Laatste aanpassing op

Klimmen op je ademhaling

,Adem langer uit, adem langer uit’ denk ik bij mezelf. Waarop een ander deel van mijn brein reageert met: ,Ach idioot, ga dan even lekker liggen, daar in de bocht zie ik een fijn plekje’ – dacht ik halverwege de 5 de klim.

Op 7 juni deed ik mee aan Alpe d’Huzes. Dit is een evenement waarbij je op één dag probeert om 6 x Alpe d’ Huez op te fietsen. Dit is natuurlijk loodzwaar en je probeert zo  geld in te zamelen voor het KWF. Het evenement is uitgegroeid tot het symbool van strijdvaardigheid tegen kanker. Door onmacht en verdriet te delen met 25.000 anderen merk je dat vreugde en strijdvaardigheid niet ver weg zijn. Alle deelnemers en vrijwilligers (duizenden) doen 7 juni hun uiterste best. Ik dus ook. Met mijn gewicht (57 kilo) en mijn verleden (15.000 fietskilometers per jaar) dacht ik dat het wel zou lukken. De eerste beklimming was het nog donker en lette ik vooral op mijn ademhaling. De tweede en derde keer ging het ook nog goed. Toen ik voor de vierde keer omdraaide in Bourg d’ Oisans om naar boven te fietsen naar de Alpe begon er toch een licht protest in mijn lijf (bovenbenen) en mijn brein (reptielenbrein). Halverwege de 5 de keer nam het protest grote vormen aan. Daar waar ik nog dacht ‘adem langer uit, adem langer uit‘ dacht mijn reptielenbrein ‘Ach idioot, ga dan even lekker liggen, daar in de bocht zie ik een fijn plekje’. De verschillen in mijn eigen brein waren groot. Mijn neo – cortex dacht aan alle vrijwilligers, toeschouwers, mijn eigen ego, het KWF en mijn ploeggenoten. Die wilde dus door, op naar de 6. Maar mijn reptielenbrein, die over het algemeen het beste met me voor heeft, wilde met een koud drankje ergens in het gras gaan liggen. Lekker met de ogen dicht, zolang het maar geen fietsen is.

Aart in de Tour

Mijn gedachten gingen ook uit naar Aart Vierhouten in de Tour van 1998. In ons boek Ik, de wielrenner staat het volgende stukje.

Tijdens een zware bergetappe in de Tour de France van 1998 moest Aart op de Croix de Fer, de eerste beklimming van de dag, lossen. Dit is een nachtmerrie van een wielrenner. In je eentje lossen op de eerste beklimming terwijl je weet dat het een loodzware dag wordt. De kans dat je na een lange lijdensweg buiten de tijdslimiet binnenkomt, is dan groot. Dus om het eufemistisch te zeggen, Aart baalde. Hij vervloekte eerst het peloton, daarna het publiek, de cameraman, zijn ploegleider en als laatste zichzelf. Zijn hartslag steeg en hij raakte verder achterop. Na een minuut of tien herpakte hij zichzelf. Alles en iedereen vervloeken heeft weinig zin en hij ging zich concentreren op langer uitademen. Hierdoor zakte zijn hartslag en hij vond een ritme. Op het ritme van zijn ademhaling reed hij terug naar de bus en hij reed de etappe binnen de tijdslimiet uit. ,,Op die dag realiseerde ik me  de kracht van mijn ademhaling” zei Aart daar later over.

En met deze anekdote van Aart probeerde ik halverwege klim 5 mijn uitademing te verlengen. Na een minuut of tien (en één bochtje verder) van protest gaf mijn reptielenbrein zich ook gewonnen. De 5de keer kwam ik boven en zelfs een zesde keer kon ik met mijn ademhaling als kompas naar boven fietsen.


Bocht 15, even zitten

Iedereen die mee deed: gefeliciteerd. Na tien dagen rust is het verrukkelijk om in Nederland gewoon te blijven fietsen, en rustig te ademen.

Tot volgend jaar.

Kiwi – Koen

Ps. Deed je ook mee met Alpe d’ Huzes? Laat weten wat jouw ademhaling deed op de beklimmingen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *