,

10 redenen om te bewegenen en te sporten

1  is goed voor je hart

Hart- en vaatziekten zijn de grootste doodsoorzaak in het westen. Van een zwakke biceps sterf je niet, van een zwakke hartspier wel. Vooral duursporten (wandelen, joggen, lopen, fietsen, zwemmen,…) zijn de ideale bondgenoten van het hart.

2 is goed voor je longen

Bewegen houdt je longen en de ademhalingsspieren rondom in conditie.Ook astmapatiënten hebben baat bij beweging.

3 voorkomt overgewicht

Bewegen verhoogt de stofwisseling (via spieropbouw en vetafbraak), een belangrijk wapen in het voorkomen en het bestrijden van overgewicht en obesitas. Vandaar de uitspraak: “Het beste dieet is een dieet met een flinke portie beweging.”

4 kan diabetes voorkomen

Beweging zorgt er voor dat de glucose beter kan doordringen in de cellen. Zo helpt bewegen bepaalde vormen van diabetes voorkomen. Maar ook diabetespatiënten hebben baat bij sport, wanneer dit onder verantwoorde omstandigheden gebeurt.

5 kan osteoporose voorkomen

Vanaf je 35ste worden je beenderen poreuzer en kwetsbaarder. Stilzitten versnelt dit proces. Bewegen houdt je beenderen, spieren en gewrichten stevig, soepel en in conditie. Ook wie last heeft van artritis of osteoporose, heeft baat bij niet belastende bewegingsvormen.

6 kan kanker voorkomen

Voor sommige vormen van kanker (dikke darmkanker, borstkanker) is het preventieve effect van voldoende bewegen bewezen. Ook bij tumortherapie blijkt dat wie kan bewegen, daar baat bij heeft en de bijwerkingen beter aankan.

7 kan stress, angst en depressies verminderen

Wie beweegt, bouwt de opgehoopte stresshormonen op natuurlijke wijze af. Je kan dus letterlijk de ‘stress uit je lijf lopen’. Bewegen beïnvloedt ook je mentale gezondheid. Actievelingen voelen zich beter in hun vel, angsten en depressies kunnen verminderen. In de psychiatrie wordt beweging steeds vaker gebruikt als onderdeel van de therapie.

8 is goed voor je sociale leven

Het is vaak leuker en meer motiverend om samen met anderen te sporten. Bewegen levert vaak sociale contacten op. Wat dan weer helpt om bewegen langer –levenslang!- vol te houden.

9 is goed voor je portemonnee

Actievelingen leven niet alleen langer, ze leven ook beter. Ze scoren lager op hospitalisatie, doktersbezoek en gebruik van medicatie. Wat niet alleen goed is voor je gezondheid, maar ook voor je portemonnee. Beter nu geld uitgeven aan wandelschoenen of een fiets, dan later het tienvoudige aan de dokter.

10 is de beste vorm van pensioensparen

Ouder worden is een fysiologisch proces, waarbij het lichaam verzwakt. Die evolutie kan afgeremd worden. Levensstijl en fysieke activiteit spelen daarbij een bepalende rol. Je leven lang bewegen is het beste medicijn tegen typische ouderdomsziekten als artritis, osteoporose, hoge bloeddruk, enz…

Met dank aan: Partena Ziekenfonds 

, , , ,

Sportieve jongeren beter op school

GRONINGEN – Jongeren die meer sporten, op wat voor niveau dan ook, presteren beter op school. Dat blijkt uit onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Door te sporten verbeteren jongeren hun vermogen tot zelfregulatie.Dit betekent dat ze leren een doel te bepalen, zelf te beslissen wat er nodig is om dat doel te bereiken en in te schatten of ze al hard genoeg gewerkt hebben. Deze vaardigheden komen ook in de schoolbanken van pas.

Onderzoeker Laura Jonker nam vragenlijsten af bij drieduizend jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Zij werden ingedeeld naar sport- en schoolniveau. Het onderzoek laat zien dat sporttalenten vaker een opleiding volgens op havo- of vwo-niveau en dat zij, ongeacht het schoolniveau, vaker gebruik maken van zelfregulatie dan regionale sporters en niet sporters.

Reflectie
Los van het niveau waarop gesport wordt lijkt sporten bij te dragen aan de ontwikkeling van zelfregulatie. Ook laat het onderzoek zien dat sporttalenten die meer reflecteren op hun sportactiviteit een grotere kans hebben om de top te halen. Daarmee biedt het onderzoek trainers, coaches en docenten handvatten om leerlingen en sporters te begeleiden naar succes

, , , ,

Rugpijn door onverwachte verstoringen

inactiviteitYun-Ju Lee laat in haar promotieonderzoek zien hoe onverwachte verstoringen tijdens het duwen van karren tot rugletsel kunnen leiden. Verstoringen tijdens de bestudeerde realistische taken blijken een andere impact te hebben op de romp dan eerder bestudeerde strikt gecontroleerde maar kunstmatige verstoringen.

Duwen van karren kan een uitdaging zijn voor de controle van de romp. De romp kan worden verstoord met een relatief kleine veiligheidsmarge om instabiliteit te voorkomen door een object met een hoge traagheid (inertie). Dit kan leiden tot ongecontroleerde bewegingen van de romp en ongepaste rompspieractiviteit kan de kans op lage rugblessure verder verhogen.

Plotseling starten of stoppen met de kar duwen veroorzaakt ongecontroleerde rompbewegingen door de veranderingen in contactkracht tussen kar en handen. Als iemand deze veranderingen verwacht en op heuphoogte duwt, waarbij hij de romp enigszins voorover buigt, vermindert dat de impact van deze verstoringen door een hogere activiteit van buik- en rugspieren. Hierdoor wordt de stijfheid in het sagittale vlak verhoogd. Het sagittale vlak loopt van voor naar achter, en verdeelt het lichaam in een linker en rechter helft.

Het verstoren van de romp in de draairichting, zoals bij het duwen van een kar over een oneffen oppervlak, waardoor asymmetrische krachten op de beide handen optreden, wordt op vergelijkbare wijze tegengegaan door het gelijktijdige activeren van de schuine buikspieren. Grotere asymmetrie van de krachten op de handen kan worden verwacht bij het sturen de wagen in een nieuwe richting. Wanneer een kar onverwacht moet worden gedraaid treedt ongecontroleerde torsie (één deel wordt meer gedraaid dan een ander deel) van de romp op met een late reactie in rompspieractiviteit.

Bron: Medicalfacts

, ,

Bewegingsmeting nu voor iedereen bereikbaar

Om patiënten met bewegingsstoornissen goed te kunnen behandelen is het belangrijk om hun bewegingen precies te kunnen meten. Josien van den Noort onderzocht systemen die bewegingsmeting in ieder ziekenhuis, revalidatiecentrum of fysiotherapiepraktijk mogelijk maken. Van den Noort promoveert op 27 oktober bij VUmc.

 

Tot nu toe konden bewegingsmetingen alleen in een speciaal bewegingslaboratorium worden uitgevoerd. Vaak is zo’n duur en complex bewegingslaboratorium, met camera’s en in de grond gebouwde krachtmeters, echter niet voorhanden. Met ambulante systemen kunnen de metingen door elke zorgverlener op iedere gewenste plek worden gedaan. Van den Noort heeft haar onderzoek uitgevoerd bij kinderen met cerebrale parese (spasticiteit) en volwassenen met knieartrose (gewrichtsslijtage).

Bij ambulante bewegingsmetingen wordt gebruik gemaakt van kleine sensoren en speciale schoenen, zoals inertiaal-sensoren en krachtschoenen. Inertiaal-sensoren zijn kleine lichtgewicht doosjes (ter grootte van lucifersdoosjes) die op het lichaam worden aangebracht en de beweging (gewrichtshoeken) registreren. Krachtschoenen zijn orthopedische schoenen met aan de onderkant twee krachtsensoren die tijdens het lopen de kracht onder de voet opmeten.

In haar proefschrift laat Van den Noort zien dat inertiaal-sensoren het meten van gewrichtshoeken tijdens spasticiteittesten bij kinderen met cerebrale parese verbeteren. De sensoren meten daarnaast nauwkeurig de gewrichtshoeken tijdens looptaken bij deze kinderen. Bovendien zijn inertiaal-sensoren en krachtschoenen nauwkeurige meetinstrumenten voor het meten van de kniebelasting bij patiënten met knieartrose.

Een bewegingsmeting van patiënten is via deze ambulante systemen bereikbaar voor iedere zorgverlener, waardoor betere besluiten rondom revalidatie van patiënten kunnen worden genomen.

Om patiënten met bewegingsstoornissen goed te kunnen behandelen is het belangrijk om hun bewegingen precies te kunnen meten. Josien van den Noortonderzocht systemen die bewegingsmeting in ieder ziekenhuis, revalidatiecentrum of fysiotherapiepraktijk mogelijk maken. Van den Noort promoveert vandaag bij VUmc.Tot nu toe konden bewegingsmetingen alleen in een speciaal bewegingslaboratorium worden uitgevoerd. Vaak is zo’n duur en complex bewegingslaboratorium, met camera’s en in de grond gebouwde krachtmeters, echter niet voorhanden. Met ambulante systemen kunnen de metingen door elke zorgverlener op iedere gewenste plek worden gedaan. Van den Noort heeft haar onderzoek uitgevoerd bij kinderen met cerebrale parese (spasticiteit) en volwassenen met knieartrose (gewrichtsslijtage).

Bij ambulante bewegingsmetingen wordt gebruik gemaakt van kleine sensoren en speciale schoenen, zoals inertiaal-sensoren en krachtschoenen. Inertiaal-sensoren zijn kleine lichtgewicht doosjes (ter grootte van lucifersdoosjes) die op het lichaam worden aangebracht en de beweging (gewrichtshoeken) registreren. Krachtschoenen zijn orthopedische schoenen met aan de onderkant twee krachtsensoren die tijdens het lopen de kracht onder de voet opmeten.

In haar proefschrift laat Van den Noort zien dat inertiaal-sensoren het meten van gewrichtshoeken tijdens spasticiteittesten bij kinderen met cerebrale parese verbeteren. De sensoren meten daarnaast nauwkeurig de gewrichtshoeken tijdens looptaken bij deze kinderen. Bovendien zijn inertiaal-sensoren en krachtschoenen nauwkeurige meetinstrumenten voor het meten van de kniebelasting bij patiënten met knieartrose.

Een bewegingsmeting van patiënten is via deze ambulante systemen bereikbaar voor iedere zorgverlener, waardoor betere besluiten rondom revalidatie van patiënten kunnen worden genomen. Josien van den Noort is ook verbonden aan onderzoeksinstituut MOVE aan de VU te Amsterdam.

Bron: VUmc

,

Bewegen verbetert conditie nierpatiënten

Lichaamsbeweging is goed, ook als je nierproblemen hebt. Tot deze conclusie komen onderzoekers van het Karolinska Instituut, een medische universiteit in Stockholm.

Patiënten met nierinsufficiëntie verliezen doorgaans een groot stuk van hun conditie als gevolg van bloedarmoede en spierzwakte, die bovendien vermoeidheid veroorzaken waardoor de patiënten nog minder gaan bewegen waardoor hun conditie nog verder achteruit gaat; een zichzelf versterkend proces.

De Zweedse artsen bekeken 45 kleinere onderzoeken onder 1863 patiënten met nierfalen of met een getransplanteerde nier. De patiënten werden tussen de twee maanden tot anderhalf jaar gevolgd, en kregen in die tijd een aantal sportlessen van tussen de 20 minuten en 2 uur per les. De lessen varieerden van aerobics tot krachttraining. Na afloop van de onderzoeken bleken de sportende patiënten het lichamelijk beter te maken dan de patiënten uit de controlegroep, die niet hadden gesport. De resultaten waren het best bij 4 tot 6 maanden 3 keer per week 30 tot 90 minuten sporten onder begeleiding, waarbij intensieve aerobics en krachttraining werden afgewisseld.

Afgaand op deze resultaten pleiten de onderzoekers voor het opnemen van lichaamsbeweging in de behandeling van nierpatiënten, ook bij patiënten in een vergevorderd stadium van nierfalen.

Bron: Nier Nieuws

 

, , , ,

Helft hardlopers drinkt te veel tijdens wedstrijd

Zoals we allemaal weten is drinken tijdens inspanning erg belangrijk, maar bijna de helft van de recreatieve hardlopers drinkt te veel tijdens wedstrijden. Experts adviseren deze lopers om alleen te drinken als ze dorst hebben.

Zout
Een Amerikaans onderzoeksteam van het Loyola University Health System bestudeerden 197 recreatieve hardlopers: 91 mannen en 106 vrouwen. De mannen liepen gemiddeld al 13 jaar hard. Voor de vrouwen was dit acht jaar. De lopers hadden gemiddeld al twee eerdere wedstrijden gelopen.Uit het onderzoek bleek onder andere  dat 37 procent van de lopers een vastgesteld schema  aanhoudt om te drinken en 9 procent drinkt zo veel mogelijk. Daarnaast dacht bijna een derde dat ze extra zout moesten innemen tijdens het lopen en meer dan de helft van de hardlopers dronk een sportdrank om een laag zoutgehalte in het bloed te voorkomen.

Teveel water
De belangrijkste oorzaak van een zouttekort tijdens het hardlopen is juist het drinken van teveel water. Teveel vocht kan leiden tot een tekort aan natruim in het bloed. Symptomen hiervan zijn onder andere misselijkheid, overgeven, hoofdpijn, verwardheid, spierverslapping, spasme en kramp. In extreme gevallen kan het  leiden tot flauwvallen, coma of zelfs overlijden.

Conclusie
Alleen drinken als je dorst hebt is de veiligste manier om jezelf te hydrateren tijdens een duursport.

Bron: Je Echte Leeftijd

, , ,

Duurtraining beter tegen buikvet dan krachtraining

Hardlopen, joggen en stevig wandelen is beter tegen buikvet dan krachttraining, schrijft Nu.nl.
Dit blijkt uit nieuw onderzoek bij het Duke University Medical Center.
Tijdens het onderzoek resulteerde aerobe training in de grootste afname van visceraal vet. Bij krachttraining verdween veel minder buikvet en de hoeveelheid visceraal vet nam toe.
Bij een combinatietraining nam buikvet het snelst af, maar het inwendige vet in mindere mate. De onderzoekers hebben hun bevindingen gepubliceerd in het American Journal of Psychology.


, , , , , ,

Drie jaar langer leven door kwartier bewegen per dag

Kwartier  beweging per dag

Met een kwartier matige beweging per dag kun je je levensduur al met drie jaar verlengen, blijkt uit een groot onderzoek in Taiwan. Dat meldt persbureau Reuters.

Het resultaat van het onderzoek laat zien dat met de helft van het advies dat nu in de meeste landen gehanteerd wordt (30 minuten per dag), al resultaat geboekt kan worden. Onder middelmatige beweging wordt bijvoorbeeld verstaan goed doorstappen naar je werk of traplopen.

Volgens hoofdonderzoeker Chi Pang Wen is dit een universeel basisadvies: ‘Dit geldt voor mannen, vrouwen, oud en jong, rokers, ongezonde en gezonde mensen.’

Wen en zijn collega’s bekeken gedurende 13 jaar de lichaamsbeweging en de gezondheid van 416.000 proefpersonen. Daaruit bleek dat degenen die 15 minuten gematigd bewegen per dag gemiddeld 3 jaar langer leefden dan degenen die niet aan lichaamsbeweging deden. ‘In de eerste 15 minuten zijn de voordelen enorm’, concludeert Wen. Hierbij werden andere indicatoren zoals gewicht en leeftijd ook meegenomen.

Uit het onderzoek bleek eveneens dat meer bewegen ook samengaat met een verkleinde kans op kanker. In de groep die minimaal een kwartier per dag bewoog, werden 10 procent minder kankergevallen geconstateerd dan in de groep zonder lichaamsbeweging.

Volgens Wen is dit het eerste onderzoek dat laat zien wat het minimum aan lichaamsbeweging is dat nodig is voor een mens. Wen en andere experts hopen dat de naar beneden bijgestelde duur meer mensen motiveert om van de bank te komen.

Bron: Volkskrant

, , , , ,

Hardlopen als huiswerk

Het hardloopprogramma Start to Run lijkt een goede manier om de minder actieve Nederlander in beweging te krijgen. Deelnemers blijken na afloop van het programma meer te bewegen en ook op de lange termijn geeft 70% aan nog steeds hard te lopen.

Tweemaal per jaar biedt de Atletiekunie op ruim 126 locaties het programma Start to Run aan. Het is gericht op beginnende hardlopers. Gedurende zes weken maken ze kennis met hardlopen. Ze lopen per week één keer onder begeleiding van een professionele coach en twee keer zelf als ‘huiswerk’. Ze krijgen informatie over goede schoenen en voeding en na zes weken wordt het programma afgesloten met een testloop van drie tot vijf kilometer. Het programma wordt uitgevoerd binnen het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen, dat erop is gericht minder actieve Nederlanders meer te laten bewegen.

Fit
Hardlopen is een intensieve activiteit. De positieve effecten van het programma zijn vooral terug te zien in het aantal mensen dat de fitnorm haalt van drie keer per week twintig minuten intensief bewegen, zo blijkt uit onderzoek van het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg). Bovendien blijkt het programma geschikt om – vergeleken met de controlegroep – een relatief grote groep minder actieve mensen aan te trekken. NIVEL-onderzoeker Linda Ooms: “Hardlopen is een laagdrempelige sport, die veel mensen makkelijk kunnen beoefenen.Het kost weinig tijd en geld. Een programma als Start to Run geeft mensen net dat zetje in de rug om samen in een groep op een plezierige manier te beginnen met sporten en bewegen, en daar ook mee door te gaan.”

Onderzoek
Aan het onderzoek werkten 100 deelnemers aan Start to Run mee en een controlegroep van bijna 700 mensen uit het Consumentenpanel Gezondheidszorg van het NIVEL.Bij beide groepen is op twee meetmomenten bepaald hoeveel mensen voldoen aan de beweegnormen: bij aanvang van Start to Run en na een half jaar. Het onderzoek is gesubsidieerd door NOC*NSF.

,

Lagere hormonen door vetverlies

Deelname aan een bewegingsprogramma verlaagt de concentratie van geslachtshormonen alleen bij vrouwen die lichaamsvet verliezen. Onderzoekers van het UMC Utrecht en het RIVM schrijven dit in het tijdschrift Journal of Clinical Oncology van 6 juli. Een hoge concentratie geslachtshormonen na de overgang vergroot de kans op borstkanker.

Aan het onderzoek van dr. Evelyn Monninkhof van het Julius Centrum van het UMC Utrecht in samenwerking met het RIVM deden bijna tweehonderd niet-sportieve vrouwen uit de regio Utrecht mee. De helft volgde een jaar lang een bewegingsprogramma op een sportschool, de andere helft mocht de leefstijl onveranderd laten. Het programma bestond uit ‘aerobics’ en ‘spinning’ gecombineerd met spiertraining en daarnaast wandelen en fietsen. De vrouwen verkeerden allemaal na de overgang en waren tussen de 50 en 69 jaar oud.

Monninkhof vergeleek de geslachtshormoon concentraties voor, tijdens en na het onderzoek. Het volgen van het bewegingsprogramma bleek géén effect te hebben op de hormoonspiegels in de hele groep. Sportende vrouwen hadden na een jaar geen lagere hormoonconcentraties dan de controle-vrouwen, en daarmee ook geen lager risico op borstkanker.

Maar Monninkhof zag wel een effect van het bewegingsprogramma bij vrouwen die waren afgevallen. Bij vrouwen waar de hoeveelheid lichaamsvet met meer dan twee procent was gedaald, waren de concentraties geslachts hormonen lager in de bewegingsgroep dan in de controlegroep. Daarnaast liet de studie bij alle vrouwen zien dat bij afvallen hormoonspiegels daalden. Verlies aan lichaamsvet is overigens niet hetzelfde als gewichtsverlies in het algemeen.

Het is wereldwijd pas de tweede keer dat wetenschappers het effect van een trainingsprogramma op geslachtshormonen onderzoeken. Vrouwen die regelmatig lichamelijk actief zijn, hebben naar schatting twintig tot veertig procent minder kans op borstkanker dan vrouwen die weinig lichamelijk actief zijn. Bij vrouwen na de menopauze is overgewicht een risicofactor. Geslachtshormonen vormen de meest waarschijnlijke schakel tussen beweging, overgewicht en het risico op borstkanker. De vraag blijft of bewegen alleen werkt doordat vrouwen (meer) afvallen of dat bewegen een extra effect heeft op het borstkankerrisico. Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen, een op de negen vrouwen krijgt het.

Bron: Fysioweb