, , , ,

Eten zoals vroeger verbetert gezondheid

darmen-sport-voedingGezond ouder worden kan door terug te keren naar de voedingsgewoonten uit de steentijd, vertaald naar de cultuur van de 21e eeuw. Dat concludeert promovendus Remko Kuipers. Hij onderzocht waar onze voorouders leefden en maakte een reconstructie van hun voeding.

De voeding van onze voorouders bevatte meer eiwitten, minder koolhydraten, minder linolzuur en meer omega-3-vetzuren, stelt Kuipers.

Minder linolzuur
De oervoeding bevat volgens Kuipers veel minder linolzuur (omega-6-vetzuur) dan westerse voeding. Dit is relevant vanwege de heersende veronderstelling dat een hoge inname van linolzuur een beschermende werking heeft op het ontstaan van hart- en vaatziekten.

In lijn met de inzichten van Kuipers laat een recente Amerikaanse studie zien dat de aanbevolen vervanging van verzadigde vetzuren door linolzuur in de westerse wereld eerder een toename dan een afname van hart- en vaatziekten heeft veroorzaakt.

Verzadigd vet
Kuipers bekritiseert daarnaast de huidige praktijk om verzadigd vet in de voeding te vervangen door koolhydraten. Op basis van een literatuurstudie stelt hij dat niet de inname van verzadigd vet, maar juist de inname van koolhydraten met een hoge glycemische index zoals suikers in frisdranken en snoep, de kans op hart- en vaatziekten verhoogt.

Deze inzichten stemmen overeen met de resultaten van de reconstructie van de oervoeding. Hierin was verzadigd vet in gelijke hoeveelheden aanwezig als in de huidige westerse voeding, terwijl de oervoeding daarnaast meer eiwitten, en juist minder koolhydraten bevatte.

Vetzuren en ziektes
De vetzuursamenstelling van de hedendaagse voeding wordt in verband gebracht met typische westerse ziektes, haalt Kuipers verder aan. Zo bestaat er consensus dat te weinig inname van omega-3-vetzuren bij volwassenen verband houdt met het ontstaan van hart- en vaatziekten en depressie. Bij pasgeboren kinderen zou het krijgen van te weinig omega-3-vetzuren leiden tot een minder optimale ontwikkeling van de hersenen.

Proefschrift
Remko Kuipers promoveert 26 maart op zijn proefschrift ‘Fatty acids in human evolution: contributions to evolutionary medicine‘.

Bron: Rijksuniversiteit Groningen

, , , ,

Darmen spelbreker bij sporten

Maar liefst 51% van de Nederlanders heeft regelmatig last van darmklachten. Dit blijkt uit een onderzoek in opdracht van VSM. Vrouwen gaven met 62% aan vaker last te hebben dan mannen (42%). Mediaxplain Research onderzocht in opdracht van VSM bij 2534 Nederlanders naar mogelijke darmproblemen en de gevolgen daarvan. Borrelende buiken, buikpijn, een opgeblazen gevoel, problemen met ontlasting en verstopping zijn de meest voorkomende darmklachten. Uit het onderzoek bleek dat sporten in de top 3 staat van activiteiten die absoluut worden vermeden bij deze klachten. Ook sociale activiteiten worden het liefst afgezegd.

Darmklachten worden vaak veroorzaakt door een ongezonde levensstijl. De grootste boosdoeners zijn: eenzijdige en vezelarme voeding, onvoldoende drinken, weinig lichaamsbeweging en antibiotica kuren. Deze veroorzaken een overschot aan ongunstige bacteriën in onze darmen waardoor perikelen kunnen ontstaan.

Tips voor voeding bij darmklachten

Darmklachten zijn eenvoudig te verminderen door uw voedingspatroon aan te passen.

  • Sla geen maaltijd over, ook niet het ontbijt. Verstoring van de regelmaat kan darmklachten verergeren.
  • Beweeg minimaal een half uur per dag. Regelmatige beweging kan obstipatie (verstopping) voorkomen.
  • Eet voldoende voedingsvezels. Voedingsvezels komen voor in de vliesjes van plantaardige producten zoals graan, fruit of peulvruchten. Ze bestaan in twee varianten: oplosbare voedingsvezels en onoplosbare voedingsvezels. Oplosbare voedingsvezels binden het vocht in de ontlasting. Dit vergemakkelijkt de stoelgang. Onoplosbare voedingsvezels verlagen de druk in de darmen waardoor darmkrampen minder erg worden. De beste bronnen van voedingsvezels zijn volkoren brood, zilvervliesrijst, peulvruchten, ongeschild fruit en noten.
  • Mijd bij voorkeur de volgende voeding wanneer u last heeft van uw darmen: koolzuurhoudende dranken, onrijp fruit, prei en uien en voorgeproduceerd voedsel met weinig vezels zoals fast food.

 

 

, , ,

Welvaartsziekten veroorzaakt door leefstijl

Een kwart van de welvaartsziekten komt door leefstijl. Recent onderzoek wijst zelfs uit dat 40 procent van de kankergevallen wordt veroorzaakt door leefstijl. Veel van deze ziekten is te voorkomen. Daarmee blijft de zorg betaalbaar en kunnen meer mensen meedoen aan betaald en onbetaald werk; dit geldt het meest voor mensen met een lage opleiding. Wat is hiervoor nodig? De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) presenteert vandaag zijn advies ‘Preventie van welvaartsziekten’ en overhandigt het advies aan de voorzitter van GGD Nederland, mr. E.M. d’Hondt.

De minister kiest voor gezondheidsbeleid dicht bij de mensen, dus lokaal en dat is de goede richting. Maar de Raad vindt dat dit met meer kracht moet gebeuren. Er zijn al diverse goede initiatieven van gemeenten en verzekeraars, ook met goede resultaten. De GGD en diverse andere gemeentelijke sectoren werken daar dan aan mee. De minister moet nu zorgen voor meer stimulansen. De RVZ pleit voor een preventiefonds, waaruit doortimmerde plannen voor preventie van verzekeraars en gemeenten gefinancierd kunnen worden. Een professionele GGD hoort daarbij. Ook moeten gemeenten en verzekeraars goed inzicht verwerven waar, in welke buurt of wijk, aanpak van ongezondheid het hardst nodig is. Daarvoor moeten ze informatie uitwisselen.

Maar dat is nog niet genoeg. Een voorbeeld: tabaksvoorlichting op scholen door de GGD werkt veel beter als de minister ook bepaald heeft dat de schoolpleinen rookvrij moeten zijn. De minister moet dus duidelijk zijn over het belang van gezonde leefstijl en gezonde omstandigheden. Ook zou de minister strenger en doortastender moeten zijn bij de bescherming tegen te veel zout in ons dagelijkse voedsel. De Raad is van mening dat gezondheidsbescherming op zijn plaats is voor de jeugd. Ook de burger, die terecht wordt aangesproken op de eigen verantwoordelijkheid, is niet altijd in de gelegenheid om een gezonde keuze te maken.

Join the Forum discussion on this post

, , ,

Laat en veel te dik naar de diëtist

Diëtisten zien steeds meer mensen met ernstig overgewicht, met daarbij vaak al meerdere gezondheidsproblemen. Deze mensen hadden veel eerder voor advies kunnen komen om bijvoorbeeld gewrichtsklachten, hart- en vaatziekten en diabetes voor te zijn.

De Nederlander is nog niet uitgegroeid. Steeds meer mensen zijn te dik, inmiddels 47%. 11% kampt zelfs met ernstig overgewicht. Dit is terug te zien bij de cliëntèle van de vrijgevestigde diëtisten. De diëtisten zien steeds meer mensen met ernstig overgewicht, zo blijkt uit de cijfers van de Landelijke informatievoorziening Paramedische Zorg (LiPZ) diëtetiek. NIVEL-onderzoeker Ilse Swinkels: “Hoewel diëtisten veel breder onderlegd zijn en veel meer in huis hebben aan kennis en adviezen, besteden ze hun tijd vooral aan de strijd tegen ernstig overgewicht.”

Meerdere jaren op rij
De trendcijfers diëtetiek, cijfers van meerdere jaren op rij, laten zien dat het aantal mensen dat de diëtist bezoekt vanwege overgewicht in twee jaar tijd is gestegen van 68 naar 73%. Ongeveer een kwart van de mensen komt vanwege diabetes, 17% vanwege een te hoog cholesterol en 15% vanwege een hoge bloeddruk. De helft van de cliënten heeft meerdere aandoeningen. De combinatie overgewicht en diabetes steeg van 18 naar 21%.

Extreem zwaar
Opvallend is dat het vooral mensen met ernstig overgewicht zijn die naar de diëtist gaan, mensen met een gemiddelde Body Mass Index (BMI) – het gewicht gedeeld door lengte maal lengte – van boven de 32. Dat is bijvoorbeeld een man van 1,76 meter en honderd kilo. Die is al zo’n 25 kilo te zwaar.

Samenhang
Swinkels: “Ernstig overgewicht hangt samen met tal van chronische aandoeningen. Niet alleen met gewrichtsklachten, hart- en vaatziekten en diabetes, maar ook met bepaalde vormen van kanker. Als mensen in een eerder stadium behandeld worden, als er dus nog geen sprake is van ernstig overgewicht, verhoogt dat de kans van slagen van de behandeling. Bovendien wordt de kans op dergelijke chronische aandoeningen kleiner. Een gewichtsverlies van 5 tot 10% levert al een duidelijke gezondheidswinst op. Uit LiPZ-onderzoek blijkt dat mensen gedurende hun behandeling niet alleen afvallen, maar ook meer gaan bewegen. Dat zijn belangrijke resultaten in de strijd tegen overgewicht.”

Basisverzekering
Per 1 januari verdwijnt diëtetiek uit de basisverzekering. “Dan zullen veel van deze mensen, hoe hard ze het ook nodig hebben, de keuze maken niet meer naar de diëtist te gaan”, vreest Swinkels. “Of ze gaan nóg later, met een nog hoger BMI. Een goede behandeling is bovendien van lange duur, met begeleiding om het lagere gewicht te behouden. Als diëtetiek niet meer wordt vergoed vanuit de basisverzekering, zal het ook moeilijker worden patiënten langdurig te begeleiden.”

Bron: Nivel

, , ,

Lichaamsactiviteit werkt “obesitasgen” tegen bij overgewicht

Mensen met een bepaalde variant van het gen FTO hebben een verhoogde kans op ernstig overgewicht. Maar dit betekent niet dat ze ook echt dik hoeven te worden. Af en toe bewegen lijkt voldoende te zijn om de negatieve effecten van het gen voor een groot deel tegen te gaan.

Te dik? Het kan zijn dat dit deels komt doordat je een “obesitasgen” hebt. Maar wie zo’n gen heeft, is niet automatisch veroordeeld tot overgewicht. Je kunt de negatieve effecten van het gen zelf tegengaan.

Heb je overgewicht, en weet je dat je drager bent van een “obesitasgen”? Plof dan niet lui onderuit op de bank omdat je door dat gen toch niets aan je gewicht kunt doen. Juist als je zo’n “verkeerd” gen hebt, is lichaamsbeweging belangrijk, volgens een grote studie die deze week in PLoS Medicine staat. Beweging kan het negatieve effect van het gen zelfs voor een groot deel teniet doen.

De bijna honderd auteurs die meewerkten aan het artikel concluderen dit na een zogenoemde meta-analyse van 41 studies naar de relatie tussen het gen FTO, lichaamsactiviteit en gewicht (in de vorm van BMI). FTO is een van de bekendste “obesitasgenen”. Mensen die een “verkeerde” variant van dit gen in zich dragen, hebben grofweg anderhalf keer zo veel kans om ziekelijk overgewicht te ontwikkelen dan mensen met de “goede” variant van het gen.

Door die 41 eerdere studies op een hoop te gooien, konden de wetenschappers de gegevens van maar liefst 218.000 volwassenen van diverse geografische, sociale en etnische afkomst naast elkaar leggen. Nadat al die data was verwerkt, bleek dat mensen die regelmatig bewegen minder last hebben van het FTO-gen dan mensen die zelf aangeven dat ze eigenlijk zelden bewegen. Zij hadden nog steeds een 1,2 keer zo hoge kans op obesitas vergeleken met mensen met “goede” FTO-genen, maar deze kans was duidelijk lager dan bij mensen met “verkeerde” FTO-genen die een inactief leven leiden.

De belangrijkste conclusie die uit dit onderzoek getrokken kan worden, is volgens de auteurs dat mensen zich niet moeten laten ontmoedigen als blijkt dat ze een vervelend gen hebben. Artsen hebben in praktijk gemerkt dat mensen bij wie wordt vastgesteld dat ze de “foute” FTO-variant hebben, vaak ongezond gaan (of blijven) leven, omdat ze er toch niets aan kunnen doen dat ze te dik zijn of worden. Daar zorgt het gen wel voor.

Maar dit is dus stomweg niet waar. Je kunt wel degelijk zelf dingen doen om de negatieve gevolgen van het gen tegen te gaan. Zoals bewegen. Het is bovendien, als je op het bovengenoemde onderzoek afgaat, niet eens nodig om heel fanatiek te gaan sporten. Het ging binnen dit onderzoek alleen maar om het verschil tussen mensen die aan lichaamsbeweging doen, ongeacht in welke mate, en mensen die zelfs zelden tot nooit de trap of de fiets pakken.

De wetenschappers roepen in hun artikel bovendien de vraag op of het, met dit het achterhoofd, überhaupt nuttig is om te testen op zaken als “obesitasgenen”. Iets wat ook de Nederlands-Australische wetenschapper Lennert Veerman in een begeleidend stuk betwijfelt. Waarom zou je testen welk FTO-gen iemand heeft, als de kennis dat iemand de “verkeerde” variant heeft diegene alleen maar ten onrechte ontmoedigt?

Bron: www.wetenschap24.nl

, ,

Nederlanders eten te weinig gezonde voeding

Veel Nederlanders eten nog steeds te weinig fruit, groente, vis en vezel en voldoen daardoor niet aan de richtlijnen goede voeding. Wel is het type vet in de voeding verbeterd, doordat vooral de hoeveelheid transvetzuren in voedingsmiddelen is afgenomen. Het aandeel verzadigde vetzuren in de voeding is echter nog ongunstig en overgewicht komt frequent voor. Dit blijkt uit recente voedselconsumptiegegevens van het RIVM in opdracht van het ministerie van VWS. Hiervoor is tussen 2007 en 2010 in kaart gebracht wat kinderen en volwassenen consumeren.

Een gezond voedingspatroon is van belang om overgewicht en chronische ziekten tegen te gaan. Veel voorkomende aan voeding gerelateerde ziekten zijn hart- en vaatziekten, verschillende vormen van kanker, overgewicht en ouderdomsdiabetes. Met de verkregen kennis van het huidige consumptiepatroon kan een gezondere voeding worden gestimuleerd. Dit kan via veranderingen in het voedselaanbod en het voedingsgedrag.

Uit het onderzoek dat 5 oktober aan VWS is aangeboden blijkt bijvoorbeeld dat van de kinderen (vanaf 7 jaar) slechts 1 tot 2 procent voldoende groente eet; bij volwassen is dat maximaal 14 procent. Ook de fruitconsumptie ligt ver onder de aanbevolen hoeveelheid: afhankelijk van de leeftijdsgroep 3 tot 26 procent. De aanbeveling om twee keer per week vis te eten wordt ook door verreweg de meeste Nederlanders niet gehaald. Verder voldoet 95 tot 99% van de bevolking (afhankelijk van leeftijdsgroep) aan de aanbeveling voor transvetzuren. Voor verzadigde vetzuren is dit slechts 8 tot 14%. Het onderzoek laat ook zien dat volwassenen meer dan kinderen/jongeren groenten, fruit en vis consumeren. Jongeren kiezen vaker voor melkprodukten, suiker, snoep, koek en gebak dan volwassenen.

Uit de peiling onder ruim 3.800 mensen blijkt ook dat een deel van de bevolking minder vitamine A, B1, C en E, magnesium, kalium en zink binnen krijgt dan wordt aanbevolen. Onderzoek is nodig naar de effecten hiervan op de gezondheid. Verder wordt het advies aan specifieke leeftijdsgroepen voor hogere innames van foliumzuur (voor vrouwen die zwanger willen worden), vitamine D (voor senioren), ijzer (voor vrouwen in de vruchtbare leeftijd) en calcium (voor adolescenten) lang niet altijd opgevolgd. Dit onderschrijft de adviezen van de Gezondheidsraad aan genoemde groepen om foliumzuur- en vitamine D-supplementen te slikken. Voor de lage inname van ijzer en calcium zijn de gezondheidsconsequenties onduidelijk. Hiernaar is meer onderzoek nodig.

Deze voedselconsumptiepeiling bevat meer gedetailleerde gegevens dan de vorige bevolkingsbrede peiling in 1997/1998. Doordat destijds een andere methodiek werd gebruikt dan bij de voedselconsumptiepeiling 2007-2010 is het niet goed mogelijk beide studies met elkaar te vergelijken. De actuele gegevens kunnen worden gebruikt als ondersteuning van beleid op het gebied van gezonde voeding en veilig voedsel, om het voedingsmiddelenaanbod te verbeteren, bij voedingsvoorlichting en binnen het voedingsonderzoek.

Bron: RIVM

Body Mass Index BMI

De Body Mass Index (BMI), ook wel Quetelet Index genoemd, is een index voor het gewicht in verhouding tot lichaamslengte. De BMI wordt berekend door het lichaamsgewicht in kilo’s te delen door het kwadraat van de lichaamslengte (lengte keer lengte, uitgedrukt in meters). De BMI geeft een schatting van het gezondheidsrisico van het lichaamsgewicht. Het gaat er bij de BMI dus niet om wat cosmetisch gezien het mooiste is. De BMI vertoont een relatie met de hoeveelheid lichaamsvet, maar de BMI-waarden geven niet het percentage lichaamsvet aan.

Voor wie?

De indeling geldt voor volwassenen van van 18 tot ongeveer 70 jaar. Voor kinderen en pubers gelden andere grenswaarden, boven de 70 jaar is de relatie tussen de BMI en de gezondheid minder duidelijk. Voor sommige groepen, zoals Aziaten en hindoestanen, gelden andere grenswaarden. Dat heeft te maken met een andere lichaamsbouw. Over deze grenswaarden is nog discussie. Duidelijk is wel dat bij deze bevolkingsgroepen al bij lagere waarden sprake is van een verhoogd risico.

De indeling van de BMI bij volwassenen van 18-70 jaar

BMI (kg/m2) Classificatie Risico
<18,5 ondergewicht laag (maar verhoogd risico op andere aandoeningen)
18,5-24,9 normaal gewicht gemiddeld
25-29,9 overgewicht verhoogd
30 en hoger obesitas duidelijk verhoogd 

Bereken je BMI

Beneden een BMI van 18,5 is het verstandig te proberen wat aan te komen. Voor mensen met een BMI tussen 18,5 en 25 geldt: probeer dit gewicht te handhaven. Mensen met een BMI tussen 25 en 30 zonder bijkomende gezondheidsrisico’s moeten voorkomen dat ze dikker worden. Medisch gezien is het noodzakelijk af te vallen bij een Body Mass Index (BMI) boven de 30. Zijn er bijkomende gezondheidsrisico’s, zoals een hoog cholesterolgehalte en hart- en vaatziekten in de familie, dan is afvallen verstandig bij een BMI tussen 25 en 30.

Boven 70 jaar

Er zijn diverse onderzoeken gedaan naar de relatie tussen Body Mass Index (BMI) en sterfte bij oudere mannen en vrouwen. Hieruit blijkt dat de BMI waarbij de laagste sterfte optreedt, bij ouderen hoger ligt dan bij de jongere leeftijdsgroepen. Er zijn echter nog te weinig gegevens om bij ouderen precies vast te kunnen stellen wanneer de gezondheidsrisico’s beduidend toenemen. Duidelijk is wel dat de grenswaarden voor de BMI zoals die voor volwassenen gelden bij ouderen vanaf ongeveer 70 jaar met de nodige voorzichtigheid moeten worden gehanteerd. Dat geldt ook voor de beoordeling van de middelomtrek.

Ouder worden gaat gewoonlijk gepaard met veranderingen in de bouw van het lichaam, de samenstelling en de vetverdeling. Zo daalt het gewicht in verhouding tot de lengte. De hoeveelheid vet in de buikholte neemt toe, die op benen en armen neemt af. Bij mannen gebeurt dit heel geleidelijk. Vrouwen krijgen vooral na de menopauze meer vet in de buikholte.

Voor ouderen geldt in de eerste plaats: blijf op gewicht. Ouderen doen er goed aan alleen af te vallen op advies van een arts. Om overgewicht te voorkomen, kunnen ouderen het beste meer bewegen. Beweging is gunstig om spiermassa te behouden. Dit is bij ouderen belangrijk omdat spiermassa kan dienen als reserve bij ziekten. Wat het eten betreft, is het vooral belangrijk dat dat voldoende voedingsstoffen bevat. Bij ouderen neemt de energiebehoefte af, waardoor ze vaak minder gaan eten, maar de behoefte aan vitamines en mineralen blijft gelijk.
BMI-meter: zonder rekenen uw BMI bepalen

Bron: www.voedingscentrum.nl

, , , , ,

Ga toch fietsen!

Wist u dat 50% van de autoritten korter is dan 7,5 kilometer? Dat is nog geen half uurtje fietsen. Fietsen is snel, goedkoop, prettig voor het milieu en je lijf knapt er ook van op. Daarom zijn het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) en de Fietsersbond de campagne Heel Nederland Fietst gestart. Om iedereen te laten zien dat je elke dag de fiets kunt pakken, in plaats van alleen in het weekend.

De BOVAG en het consortium Duurzaam op Weg hebben een aantal goede argumenten opgesteld voor het gebruik van de fiets en de positieve invloed op gezondheid, fitheid, gewicht en het voorkomen van ziekten:

Fietsen verhoogt fitheid
Regelmatig fietsen verhoogt de fitheid met 13%.
Het fitheidsniveau van werknemers die fietsen komt overeen met het fitheidsniveau van vijf jaar jongere collega’s en voor regelmatige fietsers ligt dit zelfs op tien jaar jonger.Voor ongetrainden is drie km enkele reisafstand naar het werk, ofwel circa tien tot vijftien minuten op een regulier tempo, al voldoende om de fitheid te verhogen.Circa 25% van de werknemers fietst naar het werk en een kwart van hen voldoet aan de beweegnorm alleen al door regelmatig naar het werk te fietsen.

Fietsen houdt je op gewicht
Dagelijks 30 minuten fietsen op een gemiddeld tempo van 18 km/u levert 150 kcal extra verbruik op (boven stilzitten), ofwel men verbrandt daarmee bijvoorbeeld  kilocalorieën van een kroket.Fietsen is een goede manier om overgewicht te voorkomen en voor mensen met overgewicht een ideale manier om te bewegen. Omdat in Nederland bijna iedereen regelmatig op de fiets stapt, is het overgewicht bij Nederlanders gemiddeld lager dan in de ons omliggende landen

Regelmatig fietsen geeft je een lekker gevoel
Fietsen heeft een positief effect op je mentale gezondheid en het algemeen welbevinden.

Fietsen vermindert de kans op ziek zijn en door te fietsen leef je langer. Fietsen is een goede manier van bewegen: het stimuleert de ademhaling en bloedsomloop en er worden veel spieren tegelijk gebruikt.Door regelmatig te fietsen vermindert de kans op verschillende ziekten, zoals hart- en vaatziekten en borstkanker, en neemt de kans op vroegtijdig overlijden af met bijna 40%. Fietsers verzuimen minder dan niet-fietsers. Voor werkgevers leidt 1% toename van het aantal regelmatige woon-werk fietsers tot een besparing in verzuimkosten van 27 miljoen euro.

Lees meer over  fietsen en de voordelen van fietsen op Heel Nederland Fietst.

Bron: NISB

 

 

, , , ,

Traploopweek tegen diabetes en overgewicht

Nationale TraploopweekMeer bewegen heeft flinke positieve gevolgen voor de gezondheid van werkend Nederland want het voorkomt diabetes type 2. Omdat traplopen  een van de beweegvormen is die makkelijk is in te passen in het werkende leven organiseren Diabetes Fonds en de campagne 30minutenbewegen van NISB de Nationale Traploopweek.

Zie de video van de Traploopweek.

Weetjes over traplopen en gezondheid:

  • Traplopen is makkelijk in te bouwen in de dagelijkse gang van zake en kan in korte tijdspannes plaatsvinden. 2 min traplopen heeft al een positief effect op de calorieverbranding. Dit gedurende de dag herhalen heeft een groot effect op gewicht, cholesterol, bloedglucose etc.
  • Met 30 minuten joggen en 15 min traplopen verbrand je hetzelfde aantal calorieën. Met traplopen verbrand je in korte tijd veel meer calorieën in vergelijking met joggen bijvoorbeeld.
  • Regelmatig dagelijks traplopen reduceert de kans op overlijden met 15%.
  • Verbranding: Ongeveer 10 Kcal per minuut = bijna 600 Kcal per uur (560 Kcal).
  • Als je je zorgen maakt over het verbranden van calorieën, is het antwoord: neem de trap! Door te trap te nemen in plaats van de lift verbrandt je 5 x zoveel calorieën.

De Traploopweek is vanuit het Diabetes Fonds gericht op preventie van diabetes type 2. Tijdens de actie vragen we aandacht voor het belang van bewegen in het dagelijks leven van mensen zonder en met diabetes. Vanuit NISB is de Traploopweek gericht op het stimuleren van meer bewegen bij werknemers. Met als doel de kans op overgewicht en obesitas te verminderen en de gezondheid, participatie en leefbaarheid van de werknemer te bevorderen.

Bron: Traploopweek 

 

 

, , , ,

Diëten zonder beweging is zinloos

AMSTERDAM – Alleen minder eten om af te vallen is niet genoeg. Voor mensen die op dieet zijn is extra lichaamsbeweging essentieel.

Het beperken van je calorie-opname is niet voldoende om af te vallen, tenzij je hierbij ook sport. Dit komt door een natuurlijke drang van het lichaam om te compenseren hierdoor wordt er minder bewogen als de calorieën verminderen. Zo blijkt uit recentelijk onderzoek.

Vetrijke voeding
De research werd uitgevoerd met achttien vrouwelijke resus aapjes. Deze aapjes kregen een tijd vetrijke voeding te verorberen. Daarna werden ze op een vetarm dieet gezet waarbij ze ongeveer een derde minder calorieën tot zich namen.

Gedurende een maand hielden de onderzoekers het gewicht en lichamelijke activiteit van de apen bij. Onderzoekster Judy Cameron kwam tot een opmerkelijke conclusie. ‘We zagen geen gewichtsverlies aan het einde vande maand en de resusaapjes waren ook nog eens aanmerkelijk minder actief. Wanneer we ze nog minder te eten gaven, daalde hun lichamelijke activiteit nog meer’.

Gewicht
De onderzoekers lieten ter controle een groep van drie apen een normaal voedingspatroon volgen en daar kwam ook nog eens elke dag één uur beweging bij. Opmerkelijk genoeg verloor deze groep wel gewicht. ‘Dit onderzoek bewijst dat het lichaam automatisch energie gaat bewaren als antwoord op een vermindering van de calorieën’, zegt Cameron, ‘Vaak raden diëtisten hun patiënten aan hun calorieo pname te beperken, maar nu blijkt dat dit alleen zeker niet zal helpen. Het is zeer belangrijk dat je je dieet combineert met sport’.

Bron: De Telegraaf