Berichten

,

Kamagon Core en stabiliteitstraining

Kamagon Ball
De Kamagon Ball is uniek op het gebied van instabiliteitstraining. De Kamagon Ball is gevuld met water en maakt gebruik van hydro-inertia technology . Hydro inertia technology gebruikt de traagheid van water als basis voor instabiliteit. Met de Kamagon Ball kunnen dezelfde oefeningen als een medicine ball en een kettlebell worden uitgevoerd. De handvatten aan beide zijde van de bal zorgen voor meer grip en biedt extra mogelijkheden voor oefeningen. De Kamagon Ball heeft een vast formaat en kan tot maximaal 20 liter worden gevuld. De bal is leverbaar diverse kleuren.

De kamagon ball is effectief bij revalidatie en therapie bij rug, nek en schouderklachten.

Kamagon Ball kopen
Bekijk de aanbieding >>

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zie ook onderstaande Kamagon video waarin met een training van de buikspieren:
httpv://youtu.be/gKJhby8w5d0

, , ,

Trainen voorafgaand aan operatie bevordert herstel

woman doctor wears medical gloves

Broze patiënten die op de wachtlijst staan voor een grote operatie, moeten voorafgaand aan de ingreep gaan trainen. Dan gaan ze zo’n operatie fitter in en komen ze er beter uit, met minder complicaties en minder sterfte. Elk jaar scheelt dat vele tientallen miljoenen aan zorgkosten. Het idee is ontwikkeld en doorgerekend door TNO.
Het heet Better In, Better Out en is vandaag gepresenteerd aan zorgverleners en zorgverzekeraars.

In Nederland worden elk jaar meer dan 500.000 mensen in het ziekenhuis geopereerd. Onder hen zijn 100.000 zogeheten fragiele patiënten, doorgaans oude, zwakke mensen. Bij eenderde van hen doen zich na de operatie complicaties voor, vooral door de stress die het lichaam ondergaat bij zo’n ingreep.

Afspraak
Bij het begin van de behandeling maakt de dokter een afspraak met de patiënt: in plaats van rustig thuis af te wachten en zich te ontzien, moet hij juist een belangrijke eigen bijdrage leveren aan zijn genezing door veertien dagen voor de operatie goed te trainen. Op aanwijzing van een fysiotherapeut doet de patiënt dagelijks oefeningen, waardoor zijn algehele conditie sterk verbetert. Trainen moet niet worden opgevat als “met gewichten in de sportschool “, maar als gerichte oefening met bezigheden in de dagelijkse praktijk. Doorgaans dingen waartoe ze zich niet meer in staat achtten, zoals traplopen met een emmer.

Fitter
Gert van den Heuvel moet binnenkort een zware longoperatie ondergaan en is daarom nu al aan het trainen. “Anders zit je maar een beetje te hangen en nu ga je echt je longen in beweging brengen. Er is me verteld dat ik hierdoor beter uit de operatie kom en daarom doe ik mijn uiterste best om alle oefeningen te doen.”

Fysiotherapeut Bert Strookappe van Ziekenhuis Gelderse Vallei vult aan: “Deze meneer traint nu zijn ademspierkracht. Dat maakt uiteindelijk de kans op longcomplicaties na zo’n grote operatie beduidend kleiner. En vaak zie je ook mensen beter herstellen na zo’n operatie, het herstel wordt in ieder geval niet vertraagd”.

De pilots die tot nu toe in verschillende ziekenhuizen zijn gehouden, geven aan dat meer dan 95 procent van de deelnemers fitter is geworden. De patiënten zijn daardoor ook veel beter uit de operatie gekomen. Ze herstellen beter en hebben minder complicaties dan de patiënten die de training niet hebben gedaan.

Besparing
Volgens de directeur van TNO Zorg Nico van Meeteren kan met een eenmalige investering van 28 miljoen euro een besparing van 75 miljoen euro per jaar worden bereikt. “En dat is een zeer conservatieve schatting, die alleen betrekking heeft op de specialismen waar we nu ervaring mee hebben.”

De aanpak volgens het Better In, Better Out-principe is tot nu toe getest bij operaties aan hart, longen, maag-darmstelsel en bij orthopedische ingrepen met kunstheupen en kunstknieën.

De investering is nodig voor verder onderzoek en de verdere ontwikkeling van een netwerk waarin artsen en fysiotherapeuten samenwerken.

Bron: NOS

 

, , , ,

Darmen spelbreker bij sporten

Maar liefst 51% van de Nederlanders heeft regelmatig last van darmklachten. Dit blijkt uit een onderzoek in opdracht van VSM. Vrouwen gaven met 62% aan vaker last te hebben dan mannen (42%). Mediaxplain Research onderzocht in opdracht van VSM bij 2534 Nederlanders naar mogelijke darmproblemen en de gevolgen daarvan. Borrelende buiken, buikpijn, een opgeblazen gevoel, problemen met ontlasting en verstopping zijn de meest voorkomende darmklachten. Uit het onderzoek bleek dat sporten in de top 3 staat van activiteiten die absoluut worden vermeden bij deze klachten. Ook sociale activiteiten worden het liefst afgezegd.

Darmklachten worden vaak veroorzaakt door een ongezonde levensstijl. De grootste boosdoeners zijn: eenzijdige en vezelarme voeding, onvoldoende drinken, weinig lichaamsbeweging en antibiotica kuren. Deze veroorzaken een overschot aan ongunstige bacteriën in onze darmen waardoor perikelen kunnen ontstaan.

Tips voor voeding bij darmklachten

Darmklachten zijn eenvoudig te verminderen door uw voedingspatroon aan te passen.

  • Sla geen maaltijd over, ook niet het ontbijt. Verstoring van de regelmaat kan darmklachten verergeren.
  • Beweeg minimaal een half uur per dag. Regelmatige beweging kan obstipatie (verstopping) voorkomen.
  • Eet voldoende voedingsvezels. Voedingsvezels komen voor in de vliesjes van plantaardige producten zoals graan, fruit of peulvruchten. Ze bestaan in twee varianten: oplosbare voedingsvezels en onoplosbare voedingsvezels. Oplosbare voedingsvezels binden het vocht in de ontlasting. Dit vergemakkelijkt de stoelgang. Onoplosbare voedingsvezels verlagen de druk in de darmen waardoor darmkrampen minder erg worden. De beste bronnen van voedingsvezels zijn volkoren brood, zilvervliesrijst, peulvruchten, ongeschild fruit en noten.
  • Mijd bij voorkeur de volgende voeding wanneer u last heeft van uw darmen: koolzuurhoudende dranken, onrijp fruit, prei en uien en voorgeproduceerd voedsel met weinig vezels zoals fast food.

 

 

, , , ,

Ademhaling en (top)sport

Het is een mooi beeld uit de documentaire ‘Niemand kent mij’ van Geertjan Lassche over Thomas Dekker. Gerrie Kneteman is bondsoach en roept zijn pupil Thomas Dekker vanuit de ploegleiderswagen toe:

,,Goed uitademen, dan komt die inademing vanzelf”

Kneteman roept het Dekker toe als hij bezig is met het WK – tijdrijden. Goed uitademen, we horen het Kneteman zeggen maar we krijgen niet te horen wat dan een goede uitademing is. Vermoedelijk bedoelt ook Kneteman dat wat langer uitademen goed is om daarmee zuiniger met je energie om te springen. Afgelopen week mocht ik op uitnodiging van het NOC/NSF een uur lang praten over ademhaling. De sporters, in de categorie aangepast wielrennen, luisterden aandachtig en samengevat kwam mijn betoog hierop neer: adem langer uit. Bewust langer uitademen is echter niet alleen op de fiets een goed instrument.

Tennis en ademhaling

Ook bij tennissers is langer uitademen een punt van aandacht. Zie het filmpje hieronder van Andy Roddick. Voor tennisliefhebbers een mooi filmpje. Voor liefhebbers van ademen is het een nog mooier filmpje. Klik op het filmpje van 27 seconden.

Roddick moet op deze ademhaling getraind hebben. De meeste sporters zetten onbewust hun ademhaling vast als ze kracht zetten. Zoveel kracht zetten als Roddick, hij heeft de hardste service, en dan toch uitademen op je service kan alleen door te trainen.

Focus of energiebesparing

Aandacht voor je ademhaling zorgt ervoor dat je de aandacht naar je eigen lichaam brengt. Externe prikkels zoals, publiek, de geldprijs, de ruzie met je vriend of een naderend ontslag verliezen (tijdelijk) hun waarde door bewust op je ademhaling te letten. Roddick kan goed serveren. Als er miljoenen mensen mee kijken en je mogelijk een groot geldbedrag kan winnen is het dus belangrijk om je daardoor niet te laten afleiden. Gewoon goed serveren, da’s alles. Door je aandacht naar je ademhaling te brengen kun je zowel tijdens een training als op matchpoint in een belangrijke wedstrijd goed serveren.

Voor de wielrenner is er meer aan de hand. Focus is goed, maar rustiger ademen betekent ook minder energie aanspreken. En hoe harder je kunt fietsen bij dezelfde hartslag en ademhaling hoe beter.

Wij verwachten dat er in elke sport een belangrijke rol voor ademhaling kan zijn. Welke sport doe jij? En welke rol speelt ademhaling bij jouw sport?

We horen het graag.

,

Lichaamsbeweging kan je DNA veranderen

Dat bewegen gezond is, is niets nieuws. Maar lichamelijke activiteit kan ook je DNA veranderen en wel in gunstige zin. Een 20 minuten durende training is daarvoor zelfs al voldoende.

Juleen Zierath, hoogleraar fysiologie aan het Karolinska Instituut in Stockholm, beschrijft de vroege veranderingen die spiercellen ondergaan als je voor het eerst naar de sportschool gaat.

Een groep van 14 jonge mannen en vrouwen die relatief weinig beweging kregen, werden gevraagd om op een hometrainer te fietsen terwijl hun maximale activiteitsniveau werd gemeten. Ze stonden ook onder lokale verdoving een stukje spierweefsel af van hun dijbeenspier, 1 keer voor de training en 1 keer 20 minuten na de training.

De onderzoekers vergeleken de actviteit van een reeks spiergerelateerde genen voor en na de lichamelijke inspanning. Na de training werden meer genen ‘aangezet’ en de DNA-methylering (chemische stoffen die zich binden aan genen, die daardoor niet goed meer functioneren) verminderde aanzienlijk. Dat heeft voor gevolg dat je spieren meteen hun werk kunnen doen, meer zuurstof opnemen en sneller groeien. Hoe intenser de training, hoe minder methylgroepen er gevormd werden.

Het geeft ook aan dat je genen geen vaststaand gegeven zijn, maar aan invloeden vanuit de omgeving onderhevig zijn.

Bron: Welingelichte Kringen

, ,

Theraband oefenband

Theraband oefenband:
De theraband oefenband is een elastische band waarmee u talloze oefeningen kunt doen. Regelmatige oefening vergroot de kracht van spieren en stabiliteit in gewrichten. De theraband oefenband is geschikt voor het oefenen van armen, schouders, rug, borst, bovenbenen en bilspieren als onderdeel van thuis fitness of therapie. De Theraband oefenband is zeer geschikt om zelfstandig te trainen voor het verbeteren van conditie, kracht en stabiliteit en wordt door veel fysiotherapeuten en oefentherapeuten gebruikt ter ondersteuning van training en therapie.

Oefenballen van Theraband bieden een extra veiligheidsmarge bij het doen van core- buikspieroefeningen, rugoefeningen en in toepassingen voor revalidatie, thuisfitness training en therapie. Het speciale materiaal voorkomt plotseling barsten wanneer de bal met een scherp voorwerp in aanraking komt.
Theraband oefenballen zijn opblaasbare ballen die gebruikt worden voor kracht, core en balanstraining.
De Theraband oefenbal is leverbaar in 5 maten om een individuele aanpassing aan de lichaamslengte mogelijk te maken.
Bij medewerkers die langdurig moeten zitten en last hebben van rugpijnkan een oefenbal een welkome afwisseling zijn op een bureaustoel.

Lees meer over de verschillende produkten

[display_multi store=”3″]

 

 

, , , , , ,

Bewegen levert bijna helft meer kracht op voor 90-jarigen

Ook mensen op hoge leeftijd kunnen door bewegen 40 procent van hun kracht terugkrijgen. Dat heeft bijzonder hoogleraar Fysiologie van Inspanning Luc van Loon vandaag gezegd in zijn intreerede aan de Universiteit van Maastricht. ‘Zelfs voor 90-jarigen loont het om in beweging te komen,’ aldus de hoogleraar.

‘Waarom laten ze mensen niet gezamenlijk in de ochtend naar het televisieprogramma Nederland in Beweging kijken. Dan kan iedereen gezamenlijk ochtendgymnastiek doen. Of waarom organiseren ze geen gezamenlijke wandelingetjes. Als mensen voelen dat ze sterker worden, en meer dingen zelf kunnen, worden ze ook nog eens gelukkiger.’

Als mensen niet meer bewegen, verliezen ze spiermassa en dus kracht. Daarbij stijgt het risico op overgewicht en diabetes. Ook al denken ouderen zelf dat ze niet meer kunnen trainen, gymmen of bewegen, de werkelijkheid is vaak anders, zegt Van Loon: ‘Ook in een rolstoel kun je bewegen. Ouderen kunnen veel meer dan ze denken, ook al zie je niet goed meer, of heb je andere mankementen.’

De overheid zou instellingen voor ouderenzorg moeten aanmoedigen beweging en sport op de agenda te zetten, vindt de hoogleraar.

Bron: VK.nl

 

, , , , ,

Warming-up helpt echt

Een goede warming-up voor een voetbal- of basketbalwedstrijd voorkomt blessures. Coaches zeggen het al sinds mensenheugenis, maar degelijk onderzoek op dit gebied is schaars.

Sport staat bol van de rituelen. Al jaren geleden is aangetoond dat ‘spieren oprekken’ voor en na training of wedstrijd geen effect heeft, niet op de spier zelf, niet op spierpijn, niet op de prestaties en niet op het aantal blessures, maar het blijft een onuitroeibaar ritueel voor iedereen die zijn sport serieus neemt.

En hoe zit het met de warming up in het algemeen? Is ook dat maar een ritueel zonder meetbare effecten? Heel veel onderzoek op dit gebied voldoet niet aan elementaire wetenschappelijke vereisten, maar in de Archives of Pediatric Adolescent Medicine verschijnt deze week een behoorlijk grondige studie naar het effect van een ‘neuromusculaire warming-up’. Dit is een normale warming up, maar met extra aandacht voor evenwichts-, coördinatie en en sprongoefeningen.

80 coaches van meisjes voetbal- of basketballteams op middelbare scholen in Chicago werden door het toeval ingedeeld in een interventie- of een controlegroep. De interventie-coaches kregen eerst zelf instructie in het geven van de warming-up, waarna ze beloofden die voor elke training en wedstrijd toe te passen bij hun teams.

De ‘controle’-coaches kregen geen instructie, maar beide groepen werd gevraagd nauwkeurig alle blessures van hun leerlingen te registreren gedurende het hele seizoen. Dit werd begeleid en gecontroleerd door onderzoeksassistenten die trainingen en wedstrijden regelmatig bezochten en coaches en pupillen ondervroegen over opgelopen blessures. Daaruit bleek ook, dat teams in de controlegroep ofwel geen warming up deden, of dat die niet meer om het lijf had dan wat rondjes joggen.

Per 1000 AE’s (athletic events: trainingen of wedstrijden) raakten in de controlegroep 4,2 meisjes geblesseerd, in de interventiegroep 1,8, een verschil dat statistisch ruimschoots significant was. Alle vier de blessures waarvoor meisjes onder het mes moesten, gebeurden in de controlegroep. Het leeuwendeel betrof blessures aan knieën en enkels.

Hoewel de interventie duidelijk effect had, is hiermee nog niet aangetoond dat dit specifiek is voor dit type neuromusculaire warming up. Vermoedelijk had de extra instructie van de coaches in de interventiegroep op hen een motiverend effect dat in het hele seizoen kan hebben doorgewerkt. Ook vertoont het onderzoek een vrijwel niet te vermijden manco vergeleken met, bijvoorbeeld, medicijnonderzoek: de proefpersonen in de interventiegroep weten allemaal dat ze in de interventie- en niet in de controlegroep zitten, omdat de coach de training op een opvallende manier aanpast.

Bij dit soort onderzoek is al vaak gebleken, dat welke merkbare interventie dan ook voor extra motivatie en gedragsverandering zorgt.

, ,

Spiertraining verjongt spieren

Twee keer per week de spieren trainen, zorgt niet alleen voor sterkere, maar ook voor ‘jongere’ spieren, zo blijkt uit onderzoek bij 65-plussers door McMaster University Medical Centre in Hamilton (Canada).

Analyse van de spieren na een oefenprogramma van 2 keer één uur per week gedurende 6 maanden, wees uit dat de spiercellen even actief waren als de spieren van 20-jarigen. Voor het oefenprogramma waren de 65-plussers gemiddeld 59% minder sterk dan de jongeren. Na het trainingsprogramma was dat gedaald tot 38%.

Bron: gezondheid.be
(14 juni 2007)

 

, ,

Korte warming up veel effectiever

BAARN – Over een warming up zijn de meningen verdeeld. Veel coaches en bewegingsexperts zijn van mening dat een lange warming up de prestatie verbetert. Nu blijkt echter dat een korte warming up veel effectiever is.

“Veel sprinters, korte afstand schaatsers en fietsers zijn zeker een uur bezig met de warming up voordat ze aan de start verschijnen.”, vertelt onderzoeker Elias Tomaras van de University of Calgary. “Dit leek mij altijd behoorlijk vermoeiend.”

Onderzoek
Tijdens zijn onderzoek vergeleek Tomaras een standaard warming up met een kortere experimentele warming up. Hij sprak met verschillende coaches en atleten om zo goed mogelijk te bepalen wat een standaard warming up was. Uiteindelijk kwam hij tot een warming up van 50 minuten op een intensiteit die varieerde van 60 tot 95 procent van de maximale hartslag.

Veel coaches en bewegingswetenschappers zijn van mening dat een langere warming up leidt tot een hogere temperatuur in de spieren, een versnelde opname van zuurstof, een vergroot anaerobe (zonder zuurstof) metabolisme en een vergroting van de spierfunctie als er veel kracht geleverd moet worden. Weinig onderzoek laat echter zien wat de invloed is van een langere warming up op de daadwerkelijke prestatie.

Resultaatet onderzoek van Tomaras toont dat een kortere warming up van ongeveer 15 minuten leidt tot een betere prestatie dan een warming up van 50 minuten. Na de kortere warming up waren de spieren beduidend minder vermoeid en was de piekkracht ruim 6 procent hoger.Voor een topatleet is een verbetering van 6 procent aanzienlijk.”, legt Tomaras uit. “Op basis van dit onderzoek zou ik atleten dan ook adviseren om zich voortaan korter en minder intensief voor te bereiden op een wedstrijd.”

Bron: www.Gezondheidsnet.nl