De Logica van Bewegen

NZE VISIE

Bewegen en gezondheid

We leven in een tijd waarin bewegen iets is geworden wat je plant, inroostert en afvinkt. Een uurtje sport op dinsdag, een wandeling in het weekend. Alsof bewegen een activiteit is die je erbij doet in plaats van iets wat verweven is met hoe je leeft.

Dat is een relatief nieuw fenomeen. En het heeft gevolgen die we onderschatten.


WAAR HET MISGAAT

Onze leefomgeving versus ons lichaam

Ons bewegingssysteem is geëvolueerd over honderdduizenden jaren. Een systeem dat gebouwd is voor variatie, voor dagelijks lopen over ongelijke terreinen, tillen, klimmen, hurken, dragen en gooien. Niet als sport maar als leven.

De leefomstandigheden vraagt daar nauwelijks nog om. We zitten meer dan ooit, bewegen eenzijdiger dan ooit en zijn verder verwijderd van de bewegingsvariatie waarvoor ons lichaam is ontworpen dan ooit tevoren.

Het gevolg is een wijdverbreide mismatch tussen hoe ons lichaam is ontworpen en hoe we het dagelijks gebruiken. En die mismatch is de kern van veel klachten die we als normaal zijn gaan beschouwen. Lage rugpijn, nekklachten, knieproblemen, een algeheel gevoel van stijfheid. Zelden het gevolg van ziekte of onvermijdelijke slijtage. Vaak een gevolg van een lichaam dat zich heeft aangepast aan te weinig en te eenzijdige beweging.


HOE HET LICHAAM WERKT

Adaptatie: je lichaam past zich altijd aan

Spieren, gewrichten en zenuwstelsel passen zich voortdurend aan wat je van ze vraagt. Dat is het principe van adaptatie.

Regelmatige en gevarieerde beweging leidt tot meetbare verbeteringen. Duurtraining vergroot de hartcapaciteit en het zuurstoftransport, verhoogt het aantal mitochondriën in spiercellen en maakt het energiemetabolisme efficiënter. Krachttraining leidt tot grotere en sterkere spiervezels, stevigere pezen en een scherper zenuwstelsel dat spieren beter aanstuurt. Botweefsel reageert op belasting door dichter en sterker te worden, een verschijnsel dat in de fysiologie bekend staat als de wet van Wolff.

In de praktijk betekent dit dat je bij dezelfde inspanning steeds beter gaat presteren. Boodschappen dragen wordt makkelijker. Traplopen kost minder moeite. Je staat stabieler op ongelijke ondergrond en herstelt sneller na een drukke dag.

Maar adaptatie werkt in beide richtingen. Wanneer prikkels uitblijven of altijd hetzelfde zijn past het lichaam zich in ongewenste richting aan. De spier die je niet gebruikt wordt kleiner en zwakker. Het gewricht dat altijd in dezelfde hoek zit verliest zijn beweeglijkheid. Het zenuwstelsel dat nooit wordt uitgedaagd wordt trager in zijn reacties.

Dit zijn voorspelbare gevolgen van een te beperkt bewegingsaanbod. En voorspelbare gevolgen zijn beïnvloedbare gevolgen.


WAT ER IN DE PRAKTIJK VERANDERT

Hoe bewegingsarmoede zich manifesteert

Negatieve adaptaties zijn sluipend. Ze ontwikkelen zich over maanden en jaren en worden lang niet als zodanig herkend.

Wie jarenlang veel zit ontwikkelt een verminderd vermogen om vanuit de heup te buigen. Daardoor buigt hij automatisch vanuit de rug wanneer hij iets optilt van de grond. De rug neemt een taak over die eigenlijk voor de heup en bilspieren bedoeld is. Op den duur leidt dat tot overbelasting en pijn, niet omdat er iets kapot is maar omdat het bewegingspatroon is verslechterd.

Wie de hele dag voorovergebogen achter een scherm zit en de armen nauwelijks boven schouderhoogte gebruikt verliest geleidelijk de stabiliteit en beweeglijkheid in de schoudergordel. Kleine taken zoals iets van een hoge plank pakken of een kind optillen worden daardoor zwaarder en gevoeliger voor klachten.

Wie weinig loopt op ongelijke ondergrond, weinig hurkt en weinig eenzijdig belast traint zijn balanssysteem nauwelijks. Dat systeem heeft prikkels nodig om scherp te blijven. Zonder die prikkels reageert het trager bij een misstap of een plotselinge beweging.


LEEFTIJD

Verbeteren is altijd mogelijk

Een veelgehoord misverstand is dat het lichaam op een bepaalde leeftijd niet meer verbetert. Onderzoek weerspreekt dat consequent. Ouderen behalen na een gericht weerstandsprogramma vergelijkbare relatieve krachttoenames als jongeren. Balans, mobiliteit en spierkracht zijn trainbaar tot hoge leeftijd, mits de belasting geleidelijk wordt opgebouwd en er aandacht is voor bewegingskwaliteit naast intensiteit. (3)

Wel verandert het lichaam met de jaren. Spiermassa neemt geleidelijk af als er geen prikkel is om haar te behouden. Het zenuwstelsel reageert iets trager, wat doorwerkt in reflexen en reactieve balans. Maar ook dit zijn aanpassingen die voor een belangrijk deel te beïnvloeden zijn.

Wie op zijn veertigste begint met gevarieerd en bewust bewegen heeft op zijn zestigste een aanzienlijk betere uitgangspositie dan wie wacht tot klachten hem daartoe dwingen. De investering betaalt zich uit in meer zelfstandigheid, minder blessures en een lichaam dat blijft doen wat je ervan vraagt.

WAT WIJ HIERAAN DOEN

Van inzicht naar actie

Onze visie is simpel. Een lichaam dat begrijpt hoe het beweegt en gevarieerde prikkels krijgt, is een lichaam dat gezond blijft. Niet door harder te trainen maar door slimmer te bewegen. Niet door afhankelijk te worden van een begeleider maar door zelf de regie te nemen.

Bij Gezond Bewegen vertalen we deze inzichten naar een praktische aanpak die aansluit bij hoe jij beweegt en wat jij nodig hebt. Niet met standaard programma's of vaste schema's maar met begeleiding die begint bij jouw situatie en toewerkt naar jouw zelfstandigheid.

Benieuwd hoe we dat in de praktijk doen?

Lees meer over onze werkwijze: https://www.gezondbewegen.nl/werkwijze


BRONNEN

(1) Yegian et al. (2021). Harvard University. Current Biology. https://news.harvard.edu/gazette/story/2021/10/progress-doesnt-always-mean-movement-says-harvard-study-of-daily-exercise/

(2) Wullems et al. (2024). Sedentary behaviour has an independent negative impact on skeletal muscle size and architecture. PLOS ONE. https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0294555

(3) Fragala et al. (2019). Resistance Training for Older Adults. Journal of Strength and Conditioning Research. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31343601/

(4) Hubal et al. (2005). Variability in muscle size and strength gain after unilateral resistance training. Medicine and Science in Sports and Exercise. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16010153/