Berichten

, ,

Praten helpt tegen rugpijn

Chronische lage rugklachten zijn een veelvoorkomend probleem. Ze kunnen een grote invloed hebben op het dagelijks leven. ‘Om te herstellen van chronische rugklachten is het niet altijd nodig om lichamelijk te oefenen: kritisch kijken naar de overtuigingen over de rugklachten helpt’, concludeert Petra Siemonsma in haar onderzoek. Siemonsma promoveert op 18 januari bij VUmc.Chronische lage rugklachten zijn lang niet altijd op een medische of technische manier op te lossen. Traditioneel richt revalidatiebehandeling  zich op het optimaliseren van de factoren die invloed hebben op de klachten, bijvoorbeeld bepaald gedrag, gewoonten of angst voor pijn.De nieuwe, nu onderzochte, behandeling Cognitieve Treatment of Illness Perceptions (CTIP) richt zich op de overtuigingen over rugklachten en bewegen. Als iemand denkt dat zwaar tillen of bukken schade veroorzaken aan de rug, dan is het logisch om die activiteit te vermijden. In de nieuwe behandeling wordt gekeken welke ‘onjuiste’, niet helpende, gedachten iemand heeft.Tijdens de behandeling  onderzoekt de patiënt of die gedachten wel kloppen. Praten en denken over de klachten vormt daarom het grootste deel van de behandeling. En het blijkt te helpen!

Aan het onderzoek hebben 156 patiënten deelgenomen. Ze zijn via loting verdeeld over twee groepen (behandeling of wachtlijst). Iedereen is drie maanden gevolgd. De behandelde groep bleek het beter te doen dan de groep die geen behandeling kreeg: ze zijn actiever in de activiteiten die ze zelf als belangrijk hadden aangegeven bij aanvang van het onderzoek.

Kortom, ook praten en denken over de rugklachten zijn van groot belang in de behandeling. Dit is een belangrijke bevinding voor zowel patiënten met chronische lage rugklachten als voor artsen. Er is nu een bewezen effectieve aanvulling op de al beschikbare behandelmogelijkheden in de revalidatie van deze klachten.

Bron: VUMC

, , ,

Rugpijn; veel behandelingen zijn niet effectief

Voor veel behandelingen van lage rugklachten is er geen bewijs van effectiviteit gevonden. Het gaat hierbij om rugklachten die langer dan 3 maanden duren. Tot deze conclusie komen onderzoekers van VUmc, VU en Erasmus MC na een uitgebreid literatuuronderzoek. (  2010,  red. ) In totaal werden er 162 gecontroleerde studies gevonden naar de effectiviteit van verschillende behandelingen.

Oefentherapie , gedragsmatige interventies en multidisciplinaire behandelingen zijn met name effectief in het verminderen van pijn en het verbeteren van het dagelijks functioneren. Voor medicatie, rugscholen, lasertherapie, patiëntvoorlichting, massage, tractie, warmte applicaties, ruggordels, manipulaties van de wervelkolom en acupunctuur is het op basis van dit onderzoek niet duidelijk of ze effectief zijn. Ook voor interventies waarbij men de rugklachten behandelt door het beïnvloeden van de pijngeleiding (zoals injecties) is geen bewijs gevonden van effectiviteit. Dit geldt tevens voor operaties waarbij kunstmatige tussenwervelschijven worden geplaatst.

Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het College voor Zorgverzekeringen. Het College komt later dit jaar, mede op basis van deze resultaten, met een advies over de opname van behandelingen van rugklachten in het pakket voor basiszorgverzekering.

, , ,

Winst behandeling rugpijn ook in hersenen zichtbaar

Onderzoekers van de Canadese McGill University stelden zichzelf de volgende vraag: ‘Als je chronische lage rugpijn kan verminderen, kan je de veranderingen in de hersenen dan ongedaan maken?’

Cognitieve beperkingen
Mensen met chronische pijn ervaren namelijk bepaalde cognitieve beperkingen. Dit wordt onder andere veroorzaakt door een verminderde hoeveelheid grijze stof in de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor het verwerken van pijn. Diezelfde gebieden werken ook in op de emotionele reacties op pijn zoals angst en depressie.

Behandeling
Het onderzoek betrof patiënten die al meer dan zes maanden pijn ervaarden en hier een behandeling ondergingen. Zowel voor, als zes maanden na de behandeling, maakten de onderzoekers een MRI scan van de hersenen van de deelnemers. Hierbij keken ze naar de hersenactiviteit bij het uitvoeren van simpele cognitieve taken en naar de dikte van de hersenschors.

Herstel
En wat bleek? Het onderzoeksteam observeerde na de behandeling niet alleen herstel in de anatomie van de hersenen, maar ook in de hersenfunctionaliteit. De hersenschors in de pijngerelateerde gebieden van de hersenen waren verdikt. Daarbij was de abnormale hersenactiviteit bij het uitvoeren van cognitieve taken die om concentratie vroegen, genormaliseerd.

Of deze veranderingen daadwerkelijk veroorzaakt worden door het verminderen van de lage rugpijn zal nog verder onderzocht moeten worden. Hoofdonderzoeker Laura Stone is in ieder geval enthousiast: “Het is fantastisch om te zien dat abnormale veranderingen in de hersenen verdwijnen, als we pijn behandelen.”

Bron Gezondheidsnet

,

Behandeling rugpijn door “exposure in vivo”

Patiënten met chronische rugpijnlage rugpijn hebben baat bij de cognitief-gedragsmatige “exposure in vivo” behandeling. Hierdoor vermindert de angst om te bewegen en verbetert het dagelijks functioneren. Dit blijkt uit het promotieonderzoek vanMaaike Leeuw. Bewegingsvrees, de vrees dat fysieke bewegingen schadelijk zijn voor de rug, draagt bij aan de ontwikkeling en instandhouding van chronische rugklachten .

Leeuw onderzocht heteffect van een cognitief-gedragsmatige “exposure in vivo” behandeling. Tijdens deze behandeling leren deelnemers door blootstelling aan activiteiten die ze normaal vermijden, dat ze een overschatting maken van de mogelijke risico’s die daaraan zijn verbonden (bv. door de ruggaan). Hierdoor stellen ze hun verwachtingen bij en gaan ze minder vermijden, waardoor hun functionele mogelijkheden weer gaan toenemen, ondanks de pijn.

De resultaten van deze studie laten zien dat exposure in vivo doeltreffender is dan reguliere behandeling in het verminderen van bewegingsangst, en minstens zo effectief in het verbeteren van dagelijkse functioneren. De conclusie is dat Exposure invivo een waardevolle aanvulling is op het bestaande behandel aanbod voor patiënten met chronische rugpijn.

Ook testte Leeuw verschillende meetinstrumenten voor pijngerelateerde vrees. Hierbij bleek dat de elektronische versie van de PHODA (Photograph Series of DailyActivities) een betrouwbaar en valide instrument is om de verwachte schadelijkheid van activiteiten te meten.

Bron: Fysioforum

 

, , ,

Beweging en paracetamol beste bij rugpijn

Blijven bewegen en af en toe een paracetamol: dat is de beste behandeling van (lage) rugpijn.
Dat zeggen Australische onderzoekers, die 240 mensen met (lage) rugpijn onder de loep namen. Uit het onderzoek komt naar voren dat ontstekingsremmende pijnstillers als Diclofenac vaak niet werken. Ook blijkt dat therapeutische behandeling van de rugwervels weinig zin heeft.

In het onderzoek kreeg iedereen het advies om actief te blijven en paracetamol te slikken bij acute pijn in de onderrug. Een deel van de proefpersonen kreeg aanvullend manuele- of fysiotherapie en een behandeling met Diclofenac of buprofen. Na twaalf weken bleken zij met die behandeling niks opgeschoten te zijn.

Volgens de onderzoekers is het belangrijk dat patiënten de geruststelling krijgen dat bewegen en het vermijden van bedrust echt goed zijn. Nu krijgen veel rugpatiënten het advies om rustig aan te doen, diclofenac te slikken en therapie te volgen.

Bron: BBC Gezondheidsnet