Berichten

, ,

Beweging vormt kern bij zelfzorg

Oefenband

Met de titel ’It’s up to you!’ van zijn lectorale rede richtte Bart Visser zich naar eigen zeggen vooral aan zijn studenten. Zij spelen volgens hem een belangrijke rol in de gezondheidszorg van de toekomst. Visser hield zijn rede gistermiddag in het Kohnstammhuis. Sinds 2010 is hij aan de HvA werkzaam als opleidingsmanager bij oefentherapie Mensendieck en in 2011 werd hij tevens benoemd tot lector oefentherapie.

Beweging
De voeten van de HvA; zo noemde domeinvoorzitter Rien de Vos zijn domein Gezondheid voorafgaand aan Vissers rede. ‘Een stevige basis waarop de rest kan rusten. En bovendien datgene dat alles in beweging zet.’ Ook Visser benadrukte in zijn rede het belang van het beweging. Wanneer mensen immers in beweging worden gebracht en gehouden, kunnen ze zelf zorg blijven dragen voor hun eigen gezondheid. ‘Met alleen extra handen aan het bed kunnen we de problemen in de zorg niet oplossen,’ aldus Visser. ‘Daarom is de opgave van de gezondheidszorg te komen tot burgers die de regie nemen over hun eigen gezondheid.’ Of, om zoals hij het kort samenvatte in een viertal aanbevelingen: doe het zelf, doe het thuis, doe het met nieuwe techniek en doe het kosteneffectief.

Oefentherapie kan daarin een belangrijke rol spelen, betoogde Visser. In tegenstelling tot fysiotherapie en ergotherapie, richt oefentherapie zich vooral op de activiteiten zelf. Zodat niet alleen wordt ingegrepen bij complicaties, maar ook gezorgd wordt dat het dagelijkse, op het oog probleemloze bewegen, daadwerkelijk probleemvrij blijft. Bijvoorbeeld door bij ouderen in te zetten op valpreventie, zodat zij letterlijk in beweging kunnen blijven en daardoor ook andere kwalen voorkomen.

Onderzoek
Visser gaf na afloop aan dat hij het als zijn grootste uitdaging ziet zijn onderzoek ook daadwerkelijk een onderdeel van de onderwijspraktijk te laten zijn. ‘Met het theoretische deel lukt dat al erg goed. De komende tijd willen we ook de zogenaamde academische werkplaats, waar we patiënten behandelen en het onderzoek in de praktijk plaatsvindt, een nadrukkelijker onderdeel van het onderwijs maken.’

Bron: Foliaweb

 

, , ,

Minder klachten knieartrose door sterke spieren

Het versterken van de bovenbeenspieren is cruciaal om de klachten van knieartrose te verminderen, ook bij mensen met instabiele knieën. Dat blijkt uit afgerond onderzoek naar een nieuwe methode van oefentherapie door drs. Jesper Knoop. Daarnaast blijkt oefentherapie ook bij ernstige knieartrose goed te werken. Hierdoor kan een operatie voor een nieuwe knie eventueel worden uitgesteld.

Bewegingswetenschapper en fysiotherapeut drs. Jesper Knoop van Reade in Amsterdam begon in 2009 met steun van het Reumafonds zijn onderzoek naar de methode STABILO. ‘STABILO is gericht op het goed stabiel houden van de knie tijdens de oefeningen en in het dagelijks leven. Ik heb onderzocht of mensen met knieartrose die soms door de knie zakken, meer baat hebben bij oefentherapie die eerst de stabiliteit traint en daarna pas spierkracht.’

Twee groepen
In totaal deden 159 mensen met knieartrose mee aan het onderzoek naar de nieuwe oefentherapie. ‘Die mensen hebben we onderverdeeld in twee groepen’, legt drs. Knoop uit. ‘Een groep volgde de STABILO-methode, de andere groep volgde de reguliere methode. Bij STABILO leren mensen beter  te voelen wat er in hun knie gebeurt wanneer ze bewegen. Dat gebeurt bijvoorbeeld door mensen voor een spiegel oefeningen te laten doen.’

Niet teleurgesteld
Uit de verzamelde gegevens van de deelnemers blijkt dat STABILO niet beter is dan de reguliere oefentherapie. ‘Dat lijkt misschien teleurstellend’, aldus Knoop, ‘maar dat is het niet. Oefentherapie bleek bij patiënten in beide groepen net zoveel goede effecten te hebben. We dachten dat patiënten met instabiele knieën een specifieke behandeling nodig zouden hebben. Dit blijkt bij de meeste patiënten niet nodig te zijn.

Niet teleurgesteld
Uit de verzamelde gegevens van de deelnemers blijkt dat STABILO niet beter is dan de reguliere oefentherapie. ‘Dat lijkt misschien teleurstellend’, aldus Knoop, ‘maar dat is het niet. Oefentherapie bleek bij patiënten in beide groepen net zoveel goede effecten te hebben. We dachten dat patiënten met instabiele knieën een specifieke behandeling nodig zouden hebben. Dit blijkt bij de meeste patiënten niet nodig te zijn.’

Bovenbeenspieren
Het onderzoek van Knoop naar oefentherapie heeft duidelijk gemaakt dat het versterken van de bovenbeenspieren heel erg belangrijk is om minder klachten bij knieartrose te hebben. ‘Beide oefengroepen gaan er gemiddeld 40% op vooruit op pijn en zo’n 30% op functioneren in het dagelijks leven. Opvallend is ook dat de stabiliteit van de knie in beiden groepen evenveel verbetert. Uit ons onderzoek blijkt dat het versterken van de bovenbeenspieren cruciaal is voor het verminderen van pijn, voor beter functioneren én voor het stabieler worden van de knieën.’

Mild én ernstig
Uit het STABILO-onderzoek kwam nog meer verheugend nieuws. Het blijkt dat oefentherapie net zo goed werkt bij mensen met hele milde artrose als mensen met heel ernstige knieartrose. Dat is hoopgevend voor mensen voor wie een nieuwe knie de enige uitweg lijkt om van de ernstige klachten af te komen. ‘Ik weet van een aantal deelnemers dat zij een nieuwe knie hadden kunnen krijgen van hun orthopeed, maar besloten om eerst deel te nemen aan het STABILO-onderzoek’, vertelt Knoop. ‘Ook bij zulke mensen kan oefentherapie dus nog helpen en daarmee een operatie uitstellen.’

Zelf verder trainen
De oefenprogramma’s die de deelnemers volgden, bestonden uit oefeningen die in de richtlijn van fysiotherapeuten worden voorgeschreven. Naast spierversterkende oefeningen en functionele oefeningen zoals het oefenen van lopen, traplopen en gaan zitten op een lage bank werd ook de conditie getraind en krijgen patiënten voorlichting over artrose. ‘Omdat de oefeningen over het algemeen gemakkelijk uit te voeren zijn, kunnen mensen goed zelfstandig verder trainen. We zagen in dit onderzoek dat deelnemers ook na het onderzoek trouw doorgingen met oefenen, omdat ze merkten dat het hielp. Doorgaan met oefenen is heel belangrijk om de klachten blijvend te verminderen’, besluit Knoop.

Nieuwe onderzoeken
Bij Reade lopen een aantal nieuwe onderzoeken naar artrose. Lees hier over deze en andere wetenschappelijke onderzoeken waaraan mensen met een vorm van reuma kunnen meedoen

Bron: Reumafonds

, ,

Bewegingsmeting nu voor iedereen bereikbaar

Om patiënten met bewegingsstoornissen goed te kunnen behandelen is het belangrijk om hun bewegingen precies te kunnen meten. Josien van den Noort onderzocht systemen die bewegingsmeting in ieder ziekenhuis, revalidatiecentrum of fysiotherapiepraktijk mogelijk maken. Van den Noort promoveert op 27 oktober bij VUmc.

 

Tot nu toe konden bewegingsmetingen alleen in een speciaal bewegingslaboratorium worden uitgevoerd. Vaak is zo’n duur en complex bewegingslaboratorium, met camera’s en in de grond gebouwde krachtmeters, echter niet voorhanden. Met ambulante systemen kunnen de metingen door elke zorgverlener op iedere gewenste plek worden gedaan. Van den Noort heeft haar onderzoek uitgevoerd bij kinderen met cerebrale parese (spasticiteit) en volwassenen met knieartrose (gewrichtsslijtage).

Bij ambulante bewegingsmetingen wordt gebruik gemaakt van kleine sensoren en speciale schoenen, zoals inertiaal-sensoren en krachtschoenen. Inertiaal-sensoren zijn kleine lichtgewicht doosjes (ter grootte van lucifersdoosjes) die op het lichaam worden aangebracht en de beweging (gewrichtshoeken) registreren. Krachtschoenen zijn orthopedische schoenen met aan de onderkant twee krachtsensoren die tijdens het lopen de kracht onder de voet opmeten.

In haar proefschrift laat Van den Noort zien dat inertiaal-sensoren het meten van gewrichtshoeken tijdens spasticiteittesten bij kinderen met cerebrale parese verbeteren. De sensoren meten daarnaast nauwkeurig de gewrichtshoeken tijdens looptaken bij deze kinderen. Bovendien zijn inertiaal-sensoren en krachtschoenen nauwkeurige meetinstrumenten voor het meten van de kniebelasting bij patiënten met knieartrose.

Een bewegingsmeting van patiënten is via deze ambulante systemen bereikbaar voor iedere zorgverlener, waardoor betere besluiten rondom revalidatie van patiënten kunnen worden genomen.

Om patiënten met bewegingsstoornissen goed te kunnen behandelen is het belangrijk om hun bewegingen precies te kunnen meten. Josien van den Noortonderzocht systemen die bewegingsmeting in ieder ziekenhuis, revalidatiecentrum of fysiotherapiepraktijk mogelijk maken. Van den Noort promoveert vandaag bij VUmc.Tot nu toe konden bewegingsmetingen alleen in een speciaal bewegingslaboratorium worden uitgevoerd. Vaak is zo’n duur en complex bewegingslaboratorium, met camera’s en in de grond gebouwde krachtmeters, echter niet voorhanden. Met ambulante systemen kunnen de metingen door elke zorgverlener op iedere gewenste plek worden gedaan. Van den Noort heeft haar onderzoek uitgevoerd bij kinderen met cerebrale parese (spasticiteit) en volwassenen met knieartrose (gewrichtsslijtage).

Bij ambulante bewegingsmetingen wordt gebruik gemaakt van kleine sensoren en speciale schoenen, zoals inertiaal-sensoren en krachtschoenen. Inertiaal-sensoren zijn kleine lichtgewicht doosjes (ter grootte van lucifersdoosjes) die op het lichaam worden aangebracht en de beweging (gewrichtshoeken) registreren. Krachtschoenen zijn orthopedische schoenen met aan de onderkant twee krachtsensoren die tijdens het lopen de kracht onder de voet opmeten.

In haar proefschrift laat Van den Noort zien dat inertiaal-sensoren het meten van gewrichtshoeken tijdens spasticiteittesten bij kinderen met cerebrale parese verbeteren. De sensoren meten daarnaast nauwkeurig de gewrichtshoeken tijdens looptaken bij deze kinderen. Bovendien zijn inertiaal-sensoren en krachtschoenen nauwkeurige meetinstrumenten voor het meten van de kniebelasting bij patiënten met knieartrose.

Een bewegingsmeting van patiënten is via deze ambulante systemen bereikbaar voor iedere zorgverlener, waardoor betere besluiten rondom revalidatie van patiënten kunnen worden genomen. Josien van den Noort is ook verbonden aan onderzoeksinstituut MOVE aan de VU te Amsterdam.

Bron: VUmc

, , , , ,

Lage rugpijn aanpakken drukt zorgkosten

Het vroegtijdig ingrijpen bij lage rugpijn zorgt voor minder kosten dan een afwachtende aanpak. Dit blijkt uit grootschalig Engels onderzoek. Volgens Nederlandse richtlijnen van huisartsen en fysiotherapeuten is ingrijpen bij acute lage rugpijn niet zinvol. Patiënten krijgen pijnstillers, adviezen en oefeningen mee en moeten wachten tot de rugpijn binnen 6 tot 8 weken weer verdwijnt.

Uit het onderzoek is gebleken dat 80% van deze rugpatiënten een jaar later nog steeds te maken heeft met pijn of beperkingen. Door vroegtijdig te onderzoeken of er verhoogde kans is op blijvende klachten, kunnen patiënten beter worden geholpen tegen gemiddeld lagere kosten.

Gespecialiseerd rugfysiotherapeut Stefan Feenstra van RugOptimaal in Groningen zegt hierover: “Gezien de huidige, financiële ontwikkelingen in de zorgsector is het goed nieuws dat rugpijn aanpakken niet als kostenpost wordt gezien. Ontzettend veel rugpatiënten kunnen goed geholpen worden, mits ze juist en tijdig worden doorverwezen.” Professor Bart Kroes van de Erasmus Universiteit in Rotterdam noemde de resultaten van het onderzoek veelbelovend. Hij ziet geen financiële redenen om de Engelse aanpak niet te gaan volgen.

 

Oefentherapie bij artrose onderzocht

Oefentherapie helpt pijnklachten bij artrose in de knie te verminderen. Dat is al langer bekend. Met sterke spieren eromheen kan de knie schokken beter opvangen, iets wat het aangetaste kraakbeen niet meer goed kan. In een nieuwe vorm van oefentherapie leren mensen met knieartrose ook beter te voelen wat er in hun knie gebeurt. De gedachte is dat daardoor klachten en beperkingen verder afnemen.

Drs. Jesper Knoop Bewegingswetenschapper en fysiotherapeut drs. Jesper Knoop van Reade in Amsterdam onderzoekt met steun van het Reumafonds of het zo werkt.

“Mensen die artrose hebben, voelen minder goed wat er in hun knie gebeurt dan mensen met gezonde knieën”, legt drs. Knoop uit. “De knie is ook minder stabiel. In de nieuwe oefentherapie leren mensen beter te voelen wat er in hun knie gebeurt wanneer ze bewegen. Dat doen we bijvoorbeeld door mensen voor een spiegel oefeningen te laten doen. Ook legt de fysiotherapeut de nadruk op een goed gebruik van de knie tijdens de oefening.”
Drie maanden meedoen
In het onderzoek van Knoop, STABILO genaamd, wordt onderzocht of de nieuwe behandeling beter werkt dan de bestaande oefentherapieën. “De laatste groepjes deelnemers zijn net begonnen aan hun programma van drie maanden”, vertelt de onderzoeker. “In totaal doen 159 mensen mee.”

Jesper Knoop merkt dat de deelnemers heel erg gemotiveerd zijn. ,,Veel mensen in dit onderzoek hebben van hun huisarts te horen gekregen dat aan knieartrose niets is te doen, behalve een operatie. Onze deelnemers hopen die zo lang mogelijk uit te stellen en doen daar alles voor.”

Nieuwe richtlijn
“Uit het onderzoek zal moeten blijken of we inderdaad positieve effecten van de behandeling kunnen aantonen. Volgend jaar verwachten we dit te weten. Als het effect positief is, komt dat door de aandacht op het beter voelen en gebruiken van de knie. Een vooronderzoek liet goede resultaten zien. Als de nieuwe therapie echt beter werkt, kan er in de toekomst een nieuwe richtlijn komen voor fysiotherapeuten,” besluit Knoop.

, ,

Oefentherapie bij mensen met lage rugpijn heeft zeker resultaat.

Oefentherapie kan pijn verminderen en bevordert het functioneren van patiënten met lage rugklachten.

Dit concludeert epidemioloog Maurits van Tulder van het VU medisch centrum. Hij was initiatiefnemer van een internationale literatuurstudie waarbinnen het Institute for Work & Health in Toronto,Canada, het Erasmus MC in Rotterdam, het Finnish Office for Health Technology Assessment in Helsinki, Finland, en het VUmc samenwerkten. Begin mei werden de resultaten gepubliceerd in the Annals of Internal Medicine. Lage rugpijn heeft een sterk invaliderend karakter.
In Nederland kosten rugklachten ruim vier miljard euro per jaar aan ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Studies laten ook zien dat lage rugpijn bij zeker 85% van de werkende populatie ten minste een keer voorkomt. Om de effectiviteit van oefentherapie te onderzoeken zijn 61 studies geanalyseerd. Daarin wordt oefentherapie vergeleken met de resultaten van patiënten die geen therapie of een andere therapie kregen aangeboden. Met name recente studies hebben aandacht voor het effect van therapie bij patiënten met chronische rugpijn. Uit deze studie blijkt dat deze patiënten voordeel hebben van oefentherapie.
Daarnaast werd een tweede literatuurstudie gedaan onder 43 onderzoeken die zich speciaal richten op oefentherapie bij patiënten met chronische rugpijn. Hierin werd de vraag beantwoord wat het effect is van therapie en meer specifieke interventies op het verminderen van pijn en verbetering van het functioneren van deze patiënten. Uit de analyse blijkt dat maatgerichte, individuele oefentherapie onder begeleiding van een oefentherapeut het meest effect heeft. Bij volwassenen met chronische klachten hebben met name rekoefeningen en spierversterkende oefeningen het beste resultaat. Het is de eerste keer dat een dergelijke studie op deze schaal werd gedaan.
Van Tulder en zijn collega’s tonen met deze literatuurstudies duidelijk het positieve effect aan van oefentherapie voor patiënten met chronische rugklachten.

Bron: VUMC ( 2007)

, , , ,

Arthrose: Nieuwe behandeling voor patient met Arthrose

Mensen die door artrose (gewrichtsslijtage) van de heup of knie weinig meer kunnen, hebben meer baat bij de zogenaamde ‘GRADIT-behandeling’ dan bij de standaardbehandeling volgens de richtlijn fysiotherapie. GRADIT is er op gericht om patiënten stapsgewijs hun activiteiten te laten opvoeren.

Dat blijkt uit het promotieonderzoek dat Cindy Veenhof op 14 september verdedigt aan de Vrije Universiteit. Het onderzoek werd uitgevoerd op het onderzoeksinstituut NIVEL (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg) in samenwerking met het EMGO instituut (Vrije Universiteit Amsterdam) en het Universitair Medisch Centrum Utrecht, en gesubsidieerd door het College voor Zorgverzekeringen (CVZ). Veenhof onderzocht bij 200 patiënten met artrose van heup of knie of zij op de lange termijn meer baat hebben bij GRADIT dan bij een behandeling volgens de richtlijnen van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF).

Gebrekkige therapietrouw
Ruim 650.000 Nederlanders hebben last van artrose, de meest voorkomende vorm van reuma in Nederland (www.reumafonds.nl). In 2001 stond artrose samen met migraine en hoge bloeddruk bovenaan de lijst van zelf-gerapporteerde chronische aandoeningen (Tweede Nationale Studie, 2001).Vergrijzing, overgewicht en te weinig beweging zullen naar verwachting in de toekomst leiden tot een forse toename van het aantal artrose-patiënten. Bij artrose gaat het gewrichtskraakbeen in kwaliteit achteruit en op den duur kan het zelfs verdwijnen. Dat leidt tot pijnklachten, gewrichtsstijfheid, spierzwakte, beperkingen in het dagelijks leven en een inactieve levensstijl. Die inactiviteit kan de klachten vervolgens nog eens versterken. Onder ouderen is het de meest voorkomende gewrichtsaandoening, maar er zijn in Nederland naar schatting ook 25.000 jonge patiënten (25 tot 44 jaar).

De belangrijkste doelen bij het behandelen van artrose zijn het controleren van de pijn, het verbeteren van het functioneren en het verminderen van beperkingen. Normaalgesproken bestaat de behandeling bij de fysiotherapeut uit oefentherapie om spieren te versterken, ‘huiswerkoefeningen’ en informatie en advies. Hoewel die aanpak op de korte termijn effectief is, blijkt het vasthouden van het behandelingseffect op de lange termijn altijd lastig. Gebrekkige therapietrouw (mensen doen hun huiswerkoefeningen na een poosje niet meer) is daarbij waarschijnlijk de boosdoener.

Niet klagen over pijn
Ook GRADIT is een oefentherapeutische aanpak, waarbij het uitgangspunt is om een gedragsverandering te bewerkstelligen. In het onderzoek van Veenhof is het voor het eerst (in aangepaste vorm) toegepast bij artrose. Bij GRADIT bekijken patiënten samen met de fysiotherapeut welke activiteiten ze het belangrijkste vinden, en bij welke ze het meeste last hebben. Vervolgens worden er drie uitgekozen, bijvoorbeeld lopen, fietsen en tuinieren, waarvan de intensiteit dan stapsgewijs in de tijd wordt opgevoerd (bijvoorbeeld elke dag een minuut meer wandelen, onafhankelijk van de hoeveelheid pijn). Patiënten hebben daarbij een grote eigen verantwoordelijkheid. De fysiotherapeut treedt alleen op als ‘coach’.

Bijzonder aan GRADIT is verder dat de therapeut actief gedrag beloont met complimenten en aanmoedigingen, en ongewenst gedrag, zoals het gericht zijn op pijn en daar steeds over klagen, probeert ‘uit te doven’ door het te negeren. Terwijl de standaardbehandeling wordt afgestemd op de hoeveelheid pijn, is het idee bij GRADIT dan ook: de pijn zul je waarschijnlijk houden, maar met dezelfde pijn moet je meer kunnen doen.

Bij patiënten die veel moeite hadden met bijvoorbeeld lopen, fietsen of traplopen, bleek GRADIT effectiever dan de standaardbehandeling. Waarschijnlijk komt dat doordat juist die groep patiënten de neiging heeft om activiteiten te vermijden. Door die inactiviteit verslechtert hun fysieke conditie waardoor ze nog minder kunnen. GRADIT zorgt er voor dat mensen hun dagelijkse activiteiten, ongeacht de pijn, weer stapsgewijs opbouwen.

De behandeling lijkt ook bij alle patiënten te leiden tot een hogere therapietrouw: na een jaar deed 56% van de GRADIT-patiënten nog steeds hun oefeningen, tegenover 33% van de mensen die volgens de richtlijn fysiotherapie waren behandeld. Veenhof wil dan ook na vijf jaar nogmaals in beide groepen kijken hoe het met de therapietrouw gesteld is, en of de aanvankelijk hogere therapietrouw in de GRADIT-groep bijvoorbeeld ook geleid heeft tot een beter functioneren.

Bron: Nivel

 

, , ,

Rugpijn; veel behandelingen zijn niet effectief

Voor veel behandelingen van lage rugklachten is er geen bewijs van effectiviteit gevonden. Het gaat hierbij om rugklachten die langer dan 3 maanden duren. Tot deze conclusie komen onderzoekers van VUmc, VU en Erasmus MC na een uitgebreid literatuuronderzoek. (  2010,  red. ) In totaal werden er 162 gecontroleerde studies gevonden naar de effectiviteit van verschillende behandelingen.

Oefentherapie , gedragsmatige interventies en multidisciplinaire behandelingen zijn met name effectief in het verminderen van pijn en het verbeteren van het dagelijks functioneren. Voor medicatie, rugscholen, lasertherapie, patiëntvoorlichting, massage, tractie, warmte applicaties, ruggordels, manipulaties van de wervelkolom en acupunctuur is het op basis van dit onderzoek niet duidelijk of ze effectief zijn. Ook voor interventies waarbij men de rugklachten behandelt door het beïnvloeden van de pijngeleiding (zoals injecties) is geen bewijs gevonden van effectiviteit. Dit geldt tevens voor operaties waarbij kunstmatige tussenwervelschijven worden geplaatst.

Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het College voor Zorgverzekeringen. Het College komt later dit jaar, mede op basis van deze resultaten, met een advies over de opname van behandelingen van rugklachten in het pakket voor basiszorgverzekering.

, , , ,

Volhouden met oefenen helpt bij artrose

Mensen met artrose aan knie of heup hebben baat bij het blijven doen
oefeningen.Met oefentherapie krijgen mensen met artrose aan knie of heup grip op hun
ziekte.
Hoe meer ze blijven oefenen, hoe meer de pijn en beperkingen afnemen, ook op de lange duur.

Operaties zijn niet altijd meer nodig, of pas later,  blijkt uit onderzoek van het NIVEL.
Er zijn in Nederland naar schatting ruim 600.000 mensen met artrose van knie of heup. Op de korte termijn blijkt oefentherapie bij een fysiotherapeut effectief. Oefentherapie verlicht de pijn en vermindert beperkingen bij bijvoorbeeld lopen of fietsen. Maar als de behandeling is afgelopen neemt dat effect weer af, doordat de meeste mensen stoppen met de oefeningen en terugvallen in een inactievere levensstijl.
In het onderzoek van NIVEL werd een nieuwe behandeling onderzocht. Bij deze behandeling sluiten de oefeningen meer aan bij het dagelijks leven en worden mensen meer gemotiveerd om te blijven oefenen. Met deze behandeling (vergeleken met de gebruikelijke zorg) blijkt de terugval minder en hebben mensen zelfs na 5 jaar minder klachten.

Bron: NIVEL

Cesar Mensendieck

Oefentherapie Cesar/Mensendieck.

Iemand die zijn lichaam niet goed gebruikt of belast, loopt een sterk verhoogde kans op klachten aan het bewegingsapparaat. Oefentherapie kan dan uitkomst bieden. Oefentherapie Cesar/Mensendieck is een paramedische behandelmethode, gespecialiseerd in houding en beweging. Oefentherapeuten richten zich op het verbeteren van de individuele houding- en bewegingsgewoonten. Daarbij staat de cliënt en diens eigen mogelijkheden centraal.

Waarom kiezen voor oefentherapie Cesar/Mensendieck? Wat bepaalt of oefentherapie Cesar/Mensendieck de aangewezen vorm van behandeling is? Voor cliënten, verwijzers en zorgverzekeraars is het van het grootste belang dat zij, als zij kiezen voor oefentherapie Cesar/Mensendieck, de juiste behandeling kiezen. Immers, het gaat om de gezondheid van de cliënt. Bij een aantal klachten en aandoeningen is de keuze niet moeilijk, omdat de waarde van oefentherapie Cesar/Mensendieck voor cliënten met deze klachten is aangetoond)* .Maar zo eenvoudig ligt het niet altijd. Om in alle gevallen een weloverwogen oordeel mogelijk te maken, vatten we de toegevoegde waarde van oefentherapie Cesar/Mensendieck kort samen. Hieronder de belangrijkste kenmerken waarmee oefentherapie Cesar/Mensendieck zich van andere vormen van zorg onderscheidt.

1 Oefentherapie Cesar/Mensendieck vraagt van de cliënt een actieve houding.
Oefentherapie Cesar/Mensendieck komt in feite neer op het ‘coachen’ van de cliënt. De oefeningen die de cliënt van de oefentherapeut krijgt aangereikt, vormen als het ware het gereedschap waarmee jij zelf aan de slag kan Voor het welslagen van oefentherapie Cesar/Mensendieck is het dan van doorslaggevend belang dat de cliënt actief aan de behandeling deelneemt en bereid en in staat is om zichzelf een nieuw gezond bewegingsgedrag aan te leren.

2 Oefentherapie Cesar./Mensendieck richt zich op het gehele lichaam.
Oefentherapie Cesar/Mensendieck richt zich, ongeacht de klacht of aandoening, op het gehele lichaam en niet op dat deel van het lichaam waar de klacht zich manifesteert. De oorzaak van de klacht wordt opgespoord door te kijken naar de samenhang tussen klacht, lichaamshouding en bewegingengewoontes. De cliënt krijgt een individueel behandelprogramma waarin hij werkt aan een blijvende verbetering van zijn totale houdings- en bewegingspatroon. Met als resultaat het verhelpen van bestaande klachten en het voorkomen van toekomstige klachten.

3 Oefentherapie Cesar/Mensendieck maakt de cliënt zelfredzaam.
De oefentherapeut Cesar/Mensendieck stelt voor elke cliënt een persoonlijk en op maat gemaakt oefenprogramma. Op basis daarvan wordt systematisch en doelgericht met de cliënt geoefend. De cliënt leert stapsgewijs de samenhang tussen klacht en lichaamshouding doorzien en ontdekt de oorzaak van zijn problemen. Het uiteindelijk effect van oefentherapie Cesar/Mensendieck is (uiteraard) niet dat in alle gevallen de oorzaak van de klachten verdwijnt. Maar wel dat de cliënt weet wat er met hem aan de hand is en geleerd heeft daar op eigen kracht mee om te gaan. Oefentherapie Cesar/Mensendieck maakt de cliënt zelfredzaam: als de klachten toch weer terugkomen of verergeren, kan de cliënt deze zelf verhelpen en hoeft hij niet opnieuw hulp in te roepen.

4 Oefentherapie Cesar/Mensendieck is kostenbesparend.
Oefentherapie Cesar/Mensendieck maakt cliënten bewust van hun eigen lichaam en zorgt ervoor dat zij na afloop van do behandeling beschikken over de kennis en vaardigheden die nodig zijn om hun klachten voortaan zelfstandig te verhelpen. Hierdoor zuilen cliënten na afloop van een behandeling oefentherapie Cesar/Mensendieck niet snel opnieuw in het behandelcircuit belanden. Oefentherapie Cesar/Mensendieck heeft dus een belangrijke functie in het voorkomen van (nieuwe) klachten. Levert, zeker op de langere termijn, een aanzienlijke kostenbesparing op.

* Bewezen effectief  is oefentherapie  voor subacute en chronische lage rugklachten, etalageziekte (claudicatio intermittens), artrose van de knie, taaislijmziekte (cystic fibrosis) en chronische obstructieve longaandoeningen (COPD)en zijn er aanwijzingen dat oefentherapie effectief is bij patiënten die een beroerte hebben gehad, patiënten met de ziekte van Parkinson,  de ziekte van Bechterew en artrose van de heup (bron: Oefentherapie. Rapport van de gezondheidsraad. Den Haag 2003).

Pagina's

Oefentherapie Hoogeveen

[mappress mapid=”6″]

Oefentherapie Cesar Hoogeveen
Elbe 3
7908HB Hoogeveen

Informatie en aanmelden
Openingstijden
Maandag t/m vrijdag van 08.30 tot 18.00
Telefoon:0528-225572
Emailadres: cesar@elbe-hoogeveen.nl
Website: www.elbe-hoogeveen.nl

Wij zijn een algemene praktijk. Bij ons kunt u terecht met vrijwel alle klachten op gebied van houding en beweging zoals: – nek-, schouder- rugklachten maar ook heup en en bekkenklachten.

Oefentherapie Cesar Mensendieck
Mensen lopen, gaan zitten, staan op. Mensen bukken, tillen, springen en ademen, maar niet iedereen gebruikt bij dezelfde beweging dezelfde spieren in dezelfde mate. Iedereen ontwikkeld zo, veelal onbewust, zijn eigen houdings- en bewegings- gewoonten. Helaas zijn niet al die gewoonten goed voor het lichaam. De Cesartherapie richt zich op behandeling en voorkoming van klachten ten gevolge van onjuist houdings- en bewegingspatroon, al dan niet veroorzaakt door een bepaalde afwijking of ziekte.

Wachtlijst: Nee
Lid VvOCM: Ja
Ingeschreven in het kwaliteitsregister Paramedici: Ja

 

 

 

 

 

Oefentherapie Sneek

[mappress mapid=”3″]

Praktijk voor (kinder) en sport- oefentherapie Cesar te Sneek

Informatie en aanmelden

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag van 08.30 tot 18.00
Emmastraat 3
8601 GK  SNEEK
Tel: 0515-414196
E-mail: cesartherapiesneek@planet.nl

Therapeut
– M.H. van der Weg – Brattinga,
Specialisaties:

  • orthopaedisch: scoliose, spondylolyse- en/of listhesis, M. Bechterew, M. Scheuerman, heup-, rug- en nekartrose en knieën.
  • hyperventilatie, spanningsgerelateerde klachten.
  • neurologie: Hernia, ischias, Hoofdpijn, Migraine, wervelkolom stenose, costo claviculair compressie syndroom.
  • gynaecologie: bekkenklachten.
  • bekkenbodemproblematiek: incontinentie.
  • motoriek: kinderen die moeite hebben met evenwicht, hinkelen, ballen, huppelen, schrijven, etc.
  • overbelasting: chronische tenniselleboog, CANS.
  • beroeps/houdingsgerelateerde klachten, zoals bij: kapsters, verpleegsters, leerkrachten, hoveniers, accountant, timmerman, stratenmaker, etc.

Wachtlijst: Geen wachtlijst
Lid VvOCM: Ja
Ingeschreven in het kwaliteitsregister Paramedici: Ja

Vergoeding
Oefentherapie Cesar wordt bij (bijna) alle zorgverzekeraars vergoed als u een aanvullende verzekering heeft.