Berichten

, , , ,

Traploopweek tegen diabetes en overgewicht

Nationale TraploopweekMeer bewegen heeft flinke positieve gevolgen voor de gezondheid van werkend Nederland want het voorkomt diabetes type 2. Omdat traplopen  een van de beweegvormen is die makkelijk is in te passen in het werkende leven organiseren Diabetes Fonds en de campagne 30minutenbewegen van NISB de Nationale Traploopweek.

Zie de video van de Traploopweek.

Weetjes over traplopen en gezondheid:

  • Traplopen is makkelijk in te bouwen in de dagelijkse gang van zake en kan in korte tijdspannes plaatsvinden. 2 min traplopen heeft al een positief effect op de calorieverbranding. Dit gedurende de dag herhalen heeft een groot effect op gewicht, cholesterol, bloedglucose etc.
  • Met 30 minuten joggen en 15 min traplopen verbrand je hetzelfde aantal calorieën. Met traplopen verbrand je in korte tijd veel meer calorieën in vergelijking met joggen bijvoorbeeld.
  • Regelmatig dagelijks traplopen reduceert de kans op overlijden met 15%.
  • Verbranding: Ongeveer 10 Kcal per minuut = bijna 600 Kcal per uur (560 Kcal).
  • Als je je zorgen maakt over het verbranden van calorieën, is het antwoord: neem de trap! Door te trap te nemen in plaats van de lift verbrandt je 5 x zoveel calorieën.

De Traploopweek is vanuit het Diabetes Fonds gericht op preventie van diabetes type 2. Tijdens de actie vragen we aandacht voor het belang van bewegen in het dagelijks leven van mensen zonder en met diabetes. Vanuit NISB is de Traploopweek gericht op het stimuleren van meer bewegen bij werknemers. Met als doel de kans op overgewicht en obesitas te verminderen en de gezondheid, participatie en leefbaarheid van de werknemer te bevorderen.

Bron: Traploopweek 

 

 

,

Te weinig aandacht voor de rol van lichaamsactiviteit bij overgewicht

Steeds meer Nederlanders hebben last van overgewicht en lopen daardoor een verhoogd risico op het krijgen van diabetes en hart- en vaatziektes. Volgens Anton Scheurink, hoogleraar Neuro-endocrinologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, is er veel aandacht voor de relatie tussen eten en overgewicht, maar blijft de complexe invloed van lichaamsactiviteit onderbelicht.

Scheurink: ‘Als je kijkt naar onze energiebalans blijkt dat de hoeveelheid energie die we via voedsel opnemen niet zoveel is veranderd ten opzichte van de jaren vijftig.’ Volgens Scheurink is vooral ons energieverbruik veranderd. .’ Lichaamsactiviteit is volgens hem niet hetzelfde als sport. ‘Veel mensen denken gelijk aan sport als het over activiteit gaat, maar veel belangrijker is NEAT.’ NEAT (Non-Exercise Activity Thermogenesis) zijn alle fysieke en onbewuste inspanningen die je gedurende de dag doet. ‘Dat kan dus gaan om traplopen, staan in plaats van zitten, dat soort dingen.’

Lichaamsactiviteit

NEAT is heel persoonsgebonden en stabiel, en wordt gereguleerd door de hersenen. ‘Dat betekent dat als iemand aan sport gaan doen, dit gecompenseerd gaat worden door de hersenen via een afname van NEAT-activiteit.’ Bij kinderen is dit effect erg goed zichtbaar, blijkt uit een studie van Wilkins. ‘Hij heeft in Engeland gekeken naar de lichaamsactiviteit van kinderen die op een openbare school zitten, waar geen geld is voor sport, en kinderen op een particuliere school, waar ze acht uur per week sporten.’ Het blijkt dat er uiteindelijk geen verschil is in het totaal aan lichaamsactiviteit in een week. ‘Dat komt omdat de kinderen van openbare scholen actiever zijn in hun vrije tijd.’ Scheurink tekent daar gelijk bij aan dat sport niet nutteloos is. ‘Sport heeft allerlei voordelen, het verhoogt onder andere de insuline gevoeligheid en verkleint daarmee de kans op diabetes. Tevens geldt: jong geleerd is oud gedaan.’ Want volwassenen – die meestal niet zoveel vrije tijd hebben als kinderen om te bewegen – hebben veel baat bij sport.

Genen en aanleg

NEAT-activiteit verschilt van mens tot mens. De Amerikaanse onderzoeker Jim Levine heeft hier onderzoek naar gedaan. ‘Hij liet mensen duizend kilocalorieën per dag extra eten. Sommigen kwamen in korte tijd vele kilo’s aan. Anderen helemaal niet.’ Levine kwam erachter dat dit verklaard kan worden uit het feit dat de mensen die aankwamen heel weinig NEAT-activiteit hadden. Deze activiteit is persoonsgebonden en wordt bepaald door genen en aanleg.

Individuele adviezen

De bevindingen van bovengenoemde onderzoeken worden ondersteund door het dierexperimenteel onderzoek dat op het lab van Scheurink wordt uitgevoerd. ‘Dieren die je veel laat eten, gaan of meer bewegen, waardoor ze weer afvallen, of juist minder, waardoor ze erg snel aankomen.’ Tot welke groep een dier behoort, kan bepaald worden door te kijken naar specifieke hersenprocessen. Deze door Scheurink ontwikkelde methode wil hij ook op mensen gaan toepassen. ‘Dan kunnen we beter voorspellen op wat voor manier iemand het beste af kan vallen.’ Het ultieme doel van het onderzoek is een therapie te ontwikkelen die de NEAT-activiteit stimuleert. Volgens Scheurink maken al deze nieuwe wetenschappelijke inzichten duidelijk dat er meer aandacht moet komen voor de rol van lichaamsbeweging bij overgewicht: een rol die complexer en genuanceerder is dan tot nu toe gedacht.

Bron: www.rug.nl

, , , , , ,

Traplopen beter dan krachttraining

Ouderen die zo lang mogelijk thuis willen blijven wonen, kunnen beter de dagelijkse functies, zoals traplopen en opstaan uit een lage stoel trainen, dan algemene spierversterkende oefeningen doen. Dat blijkt uit onderzoek waarop bewegingstechnoloog Paul de Vreede vandaag promoveert aan de Universiteit Utrecht. De Vreede werkt in het Laboratorium voor Mobiliteit van de afdeling geriatrie van het Universitair Medisch Centrum Utrecht.

Mensen van boven de 60 jaar krijgen langzaam maar zeker problemen met dagelijkse handelingen als traplopen, boodschappen doen, schoonmaken, opstaan en zitten gaan. De Vreede: “De helft van de 85-plussers kan één of meer van die taken niet meer zelfstandig uitvoeren. Dat is niet goed voor hun kwaliteit van leven en ondermijnt hun zelfstandigheid.”

Ter preventie wordt vooral krachttraining aangeboden, zag De Vreede in de wetenschappelijke literatuur en dat is ook wat er vaak in de praktijk gebeurt: spierversterkende oefeningen die verder niets te maken hebben met dagelijkse bewegingen.

De Vreede: “Wij dachten dat de achteruitgang niet alleen wordt veroorzaakt door afnemende spierkracht, maar door waarnemen, hersenfuncties en spierbewegingen. Het samenspel is veel meer waard dan de spierkracht.”

Hij ontwikkelde een training op algemene dagelijkse vaardigheden, bijvoorbeeld op de trap. “In de eerste fase lieten we de deelneemsters aan ons onderzoek ergens op- of overheen stappen. Daarna oefenden we het op een trapje staan en iets uit een hoge kast pakken. Dat stelt al hogere eisen aan de coördinatie. Ten slotte lieten we meerdere mensen tegelijk op dezelfde trap oefenen en met een zware emmer. Of we lieten mensen samen een dienblad naar boven dragen.”

In De Vreedes onderzoek was er een groep van ruim 30 vrouwen van 70 tot 80 jaar die de functietraining kregen. Een bijna net zo grote groep kreeg een gebruikelijker spierkrachttraining met gebruik van halters, enkelgewichten en elastische banden. Daarnaast was er nog een controlegroep van vrouwen die geen training kregen. De training duurde drie maanden en werd driemaal in de week gegeven.

De 70-plussers die krachttraining kregen, waren weliswaar meetbaar sterker geworden, maar functioneerden in het dagelijks leven net zo goed als de controlegroep. De vrouwen die de functietraining kregen scoorden wel beduidend hoger op een test die algemene dagelijkse vaardigheden meet. Zes maanden na de training was de gewonnen spierkracht weer verdwenen, maar de resultaten van de functietraining waren nog duidelijk meetbaar.

Het Lab voor Mobiliteit van het UMC Utrecht is in gesprek met de beroepsvereniging van fysiotherapeuten voor het opzetten van cursussen voor trainers en van trainingsprogramma’s voor ouderen. Ook onderzoekt het financieringsmogelijkheden. Een artikel van De Vreede over dit onderzoek dat vorig jaar in het wetenschappelijke tijdschrift van de American Geriatric Society verscheen is door het American College of Physicians net uitgeroepen tot één van de tien belangrijkste artikelen van 2005 op geriatrisch gebied.

Bron: NRC