,

Stevia is de nieuwste trend op gebied van gezonde voeding

(advertorial)Stevia is de nieuwste trend op gebied van gezonde voeding. Het is een verantwoorde en gezonde vervanger van suiker. De natuurlijke zoetstof opent de mogelijkheid om producten te zoeten zonder calorieën toe te voegen. Voor het eerst wordt Stevia ook verwerkt in vruchtensappen. CoolBest is het eerste vruchtensappen merk in het koelschap dat Stevia gebruikt in haar Light varianten.

Stevia wordt gewonnen uit het plantje Stevia rebaudiana. Deze plant komt van oorsprong uit Zuid Amerika en wordt ook wel het honingplantje genoemd. De bladeren van de Stevia plant bevatten Steviolglycosiden. Deze zorgen voor een zoete smaak: de zoetkracht is ongeveer 300 maal sterker dan suiker. De bladeren werden al eeuwen gebruikt door Zuid Amerikanen om hun dranken of voedsel mee te zoeten. Stevia wordt verkregen door de Steviolglycosiden te isoleren uit gedroogde Stevia bladeren. In de jaren 70 is de zoetstof al in Japan op de markt gebracht en in november 2011 is Stevia ook in de EU goedgekeurd.

In tegenstelling tot suiker bevat Stevia geen calorieën. Hierom kan Stevia, wanneer het gebruikt wordt als vervanging van (fruit)suikers, de calorie inname via voedsel en dranken flink verlagen. Het nuttigen van producten met Stevia kan daarom een belangrijke rol spelen in een gezond dieet met als doel om af te vallen.

CoolBest heeft haar Light vruchtensappen nu natuurlijk gezoet met Stevia. De varianten Premium Orange Light en VitaDay Original Light zijn een verantwoorde keuze voor een gezond dieet en passen in een bewuste levensstijl.

Bron: http://www.steviabenefits.org/faq.html

 

, , ,

Gezond gewicht door calcium

 

Buikvet verminderenUit recent onderzoek is gebleken dat de buikomtrek van Nederlanders steeds groter wordt. Deze trend heeft tot gevolg dat het risico op diabetes en hart- en vaatziektes flink stijgt. Om af te slanken is voldoende beweging en een verantwoord voedingspatroon onmisbaar.

‘Elk pondje gaat door het mondje’ is een veel gehoorde uitdrukking. Toch is dit niet geheel waar. Voldoende inname van magere varianten van calciumrijke producten dragen namelijk bij aan een gezond gewicht.

Van zuivel en zuivelproducten wordt vaak gedacht dat ze dikmakend zijn. Maar verschillende studies bewijzen gedeeltelijk het tegendeel. In de studies volgden deelnemers een dieet met een vast aantal calorieën. De helft van deze deelnemers at dagelijks porties magere zuivel. De groep deelnemers die de magere zuivel aten verloren meer vet dan de controlegroep. Vooral het vet rondom het buikgebied nam af.

Deze gewichtsafname zou worden verklaard doordat calcium zich bindt aan het vet rondom onze organen. Door deze verbinding verandert de structuur van het vet naar een stof die niet door ons lichaam kan worden opgenomen. Hierdoor wordt de stof, en dus ook het vet, afgevoerd. Op jaarbasis zou een calciumrijk dieet kunnen leiden tot enkele kilo’s kwijtgeraakt lichaamsvet en hiermee een gezond gewicht ondersteunen. De resultaten van de onderzoeken zijn veelvuldig onderzocht. Uit vervolg studies bleek dat calcium voornamelijk een afslankende werking heeft wanneer mensen normaliter nauwelijks calcium binnenkrijgen. Mensen die voldoende calcium in hun dieet hebben zullen er daarom minder profijt van hebben.

Bronnen van calcium zijn:

  • Zuivelproducten zoals melk, kwark en yoghurt
  • Zalm
  • Bonen
  • Sojamelk
  • Groene groenten

Tip: De meeste groene groenten bevatten veel calcium. Echter sommige van deze groenten bevatten ook oxaalzuur. Dit zuur voorkomt dat de calcium door ons lichaam opgenomen kan worden. De groente zijn daarom minder geschikt voor een calcium dieet. Voorbeelden van deze groenten zijn: spinazie en rabarber. Groene groenten zoals broccoli en kool bevatten deze zuren niet maar zijn wel rijk aan calcium.

Bron: Obesity Reviews

, , , ,

Eten zoals vroeger verbetert gezondheid

darmen-sport-voedingGezond ouder worden kan door terug te keren naar de voedingsgewoonten uit de steentijd, vertaald naar de cultuur van de 21e eeuw. Dat concludeert promovendus Remko Kuipers. Hij onderzocht waar onze voorouders leefden en maakte een reconstructie van hun voeding.

De voeding van onze voorouders bevatte meer eiwitten, minder koolhydraten, minder linolzuur en meer omega-3-vetzuren, stelt Kuipers.

Minder linolzuur
De oervoeding bevat volgens Kuipers veel minder linolzuur (omega-6-vetzuur) dan westerse voeding. Dit is relevant vanwege de heersende veronderstelling dat een hoge inname van linolzuur een beschermende werking heeft op het ontstaan van hart- en vaatziekten.

In lijn met de inzichten van Kuipers laat een recente Amerikaanse studie zien dat de aanbevolen vervanging van verzadigde vetzuren door linolzuur in de westerse wereld eerder een toename dan een afname van hart- en vaatziekten heeft veroorzaakt.

Verzadigd vet
Kuipers bekritiseert daarnaast de huidige praktijk om verzadigd vet in de voeding te vervangen door koolhydraten. Op basis van een literatuurstudie stelt hij dat niet de inname van verzadigd vet, maar juist de inname van koolhydraten met een hoge glycemische index zoals suikers in frisdranken en snoep, de kans op hart- en vaatziekten verhoogt.

Deze inzichten stemmen overeen met de resultaten van de reconstructie van de oervoeding. Hierin was verzadigd vet in gelijke hoeveelheden aanwezig als in de huidige westerse voeding, terwijl de oervoeding daarnaast meer eiwitten, en juist minder koolhydraten bevatte.

Vetzuren en ziektes
De vetzuursamenstelling van de hedendaagse voeding wordt in verband gebracht met typische westerse ziektes, haalt Kuipers verder aan. Zo bestaat er consensus dat te weinig inname van omega-3-vetzuren bij volwassenen verband houdt met het ontstaan van hart- en vaatziekten en depressie. Bij pasgeboren kinderen zou het krijgen van te weinig omega-3-vetzuren leiden tot een minder optimale ontwikkeling van de hersenen.

Proefschrift
Remko Kuipers promoveert 26 maart op zijn proefschrift ‘Fatty acids in human evolution: contributions to evolutionary medicine‘.

Bron: Rijksuniversiteit Groningen

, , , ,

Darmen spelbreker bij sporten

Maar liefst 51% van de Nederlanders heeft regelmatig last van darmklachten. Dit blijkt uit een onderzoek in opdracht van VSM. Vrouwen gaven met 62% aan vaker last te hebben dan mannen (42%). Mediaxplain Research onderzocht in opdracht van VSM bij 2534 Nederlanders naar mogelijke darmproblemen en de gevolgen daarvan. Borrelende buiken, buikpijn, een opgeblazen gevoel, problemen met ontlasting en verstopping zijn de meest voorkomende darmklachten. Uit het onderzoek bleek dat sporten in de top 3 staat van activiteiten die absoluut worden vermeden bij deze klachten. Ook sociale activiteiten worden het liefst afgezegd.

Darmklachten worden vaak veroorzaakt door een ongezonde levensstijl. De grootste boosdoeners zijn: eenzijdige en vezelarme voeding, onvoldoende drinken, weinig lichaamsbeweging en antibiotica kuren. Deze veroorzaken een overschot aan ongunstige bacteriën in onze darmen waardoor perikelen kunnen ontstaan.

Tips voor voeding bij darmklachten

Darmklachten zijn eenvoudig te verminderen door uw voedingspatroon aan te passen.

  • Sla geen maaltijd over, ook niet het ontbijt. Verstoring van de regelmaat kan darmklachten verergeren.
  • Beweeg minimaal een half uur per dag. Regelmatige beweging kan obstipatie (verstopping) voorkomen.
  • Eet voldoende voedingsvezels. Voedingsvezels komen voor in de vliesjes van plantaardige producten zoals graan, fruit of peulvruchten. Ze bestaan in twee varianten: oplosbare voedingsvezels en onoplosbare voedingsvezels. Oplosbare voedingsvezels binden het vocht in de ontlasting. Dit vergemakkelijkt de stoelgang. Onoplosbare voedingsvezels verlagen de druk in de darmen waardoor darmkrampen minder erg worden. De beste bronnen van voedingsvezels zijn volkoren brood, zilvervliesrijst, peulvruchten, ongeschild fruit en noten.
  • Mijd bij voorkeur de volgende voeding wanneer u last heeft van uw darmen: koolzuurhoudende dranken, onrijp fruit, prei en uien en voorgeproduceerd voedsel met weinig vezels zoals fast food.

 

 

, , , , ,

Supplementen voor sporters zijn onzin!

Supplementen slikken om uw sportprestaties te verbeteren? Volgens het Voedingscentrum is dit niet nodig.

Sporten en actief bewegen neemt sinds mensenheugenis een belangrijke plek in ons leven in. Het zorgt er immers voor dat wij er strakker en gespierder uitzien, afvallen of voor een gezond en fit gevoel. Om sneller resultaat te bereiken zijn er allerlei supplementen op de markt. Populaire supplementen zijn eiwitten, NO-Boosters, antioxidanten of creatine. Ze beloven snellere spieropbouw, een beter uithoudingsvermogen, spierherstel en nog veel meer.

Het Voedingscentrum prikt door deze fabels heen. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat  supplementen geen enkel effect hebben op het vergroten van spieren of het verbeteren van uithoudingsvermogen, met uitzondering van de stof creatine. In hun boek ‘Alles over sport en voeding’ zetten ze de fabels op een rijtje en laten zien dat eten volgens de Schijf van Vijf het beste werkt.

Zo is het niet nodig extra eiwitten te slikken omdat deze al voldoende voorkomen in een gebalanceerd dieet. NO-Boosters beloven meer zuurstof te transporteren naar de spieren voor betere prestaties. Maar het is nooit wetenschappelijk bewezen dat deze supplementen dit daadwerkelijk doen. Antioxidanten hebben over het algemeen een positief effect op ons lichaam doordat ze agressieve verbindingen (vrije radicalen) neutraliseren. Maar tijdens dit proces kunnen antioxidanten elektronen overnemen waardoor ze zelf een vrije radicaal veranderen. Het slikken van hoge concentraties antioxidanten kunnen hierdoor er voor zorgen dat het herstelproces van spieren vertragen.

Waarom werkt creatine wel?

Creatine is een lichaams eigen stof die onmisbaar is voor een gezonde stofwisseling. Het wordt in het lichaam opgeslagen. Bij inspanning ontstaat een chemisch proces waarbij het energierijke creatinefosfaat ontstaat. Dit levert het lichaam energie. Hoe meer creatine er in de spier aanwezig is, hoe meer energie ze krijgen. Daarom is creatine geschikt als supplement voor krachtsporten. Ze hebben echter geen effect op het verbeteren van het uithoudingsvermogen.

Een gebalanceerd dieet heeft vooralsnog de meest effectieve werking op het verhogen van sportprestaties.

Algemene tips voor voeding rondom sporten

  • Drink voldoende water en mijd calorierijke energiedrankjes wanneer u minder dan een half uur loopt.
  • Sport niet op een nuchtere maag maar eet bij voorkeur een licht verteerbare snack zoals een banaan of een schaaltje yoghurt.
  • Eet een gevarieerde maaltijd na afloop van het sporten. Een gevarieerde maaltijd bevat koolhydraten, eiwitten, vetten en vitaminen.

Bron: Voedingscentrum, Voeding.nl

, , ,

Welvaartsziekten veroorzaakt door leefstijl

Een kwart van de welvaartsziekten komt door leefstijl. Recent onderzoek wijst zelfs uit dat 40 procent van de kankergevallen wordt veroorzaakt door leefstijl. Veel van deze ziekten is te voorkomen. Daarmee blijft de zorg betaalbaar en kunnen meer mensen meedoen aan betaald en onbetaald werk; dit geldt het meest voor mensen met een lage opleiding. Wat is hiervoor nodig? De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) presenteert vandaag zijn advies ‘Preventie van welvaartsziekten’ en overhandigt het advies aan de voorzitter van GGD Nederland, mr. E.M. d’Hondt.

De minister kiest voor gezondheidsbeleid dicht bij de mensen, dus lokaal en dat is de goede richting. Maar de Raad vindt dat dit met meer kracht moet gebeuren. Er zijn al diverse goede initiatieven van gemeenten en verzekeraars, ook met goede resultaten. De GGD en diverse andere gemeentelijke sectoren werken daar dan aan mee. De minister moet nu zorgen voor meer stimulansen. De RVZ pleit voor een preventiefonds, waaruit doortimmerde plannen voor preventie van verzekeraars en gemeenten gefinancierd kunnen worden. Een professionele GGD hoort daarbij. Ook moeten gemeenten en verzekeraars goed inzicht verwerven waar, in welke buurt of wijk, aanpak van ongezondheid het hardst nodig is. Daarvoor moeten ze informatie uitwisselen.

Maar dat is nog niet genoeg. Een voorbeeld: tabaksvoorlichting op scholen door de GGD werkt veel beter als de minister ook bepaald heeft dat de schoolpleinen rookvrij moeten zijn. De minister moet dus duidelijk zijn over het belang van gezonde leefstijl en gezonde omstandigheden. Ook zou de minister strenger en doortastender moeten zijn bij de bescherming tegen te veel zout in ons dagelijkse voedsel. De Raad is van mening dat gezondheidsbescherming op zijn plaats is voor de jeugd. Ook de burger, die terecht wordt aangesproken op de eigen verantwoordelijkheid, is niet altijd in de gelegenheid om een gezonde keuze te maken.

Join the Forum discussion on this post

,

Fruit en gevarieerde groente verlaagt risico op longkanker

Het eten van veel fruit en verschillende groenten verlaagt mogelijk de kans op longkanker. Dat staat in het proefschift ‘Quantity & Variety, Fruit and vegetable consumption and bladder and lung cancer risk’ van Frederike Büchner.

In dit proefschrift, dat tot stand is gekomen door een samenwerking tussen het RIVM en Radboud Universitair Medisch Centrum, wordt de relatie tussen groente- en fruitconsumptie – zowel de hoeveelheid als de variatie in consumptie – en het risico op long- en blaaskanker onderzocht. Dit is gedaan binnen de ‘European Prospective Investigation into Cancer and nutrition’ (EPIC) studie. Tussen 1991-2000 deden meer dan een half miljoen mensen, verspreid over tien Europese landen, mee aan deze studie.

Twee fruitjes per dagIn de
studie kregen 1.830 mensen de diagnose longkanker te horen. De hoeveelheid groente die deze mensen hadden gegeten, bleek niet van invloed op het longkankerrisico. Maar een gevarieerde consumptie van groente leek het risico op longkanker wel gunstig te beïnvloeden . Wat de fruitconsumptie betreft, maakt dit onderzoek duidelijk dat meer fruit (minimaal twee stuks fruit per dag) het risico op longkanker verlaagt. De variëteit heeft geen invloed op het ontstaan ervan.

Voor zowel de hoeveelheid, als voor de variatie in groente- en fruitconsumptie geldt dat de gevonden effecten vooral voor rokers zijn gevonden. De groente- en fruitconsumptie heeft het meeste invloed op het ontstaan op plaveiselcellongkanker, een subtype van longkanker dat sterk gerelateerd is aan roken. In het onderzoek werd geen relatie gevonden tussen de consumptie van groente en fruit en het risico op blaaskanker.

Stoppen met roken is nog altijd de belangrijkste maatregel om de kans op long- en blaaskanker te verlagen.

Bron: RIVM

 

, , ,

Laat en veel te dik naar de diëtist

Diëtisten zien steeds meer mensen met ernstig overgewicht, met daarbij vaak al meerdere gezondheidsproblemen. Deze mensen hadden veel eerder voor advies kunnen komen om bijvoorbeeld gewrichtsklachten, hart- en vaatziekten en diabetes voor te zijn.

De Nederlander is nog niet uitgegroeid. Steeds meer mensen zijn te dik, inmiddels 47%. 11% kampt zelfs met ernstig overgewicht. Dit is terug te zien bij de cliëntèle van de vrijgevestigde diëtisten. De diëtisten zien steeds meer mensen met ernstig overgewicht, zo blijkt uit de cijfers van de Landelijke informatievoorziening Paramedische Zorg (LiPZ) diëtetiek. NIVEL-onderzoeker Ilse Swinkels: “Hoewel diëtisten veel breder onderlegd zijn en veel meer in huis hebben aan kennis en adviezen, besteden ze hun tijd vooral aan de strijd tegen ernstig overgewicht.”

Meerdere jaren op rij
De trendcijfers diëtetiek, cijfers van meerdere jaren op rij, laten zien dat het aantal mensen dat de diëtist bezoekt vanwege overgewicht in twee jaar tijd is gestegen van 68 naar 73%. Ongeveer een kwart van de mensen komt vanwege diabetes, 17% vanwege een te hoog cholesterol en 15% vanwege een hoge bloeddruk. De helft van de cliënten heeft meerdere aandoeningen. De combinatie overgewicht en diabetes steeg van 18 naar 21%.

Extreem zwaar
Opvallend is dat het vooral mensen met ernstig overgewicht zijn die naar de diëtist gaan, mensen met een gemiddelde Body Mass Index (BMI) – het gewicht gedeeld door lengte maal lengte – van boven de 32. Dat is bijvoorbeeld een man van 1,76 meter en honderd kilo. Die is al zo’n 25 kilo te zwaar.

Samenhang
Swinkels: “Ernstig overgewicht hangt samen met tal van chronische aandoeningen. Niet alleen met gewrichtsklachten, hart- en vaatziekten en diabetes, maar ook met bepaalde vormen van kanker. Als mensen in een eerder stadium behandeld worden, als er dus nog geen sprake is van ernstig overgewicht, verhoogt dat de kans van slagen van de behandeling. Bovendien wordt de kans op dergelijke chronische aandoeningen kleiner. Een gewichtsverlies van 5 tot 10% levert al een duidelijke gezondheidswinst op. Uit LiPZ-onderzoek blijkt dat mensen gedurende hun behandeling niet alleen afvallen, maar ook meer gaan bewegen. Dat zijn belangrijke resultaten in de strijd tegen overgewicht.”

Basisverzekering
Per 1 januari verdwijnt diëtetiek uit de basisverzekering. “Dan zullen veel van deze mensen, hoe hard ze het ook nodig hebben, de keuze maken niet meer naar de diëtist te gaan”, vreest Swinkels. “Of ze gaan nóg later, met een nog hoger BMI. Een goede behandeling is bovendien van lange duur, met begeleiding om het lagere gewicht te behouden. Als diëtetiek niet meer wordt vergoed vanuit de basisverzekering, zal het ook moeilijker worden patiënten langdurig te begeleiden.”

Bron: Nivel

, , ,

Lichaamsactiviteit werkt “obesitasgen” tegen bij overgewicht

Mensen met een bepaalde variant van het gen FTO hebben een verhoogde kans op ernstig overgewicht. Maar dit betekent niet dat ze ook echt dik hoeven te worden. Af en toe bewegen lijkt voldoende te zijn om de negatieve effecten van het gen voor een groot deel tegen te gaan.

Te dik? Het kan zijn dat dit deels komt doordat je een “obesitasgen” hebt. Maar wie zo’n gen heeft, is niet automatisch veroordeeld tot overgewicht. Je kunt de negatieve effecten van het gen zelf tegengaan.

Heb je overgewicht, en weet je dat je drager bent van een “obesitasgen”? Plof dan niet lui onderuit op de bank omdat je door dat gen toch niets aan je gewicht kunt doen. Juist als je zo’n “verkeerd” gen hebt, is lichaamsbeweging belangrijk, volgens een grote studie die deze week in PLoS Medicine staat. Beweging kan het negatieve effect van het gen zelfs voor een groot deel teniet doen.

De bijna honderd auteurs die meewerkten aan het artikel concluderen dit na een zogenoemde meta-analyse van 41 studies naar de relatie tussen het gen FTO, lichaamsactiviteit en gewicht (in de vorm van BMI). FTO is een van de bekendste “obesitasgenen”. Mensen die een “verkeerde” variant van dit gen in zich dragen, hebben grofweg anderhalf keer zo veel kans om ziekelijk overgewicht te ontwikkelen dan mensen met de “goede” variant van het gen.

Door die 41 eerdere studies op een hoop te gooien, konden de wetenschappers de gegevens van maar liefst 218.000 volwassenen van diverse geografische, sociale en etnische afkomst naast elkaar leggen. Nadat al die data was verwerkt, bleek dat mensen die regelmatig bewegen minder last hebben van het FTO-gen dan mensen die zelf aangeven dat ze eigenlijk zelden bewegen. Zij hadden nog steeds een 1,2 keer zo hoge kans op obesitas vergeleken met mensen met “goede” FTO-genen, maar deze kans was duidelijk lager dan bij mensen met “verkeerde” FTO-genen die een inactief leven leiden.

De belangrijkste conclusie die uit dit onderzoek getrokken kan worden, is volgens de auteurs dat mensen zich niet moeten laten ontmoedigen als blijkt dat ze een vervelend gen hebben. Artsen hebben in praktijk gemerkt dat mensen bij wie wordt vastgesteld dat ze de “foute” FTO-variant hebben, vaak ongezond gaan (of blijven) leven, omdat ze er toch niets aan kunnen doen dat ze te dik zijn of worden. Daar zorgt het gen wel voor.

Maar dit is dus stomweg niet waar. Je kunt wel degelijk zelf dingen doen om de negatieve gevolgen van het gen tegen te gaan. Zoals bewegen. Het is bovendien, als je op het bovengenoemde onderzoek afgaat, niet eens nodig om heel fanatiek te gaan sporten. Het ging binnen dit onderzoek alleen maar om het verschil tussen mensen die aan lichaamsbeweging doen, ongeacht in welke mate, en mensen die zelfs zelden tot nooit de trap of de fiets pakken.

De wetenschappers roepen in hun artikel bovendien de vraag op of het, met dit het achterhoofd, überhaupt nuttig is om te testen op zaken als “obesitasgenen”. Iets wat ook de Nederlands-Australische wetenschapper Lennert Veerman in een begeleidend stuk betwijfelt. Waarom zou je testen welk FTO-gen iemand heeft, als de kennis dat iemand de “verkeerde” variant heeft diegene alleen maar ten onrechte ontmoedigt?

Bron: www.wetenschap24.nl

Calorieën in voeding

De Caloriechecker
In de Caloriechecker kunt u eenvoudig zien hoeveel calorieën in een bepaald product zitten. Ook kunt u uitrekenen hoeveel calorieën u per dag gegeten en gedronken hebt. De meeste volwassen mannen tussen de 30 en 50 jaar in Nederland hebben genoeg aan 2500 kilocalorieën per dag en de meeste vrouwen aan 2000.

De Caloriechecker is ontwikkeld door het Voedingscentrum