Berichten

, ,

Bewegingsmeting nu voor iedereen bereikbaar

Om patiënten met bewegingsstoornissen goed te kunnen behandelen is het belangrijk om hun bewegingen precies te kunnen meten. Josien van den Noort onderzocht systemen die bewegingsmeting in ieder ziekenhuis, revalidatiecentrum of fysiotherapiepraktijk mogelijk maken. Van den Noort promoveert op 27 oktober bij VUmc.

 

Tot nu toe konden bewegingsmetingen alleen in een speciaal bewegingslaboratorium worden uitgevoerd. Vaak is zo’n duur en complex bewegingslaboratorium, met camera’s en in de grond gebouwde krachtmeters, echter niet voorhanden. Met ambulante systemen kunnen de metingen door elke zorgverlener op iedere gewenste plek worden gedaan. Van den Noort heeft haar onderzoek uitgevoerd bij kinderen met cerebrale parese (spasticiteit) en volwassenen met knieartrose (gewrichtsslijtage).

Bij ambulante bewegingsmetingen wordt gebruik gemaakt van kleine sensoren en speciale schoenen, zoals inertiaal-sensoren en krachtschoenen. Inertiaal-sensoren zijn kleine lichtgewicht doosjes (ter grootte van lucifersdoosjes) die op het lichaam worden aangebracht en de beweging (gewrichtshoeken) registreren. Krachtschoenen zijn orthopedische schoenen met aan de onderkant twee krachtsensoren die tijdens het lopen de kracht onder de voet opmeten.

In haar proefschrift laat Van den Noort zien dat inertiaal-sensoren het meten van gewrichtshoeken tijdens spasticiteittesten bij kinderen met cerebrale parese verbeteren. De sensoren meten daarnaast nauwkeurig de gewrichtshoeken tijdens looptaken bij deze kinderen. Bovendien zijn inertiaal-sensoren en krachtschoenen nauwkeurige meetinstrumenten voor het meten van de kniebelasting bij patiënten met knieartrose.

Een bewegingsmeting van patiënten is via deze ambulante systemen bereikbaar voor iedere zorgverlener, waardoor betere besluiten rondom revalidatie van patiënten kunnen worden genomen.

Om patiënten met bewegingsstoornissen goed te kunnen behandelen is het belangrijk om hun bewegingen precies te kunnen meten. Josien van den Noortonderzocht systemen die bewegingsmeting in ieder ziekenhuis, revalidatiecentrum of fysiotherapiepraktijk mogelijk maken. Van den Noort promoveert vandaag bij VUmc.Tot nu toe konden bewegingsmetingen alleen in een speciaal bewegingslaboratorium worden uitgevoerd. Vaak is zo’n duur en complex bewegingslaboratorium, met camera’s en in de grond gebouwde krachtmeters, echter niet voorhanden. Met ambulante systemen kunnen de metingen door elke zorgverlener op iedere gewenste plek worden gedaan. Van den Noort heeft haar onderzoek uitgevoerd bij kinderen met cerebrale parese (spasticiteit) en volwassenen met knieartrose (gewrichtsslijtage).

Bij ambulante bewegingsmetingen wordt gebruik gemaakt van kleine sensoren en speciale schoenen, zoals inertiaal-sensoren en krachtschoenen. Inertiaal-sensoren zijn kleine lichtgewicht doosjes (ter grootte van lucifersdoosjes) die op het lichaam worden aangebracht en de beweging (gewrichtshoeken) registreren. Krachtschoenen zijn orthopedische schoenen met aan de onderkant twee krachtsensoren die tijdens het lopen de kracht onder de voet opmeten.

In haar proefschrift laat Van den Noort zien dat inertiaal-sensoren het meten van gewrichtshoeken tijdens spasticiteittesten bij kinderen met cerebrale parese verbeteren. De sensoren meten daarnaast nauwkeurig de gewrichtshoeken tijdens looptaken bij deze kinderen. Bovendien zijn inertiaal-sensoren en krachtschoenen nauwkeurige meetinstrumenten voor het meten van de kniebelasting bij patiënten met knieartrose.

Een bewegingsmeting van patiënten is via deze ambulante systemen bereikbaar voor iedere zorgverlener, waardoor betere besluiten rondom revalidatie van patiënten kunnen worden genomen. Josien van den Noort is ook verbonden aan onderzoeksinstituut MOVE aan de VU te Amsterdam.

Bron: VUmc

, , , , ,

Lage rugpijn aanpakken drukt zorgkosten

Het vroegtijdig ingrijpen bij lage rugpijn zorgt voor minder kosten dan een afwachtende aanpak. Dit blijkt uit grootschalig Engels onderzoek. Volgens Nederlandse richtlijnen van huisartsen en fysiotherapeuten is ingrijpen bij acute lage rugpijn niet zinvol. Patiënten krijgen pijnstillers, adviezen en oefeningen mee en moeten wachten tot de rugpijn binnen 6 tot 8 weken weer verdwijnt.

Uit het onderzoek is gebleken dat 80% van deze rugpatiënten een jaar later nog steeds te maken heeft met pijn of beperkingen. Door vroegtijdig te onderzoeken of er verhoogde kans is op blijvende klachten, kunnen patiënten beter worden geholpen tegen gemiddeld lagere kosten.

Gespecialiseerd rugfysiotherapeut Stefan Feenstra van RugOptimaal in Groningen zegt hierover: “Gezien de huidige, financiële ontwikkelingen in de zorgsector is het goed nieuws dat rugpijn aanpakken niet als kostenpost wordt gezien. Ontzettend veel rugpatiënten kunnen goed geholpen worden, mits ze juist en tijdig worden doorverwezen.” Professor Bart Kroes van de Erasmus Universiteit in Rotterdam noemde de resultaten van het onderzoek veelbelovend. Hij ziet geen financiële redenen om de Engelse aanpak niet te gaan volgen.

 

, , , ,

Arthrose: Nieuwe behandeling voor patient met Arthrose

Mensen die door artrose (gewrichtsslijtage) van de heup of knie weinig meer kunnen, hebben meer baat bij de zogenaamde ‘GRADIT-behandeling’ dan bij de standaardbehandeling volgens de richtlijn fysiotherapie. GRADIT is er op gericht om patiënten stapsgewijs hun activiteiten te laten opvoeren.

Dat blijkt uit het promotieonderzoek dat Cindy Veenhof op 14 september verdedigt aan de Vrije Universiteit. Het onderzoek werd uitgevoerd op het onderzoeksinstituut NIVEL (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg) in samenwerking met het EMGO instituut (Vrije Universiteit Amsterdam) en het Universitair Medisch Centrum Utrecht, en gesubsidieerd door het College voor Zorgverzekeringen (CVZ). Veenhof onderzocht bij 200 patiënten met artrose van heup of knie of zij op de lange termijn meer baat hebben bij GRADIT dan bij een behandeling volgens de richtlijnen van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF).

Gebrekkige therapietrouw
Ruim 650.000 Nederlanders hebben last van artrose, de meest voorkomende vorm van reuma in Nederland (www.reumafonds.nl). In 2001 stond artrose samen met migraine en hoge bloeddruk bovenaan de lijst van zelf-gerapporteerde chronische aandoeningen (Tweede Nationale Studie, 2001).Vergrijzing, overgewicht en te weinig beweging zullen naar verwachting in de toekomst leiden tot een forse toename van het aantal artrose-patiënten. Bij artrose gaat het gewrichtskraakbeen in kwaliteit achteruit en op den duur kan het zelfs verdwijnen. Dat leidt tot pijnklachten, gewrichtsstijfheid, spierzwakte, beperkingen in het dagelijks leven en een inactieve levensstijl. Die inactiviteit kan de klachten vervolgens nog eens versterken. Onder ouderen is het de meest voorkomende gewrichtsaandoening, maar er zijn in Nederland naar schatting ook 25.000 jonge patiënten (25 tot 44 jaar).

De belangrijkste doelen bij het behandelen van artrose zijn het controleren van de pijn, het verbeteren van het functioneren en het verminderen van beperkingen. Normaalgesproken bestaat de behandeling bij de fysiotherapeut uit oefentherapie om spieren te versterken, ‘huiswerkoefeningen’ en informatie en advies. Hoewel die aanpak op de korte termijn effectief is, blijkt het vasthouden van het behandelingseffect op de lange termijn altijd lastig. Gebrekkige therapietrouw (mensen doen hun huiswerkoefeningen na een poosje niet meer) is daarbij waarschijnlijk de boosdoener.

Niet klagen over pijn
Ook GRADIT is een oefentherapeutische aanpak, waarbij het uitgangspunt is om een gedragsverandering te bewerkstelligen. In het onderzoek van Veenhof is het voor het eerst (in aangepaste vorm) toegepast bij artrose. Bij GRADIT bekijken patiënten samen met de fysiotherapeut welke activiteiten ze het belangrijkste vinden, en bij welke ze het meeste last hebben. Vervolgens worden er drie uitgekozen, bijvoorbeeld lopen, fietsen en tuinieren, waarvan de intensiteit dan stapsgewijs in de tijd wordt opgevoerd (bijvoorbeeld elke dag een minuut meer wandelen, onafhankelijk van de hoeveelheid pijn). Patiënten hebben daarbij een grote eigen verantwoordelijkheid. De fysiotherapeut treedt alleen op als ‘coach’.

Bijzonder aan GRADIT is verder dat de therapeut actief gedrag beloont met complimenten en aanmoedigingen, en ongewenst gedrag, zoals het gericht zijn op pijn en daar steeds over klagen, probeert ‘uit te doven’ door het te negeren. Terwijl de standaardbehandeling wordt afgestemd op de hoeveelheid pijn, is het idee bij GRADIT dan ook: de pijn zul je waarschijnlijk houden, maar met dezelfde pijn moet je meer kunnen doen.

Bij patiënten die veel moeite hadden met bijvoorbeeld lopen, fietsen of traplopen, bleek GRADIT effectiever dan de standaardbehandeling. Waarschijnlijk komt dat doordat juist die groep patiënten de neiging heeft om activiteiten te vermijden. Door die inactiviteit verslechtert hun fysieke conditie waardoor ze nog minder kunnen. GRADIT zorgt er voor dat mensen hun dagelijkse activiteiten, ongeacht de pijn, weer stapsgewijs opbouwen.

De behandeling lijkt ook bij alle patiënten te leiden tot een hogere therapietrouw: na een jaar deed 56% van de GRADIT-patiënten nog steeds hun oefeningen, tegenover 33% van de mensen die volgens de richtlijn fysiotherapie waren behandeld. Veenhof wil dan ook na vijf jaar nogmaals in beide groepen kijken hoe het met de therapietrouw gesteld is, en of de aanvankelijk hogere therapietrouw in de GRADIT-groep bijvoorbeeld ook geleid heeft tot een beter functioneren.

Bron: Nivel

 

,

Behandeling rugpijn door “exposure in vivo”

Patiënten met chronische rugpijnlage rugpijn hebben baat bij de cognitief-gedragsmatige “exposure in vivo” behandeling. Hierdoor vermindert de angst om te bewegen en verbetert het dagelijks functioneren. Dit blijkt uit het promotieonderzoek vanMaaike Leeuw. Bewegingsvrees, de vrees dat fysieke bewegingen schadelijk zijn voor de rug, draagt bij aan de ontwikkeling en instandhouding van chronische rugklachten .

Leeuw onderzocht heteffect van een cognitief-gedragsmatige “exposure in vivo” behandeling. Tijdens deze behandeling leren deelnemers door blootstelling aan activiteiten die ze normaal vermijden, dat ze een overschatting maken van de mogelijke risico’s die daaraan zijn verbonden (bv. door de ruggaan). Hierdoor stellen ze hun verwachtingen bij en gaan ze minder vermijden, waardoor hun functionele mogelijkheden weer gaan toenemen, ondanks de pijn.

De resultaten van deze studie laten zien dat exposure in vivo doeltreffender is dan reguliere behandeling in het verminderen van bewegingsangst, en minstens zo effectief in het verbeteren van dagelijkse functioneren. De conclusie is dat Exposure invivo een waardevolle aanvulling is op het bestaande behandel aanbod voor patiënten met chronische rugpijn.

Ook testte Leeuw verschillende meetinstrumenten voor pijngerelateerde vrees. Hierbij bleek dat de elektronische versie van de PHODA (Photograph Series of DailyActivities) een betrouwbaar en valide instrument is om de verwachte schadelijkheid van activiteiten te meten.

Bron: Fysioforum

 

, , ,

Beweging en paracetamol beste bij rugpijn

Blijven bewegen en af en toe een paracetamol: dat is de beste behandeling van (lage) rugpijn.
Dat zeggen Australische onderzoekers, die 240 mensen met (lage) rugpijn onder de loep namen. Uit het onderzoek komt naar voren dat ontstekingsremmende pijnstillers als Diclofenac vaak niet werken. Ook blijkt dat therapeutische behandeling van de rugwervels weinig zin heeft.

In het onderzoek kreeg iedereen het advies om actief te blijven en paracetamol te slikken bij acute pijn in de onderrug. Een deel van de proefpersonen kreeg aanvullend manuele- of fysiotherapie en een behandeling met Diclofenac of buprofen. Na twaalf weken bleken zij met die behandeling niks opgeschoten te zijn.

Volgens de onderzoekers is het belangrijk dat patiënten de geruststelling krijgen dat bewegen en het vermijden van bedrust echt goed zijn. Nu krijgen veel rugpatiënten het advies om rustig aan te doen, diclofenac te slikken en therapie te volgen.

Bron: BBC Gezondheidsnet

, , ,

Fysiotherapeut werkt nauwelijks volgens richtlijn

Proefpatienten met lage rugklachten bezochten 28 fysiotherapeuten, 4 daarvan behandelden volgens de richtlijn lage rugpijn. Bij één proefpatient gaf de therapeut een harde ruk aan het been van de patient waarop een klik te horen was. ‘Dat was hem’, zei de fysiotherapeut. Proefpatienten met lage rugklachten bezochten 28 fysiotherapeuten, 4 daarvan behandelden volgens de richtlijn. Bij één proefpatient gaf de therapeut een harde ruk aan het been van de patient waarop een klik te horen was. ‘Dat was hem’, zei de therapeut. Maar liefst 19 van de 28 therapeuten pasten massage toe, waarvan 4 erg lang, ca. 20 minuten. Fysiotechniek werd nog in 3 praktijken toegepast. Ook voor vervolgbehandeling weken de therapeuten af van de geldende richtlijn. In de praktijk bleek dat er een grote variatie bestaat waarop omgegaan wordt met de richtlijnen.

Bron: Consumentengids 2007