, ,

Buiten bewegen, begint bij de voordeur!

Het is herfst en het is nat, maar dat is geen reden om binnen te gaan zitten. Trek je schoenen aan en ga naar buiten!

Buiten bewegen kan op je eigen niveau, of dat nu lekker in de tuin werken is, of een trailrun lopen door het bos. Met buiten bewegen heb je al snel een aantal voordelen te pakken!

Motivatie

Buiten is veel variatie. Al is het maar net een ander blokje om, de stand van de zon of de sterkte van de wind. Door deze wisselende omstandigheden blijft buiten zijn verrassend en hou je er zin in. Groot voordeel voor sporters is dat je bij wisselende trainingen je spieren telkens weer verrast. Ze worden telkens weer uitgedaagd en blijven zich ontwikkelen.

Frisse lucht

Buiten adem je frisse lucht in. Je longen gaan verder openstaan en alle longblaasjes nemen optimaal zuurstof op. Er hangen geen zweetluchtjes of ziektekiemen in de lucht en als je in alle seizoenen buiten beweegt, bouw je ook je weerstand op.

Vitamines

Als je buiten bent maakt je via het zonlicht dat op je huid schijnt vitamine D aan. En daarvoor hoeft het echt geen stralend weer te zijn. Twee keer per week een half uur buiten bewegen geeft je lichaam al tijd om voldoende vitamines aan te maken.

Endorfine

Van bewegen wordt je blij. Je lichaam maakt door intensief te bewegen endorfine aan. Dit zijn dezelfde stoffen die in antidepressiva zitten en ervoor zorgen dat je humeur positief blijft. Een rondje park geeft je dus al snel een goed gevoel!

Daarnaast kost het je niets om naar buiten te gaan, is buiten altijd open en kun je al bij je eigen voordeur beginnen!

17 november 2015

, , , ,

Evenementen

Hardlopen is genieten!

Blijf op de hoogte van de laatste hardloop evenementen en wedstrijden. U kunt ze hier raadplegen.
Op deze hardloopkalender vindt u een compleet overzicht van komende  hardloopwedstrijden en hardloopevenementen:

, , ,

Trainen op hartslag en ademhaling

Een goed fundament is de helft van het werk

Voor je begint met intensieve trainingen is een goede basis ontzettend belangrijk. Deze basis leg je door met een lage hartslag op een rustig tempo te sporten. Vogels kijken noemen we dat, omdat je alle tijd hebt om een ijsvogeltje te ontdekken in het riet. Dit vogels kijken is een niet te onderschatten basis voor de rest van je trainingen. Er kwam eens een bouwvakker bij Kiwi Nederland voor een inspanningstest omdat hij zich zo moe voelde. Niet alleen na de training, maar ook bij het opstaan en gedurende de dag. Uit de inspanningstest bleek dat zijn hartslag al bij lichte inspanning snel heel hoog zat. Toen ik vroeg of hij überhaupt ooit met een hartslag onder de honderd vijftig trainde antwoordde bouwvakker: ,,Neuh, daar vind ik niets aan, als ik fiets dan wil ik wel zo hard mogelijk’’. Na het zien van de supercompensatiecurve en een korte uitleg viel al snel het kwartje. ,,Tja, eigenlijk heel logisch, wij bouwen ook geen huis zonder een goed fundament. Dat fundament is misschien wel het belangrijkste van het hele huis’’, verklaarde hij zijn eigen vermoeidheid.

Hartslagzones D0, D1, D2, D3 en AT+

Hf   Af     % v /% gl

D0

6-10

100 / 0 *

D0

11-14

100 / 0 *

D0

15-18

100 / 0 *

D1

19-22

75 / 25

D2

23-26

50 / 50

D3

27-30

25/75

AT+

31+

0 / 100

Hf = hartfrequentie  Af = ademfrequentie % v / % gl = % vetvoorraden en % glycogeenvoorraden.

Zoals je ziet onderscheiden we 5 hartslagzones. D0, D1, D2, D3 en AT +. In D0 spreek je nauwelijks je energiesnelle suikers aan. Dit is een extreem rustig tempo en veel sporters zullen dit niet ervaren als training, maar als sloom bewegen. Door intensiever te sporten loopt je hartslag vanzelf omhoog en je gaat sneller ademen. In D1 adem je 19 – 22 keer per minuut en begin je ook je energiesnelle suikervoorraden aan te spreken. Dit tempo zal voor de meeste sporters ook als erg rustig voelen. Weer een hartslagzone hoger, in D2, haal je de helft van je energie uit je energiesnelle suikers en de andere helft uit je energiezuinige vetten. Dit is de zone waarin je voelt dat je wel wat doet maar je kunt het uren volhouden. In D3 ga je de snelle suikervoorraden meer en meer aanspreken en dit voelt intensief. Het AT-punt staat voor anaerobe treshholden is het omslagpunt, het punt waarop je begint te verzuren.

Trainingstip: D1 is een volwaardige hartslagzone

Veel mensen die bij ons een inspanningstest komen doen blijken vooral veel te trainen in D3. En dat is zonde, omdat je dan ook veel vermoeidheid opbouwt en je mogelijkheden niet ten volste benut. Train ook D1. Schrijf dat maar op een papiertje en plak het op je spiegel. De D1 – zone is een hartslagzone waarin je echt heel rustig sport, maar die als basis ontzettend waardevol is. Door te trainen met zulke lage hartslagen zul je merken dat je beter gaat sporten, ook met lage hartslagen. Dus je gebruikt minder energie maar je kunt hogere vermogen halen, en dat is dubbel voordeel. Wielrenners in de Tour de France hebben niet alleen veel energierijke suikervoorraden in hun spieren, maar ze kunnen ook heel hard fietsen in hun D1 – zone. Kortom, goede duursporters hebben meer energiesnelle suikers en ze kunnen ook hard fietsen op hun energiezuinige vetten. Trainen in D1 kan in het begin wennen zijn. Bij Kiwi Nederland kwam eens een wielrenner van ruim over de vijftig. Hij reed wedstrijden bij de vijftig plus, en hij wilde eens een jaar optimaal trainen om te zien wat er nog in zat. Het was november, de wedstrijden waren nog ver weg. Uit de test bleek dat de renner erg sterk was en dat hij tegen zijn omslagpunt lang en hard kon fietsen. Maar bij lichte inspanning ademde hij onnodig snel en bij een lage snelheid was zijn hartslag hoger dan nodig is. Het advies was dan ook om in december en januari vooral een goede basis te leggen in D1. Na drie dagen kreeg ik een e mail waarin stond dat hij de D1 training niet meer wilde doen. Hij schreef: Scholieren met schooltassen kunnen me bijhouden in dit tempo. Ze maken nog net geen wheely terwijl ze roepen dat ik een ouwe lul ben. Dit heeft voor mij niets met wielrennen te maken. Zo langzaam fietsen doe ik niet meer. Ik ga gewoon weer fietsen zoals ik er plezier aan beleef.

In het begin voelt een D1 training als erg langzaam. En het kan inderdaad zo zijn dat je in het begin maar 20 km/uur fietst bij zo’n lage hartslag. Maar als je het drie weken doet zul je merken dat je bij lage hartslagen geen 20 km/uur rijdt maar bijvoorbeeld 24 km/uur. En dat is een teken van progressie. Want de winst die je hier pakt schuift ook door naar hogere hartslagen. Dus in D2 en D3 kun je ook harder fietsen. Als een D1 training vervelend voelt, neem dan ook je ademhaling onder de loep. Een snelle ademhaling (door stress) bij een lage hartslag voelt onprettig. Door bewust je uitademing wat te verlengen zul je ook bij lage hartslagen lekker fietsen, en in D1 kun je prima met je mond dicht fietsen. Deze zone kun je prima anderhalf tot twee uur achter elkaar fietsen.

Trainingstip: D2 is goud waard voor een goede basis en een goed humeur

Is je D1 zone op orde, dan is D2 een perfecte zone voor een goede basis voor zware tochten. Daarbij zul je merken dat een D2 training de perfecte zone is voor een blijmoedige stemming, ook de dag ná het fietsen. In de opbouw is het altijd goed om een periode te prikken waar de helft van je trainingen uit D2 trainingen bestaan. Daar heb je lange tijd plezier van, ook je omgeving. Vooral in deze zone merk je ook dat je bij dezelfde hartslag de training anders zult ervaren. Fiets je bijvoorbeeld binnen op een Tacx of op een spinningbike, dan zul je deze zone als erg zwaar ervaren. Maar als je met relatief weinig training tegen de wind in fietst dan zit al snel in je D2 zone. Het is goed om deze zone in blokken van twintig tot dertig minuten te trainen.

Meer weten? Lees ook Verademing.

, , , ,

Ademhaling en (top)sport

Het is een mooi beeld uit de documentaire ‘Niemand kent mij’ van Geertjan Lassche over Thomas Dekker. Gerrie Kneteman is bondsoach en roept zijn pupil Thomas Dekker vanuit de ploegleiderswagen toe:

,,Goed uitademen, dan komt die inademing vanzelf”

Kneteman roept het Dekker toe als hij bezig is met het WK – tijdrijden. Goed uitademen, we horen het Kneteman zeggen maar we krijgen niet te horen wat dan een goede uitademing is. Vermoedelijk bedoelt ook Kneteman dat wat langer uitademen goed is om daarmee zuiniger met je energie om te springen. Afgelopen week mocht ik op uitnodiging van het NOC/NSF een uur lang praten over ademhaling. De sporters, in de categorie aangepast wielrennen, luisterden aandachtig en samengevat kwam mijn betoog hierop neer: adem langer uit. Bewust langer uitademen is echter niet alleen op de fiets een goed instrument.

Tennis en ademhaling

Ook bij tennissers is langer uitademen een punt van aandacht. Zie het filmpje hieronder van Andy Roddick. Voor tennisliefhebbers een mooi filmpje. Voor liefhebbers van ademen is het een nog mooier filmpje. Klik op het filmpje van 27 seconden.

Roddick moet op deze ademhaling getraind hebben. De meeste sporters zetten onbewust hun ademhaling vast als ze kracht zetten. Zoveel kracht zetten als Roddick, hij heeft de hardste service, en dan toch uitademen op je service kan alleen door te trainen.

Focus of energiebesparing

Aandacht voor je ademhaling zorgt ervoor dat je de aandacht naar je eigen lichaam brengt. Externe prikkels zoals, publiek, de geldprijs, de ruzie met je vriend of een naderend ontslag verliezen (tijdelijk) hun waarde door bewust op je ademhaling te letten. Roddick kan goed serveren. Als er miljoenen mensen mee kijken en je mogelijk een groot geldbedrag kan winnen is het dus belangrijk om je daardoor niet te laten afleiden. Gewoon goed serveren, da’s alles. Door je aandacht naar je ademhaling te brengen kun je zowel tijdens een training als op matchpoint in een belangrijke wedstrijd goed serveren.

Voor de wielrenner is er meer aan de hand. Focus is goed, maar rustiger ademen betekent ook minder energie aanspreken. En hoe harder je kunt fietsen bij dezelfde hartslag en ademhaling hoe beter.

Wij verwachten dat er in elke sport een belangrijke rol voor ademhaling kan zijn. Welke sport doe jij? En welke rol speelt ademhaling bij jouw sport?

We horen het graag.

, , , , ,

Supplementen voor sporters zijn onzin!

Supplementen slikken om uw sportprestaties te verbeteren? Volgens het Voedingscentrum is dit niet nodig.

Sporten en actief bewegen neemt sinds mensenheugenis een belangrijke plek in ons leven in. Het zorgt er immers voor dat wij er strakker en gespierder uitzien, afvallen of voor een gezond en fit gevoel. Om sneller resultaat te bereiken zijn er allerlei supplementen op de markt. Populaire supplementen zijn eiwitten, NO-Boosters, antioxidanten of creatine. Ze beloven snellere spieropbouw, een beter uithoudingsvermogen, spierherstel en nog veel meer.

Het Voedingscentrum prikt door deze fabels heen. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat  supplementen geen enkel effect hebben op het vergroten van spieren of het verbeteren van uithoudingsvermogen, met uitzondering van de stof creatine. In hun boek ‘Alles over sport en voeding’ zetten ze de fabels op een rijtje en laten zien dat eten volgens de Schijf van Vijf het beste werkt.

Zo is het niet nodig extra eiwitten te slikken omdat deze al voldoende voorkomen in een gebalanceerd dieet. NO-Boosters beloven meer zuurstof te transporteren naar de spieren voor betere prestaties. Maar het is nooit wetenschappelijk bewezen dat deze supplementen dit daadwerkelijk doen. Antioxidanten hebben over het algemeen een positief effect op ons lichaam doordat ze agressieve verbindingen (vrije radicalen) neutraliseren. Maar tijdens dit proces kunnen antioxidanten elektronen overnemen waardoor ze zelf een vrije radicaal veranderen. Het slikken van hoge concentraties antioxidanten kunnen hierdoor er voor zorgen dat het herstelproces van spieren vertragen.

Waarom werkt creatine wel?

Creatine is een lichaams eigen stof die onmisbaar is voor een gezonde stofwisseling. Het wordt in het lichaam opgeslagen. Bij inspanning ontstaat een chemisch proces waarbij het energierijke creatinefosfaat ontstaat. Dit levert het lichaam energie. Hoe meer creatine er in de spier aanwezig is, hoe meer energie ze krijgen. Daarom is creatine geschikt als supplement voor krachtsporten. Ze hebben echter geen effect op het verbeteren van het uithoudingsvermogen.

Een gebalanceerd dieet heeft vooralsnog de meest effectieve werking op het verhogen van sportprestaties.

Algemene tips voor voeding rondom sporten

  • Drink voldoende water en mijd calorierijke energiedrankjes wanneer u minder dan een half uur loopt.
  • Sport niet op een nuchtere maag maar eet bij voorkeur een licht verteerbare snack zoals een banaan of een schaaltje yoghurt.
  • Eet een gevarieerde maaltijd na afloop van het sporten. Een gevarieerde maaltijd bevat koolhydraten, eiwitten, vetten en vitaminen.

Bron: Voedingscentrum, Voeding.nl

, , ,

Werknemer moet meer sporten en bewegen

Misschien bent u met zakenrelaties wel wezen kijken naar een van de wedstrijden van het World Tennis Tournament in Rotterdam. Dan had u daar ook kunnen horen dat minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het programma ‘Sport en Bewegen in de Buurt’ introduceerde. Daarin is ook een rol voor de werkgevers weggelegd. Die moeten bewegen op het werk stimuleren.

Minister Schippers heeft samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, NOC-NSF, MKB-Nederland en VNO-NCW afspraken gemaakt om sport en beweging te stimuleren. In elke buurt, of daar nu woningen of bedrijven staan, moet iedereen die iets met sport en beweging te maken heeft beter met elkaar samenwerken en het aanbod van sportieve activiteiten beter op elkaar afstemmen. Gemeenten, sportclubs en bedrijfsleven bieden daarom samen het programma ‘Sport en Bewegen in de Buurt’ aan.

Sport op de werkvloer

Sportieve activiteiten moeten bij mensen in de buurt worden aangeboden, dus op of bij scholen, op sport- of speelveldjes in woonwijken en op of bij het werk. Het moet makkelijk worden om te sporten, zodat mensen het vaker gaan doen. Er komt een overzicht op internet van alle sportieve activiteiten. Op de website sportindebuurt.nl kan uw werkgever meer informatie vinden over de manier waarop hij bewegen op de werkvloer kan stimuleren.

Bron: Rendement

 

, , , , , ,

Hartslagmeter of ijsvogel

Veel hardlopers gebruiken een hartslagmeter. Veel van deze hardlopers met een hartslagmeter weten eigenlijk niet precies wat de hartslag precies zegt. Ze gebruiken de hartslagmeter vooral om af en toe te kijken hoe hoog de hartslag is, zonder te weten wat dit betekent. In de inspanningsfysiologie worden 5 hartslagzones genoemd:

Hartslagzones

1. D0
2. D1
3. D2
4. D3
5. AT +

D0: Warming up of cooling down – nauwelijks effect op je conditie
D1: Een lichte inspanning die veel en lang kan trainen
D2: De belangrijkste hartslagzone voor een goede (conditionele) basis
D3: Zware inspanning, een goede trainingsprikkel maar niet te vaak en alleen bij een goed herstel
AT+: Het omslagpunt (punt van verzuring) en daarboven. Voor explosiviteit

Voor beginnende lopers is het zeker aan te raden om de hartslagzones eens vast te laten stellen. Je kunt dan gericht op de hartslagzone D2 gaan lopen. In het begin is het goed om 50% van je trainingstijd in zone 2 te lopen. Voor een overzicht van plekken waar je zo’n inspanningstest kan doen, klik hier.

Middel geen doel

In het begin is het lastig om precies binnen de aangewezen hartslagzones te blijven. Na twee weken zul je echter al merken dat het beter gaat en dat je hartslag stabieler binnen de zone blijft. Het is daarbij goed om wel in de smiezen te houden dat je hartslagmeter een middel is en geen doel op zich. Blijf ook letten op je gevoel.

IJsvogel

Zo vroeg een boswachter mij laatst of het zinvol was om met een hartslagmeter te trainen. Ik beschreef vervolgens de voordelen van opbouwend sporten in je d2 zone, maar gaf aan dat sporten met een hartslagmeter ook nadelen heeft. Het is veel waard om de natuur te zien en niet alleen op je hartslagmeter te staren. Als voorbeeld zei ik dat het toch zonde zou zijn als je een ijsvogel mist omdat je hartslagmeter net gaat piepen. Enthousiast mailde hij prompt een foto die hij die middag maakte van een ijsvogel die hij onderweg had gezien.

Dus de tip is om een hartslagmeter te gebruiken om je lichaam te leren voelen. En daarna gewoon lekker om je heen kijken.

Wat zie jij tijdens een rondje hardlopen?

, , , ,

Sportieve jongeren beter op school

GRONINGEN – Jongeren die meer sporten, op wat voor niveau dan ook, presteren beter op school. Dat blijkt uit onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Door te sporten verbeteren jongeren hun vermogen tot zelfregulatie.Dit betekent dat ze leren een doel te bepalen, zelf te beslissen wat er nodig is om dat doel te bereiken en in te schatten of ze al hard genoeg gewerkt hebben. Deze vaardigheden komen ook in de schoolbanken van pas.

Onderzoeker Laura Jonker nam vragenlijsten af bij drieduizend jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Zij werden ingedeeld naar sport- en schoolniveau. Het onderzoek laat zien dat sporttalenten vaker een opleiding volgens op havo- of vwo-niveau en dat zij, ongeacht het schoolniveau, vaker gebruik maken van zelfregulatie dan regionale sporters en niet sporters.

Reflectie
Los van het niveau waarop gesport wordt lijkt sporten bij te dragen aan de ontwikkeling van zelfregulatie. Ook laat het onderzoek zien dat sporttalenten die meer reflecteren op hun sportactiviteit een grotere kans hebben om de top te halen. Daarmee biedt het onderzoek trainers, coaches en docenten handvatten om leerlingen en sporters te begeleiden naar succes

, ,

Bewegen alternatief voor slaapmiddel

Recent werd al bekend dat slaap het sportvermogen verbeterd. Nu blijkt sport eveneens de kwaliteit van je slaap te verbeteren. De kwaliteit van onze slaap gaat met 65 procent omhoog als we minstens 150 minuten per week bewegen. Bovendien zijn actieve mensen overdag minder slaperig. Dat is de conclusie van een studie onder 2600 mannen en vrouwen tussen de 18 en 85 jaar.
“Bewegen lijkt een natuurlijk alternatief voor een slaapmiddel”, vertelt onderzoek Brad Cardinal van de Oregon State University. “Hoewel het erg makkelijk is om een training over te slaan als je moe bent, is het voor je gezondheid en slaap op de lange termijn toch een betere keuze om wel te gaan sporten.”

, , , , , ,

Bewegen levert bijna helft meer kracht op voor 90-jarigen

Ook mensen op hoge leeftijd kunnen door bewegen 40 procent van hun kracht terugkrijgen. Dat heeft bijzonder hoogleraar Fysiologie van Inspanning Luc van Loon vandaag gezegd in zijn intreerede aan de Universiteit van Maastricht. ‘Zelfs voor 90-jarigen loont het om in beweging te komen,’ aldus de hoogleraar.

‘Waarom laten ze mensen niet gezamenlijk in de ochtend naar het televisieprogramma Nederland in Beweging kijken. Dan kan iedereen gezamenlijk ochtendgymnastiek doen. Of waarom organiseren ze geen gezamenlijke wandelingetjes. Als mensen voelen dat ze sterker worden, en meer dingen zelf kunnen, worden ze ook nog eens gelukkiger.’

Als mensen niet meer bewegen, verliezen ze spiermassa en dus kracht. Daarbij stijgt het risico op overgewicht en diabetes. Ook al denken ouderen zelf dat ze niet meer kunnen trainen, gymmen of bewegen, de werkelijkheid is vaak anders, zegt Van Loon: ‘Ook in een rolstoel kun je bewegen. Ouderen kunnen veel meer dan ze denken, ook al zie je niet goed meer, of heb je andere mankementen.’

De overheid zou instellingen voor ouderenzorg moeten aanmoedigen beweging en sport op de agenda te zetten, vindt de hoogleraar.

Bron: VK.nl