsbeweging doen, ongeacht in welke mate, en mensen die zelfs zelden tot nooit de trap of de fiets pakken.

De wetenschappers roepen in hun artikel bovendien de vraag op of het, met dit het achterhoofd, überhaupt nuttig is om te testen op zaken als “obesitasgenen”. Iets wat ook de Nederlands-Australische wetenschapper Lennert Veerman in een begeleidend stuk betwijfelt. Waarom zou je testen welk FTO-gen iemand heeft, als de kennis dat iemand de “verkeerde” variant heeft diegene alleen maar ten onrechte ontmoedigt?

Bron: www.wetenschap24.nl

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *