, , ,

Adem d’Huzes

Klimmen op je ademhaling

,Adem langer uit, adem langer uit’ denk ik bij mezelf. Waarop een ander deel van mijn brein reageert met: ,Ach idioot, ga dan even lekker liggen, daar in de bocht zie ik een fijn plekje’ – dacht ik halverwege de 5 de klim.

Op 7 juni deed ik mee aan Alpe d’Huzes. Dit is een evenement waarbij je op één dag probeert om 6 x Alpe d’ Huez op te fietsen. Dit is natuurlijk loodzwaar en je probeert zo  geld in te zamelen voor het KWF. Het evenement is uitgegroeid tot het symbool van strijdvaardigheid tegen kanker. Door onmacht en verdriet te delen met 25.000 anderen merk je dat vreugde en strijdvaardigheid niet ver weg zijn. Alle deelnemers en vrijwilligers (duizenden) doen 7 juni hun uiterste best. Ik dus ook. Met mijn gewicht (57 kilo) en mijn verleden (15.000 fietskilometers per jaar) dacht ik dat het wel zou lukken. De eerste beklimming was het nog donker en lette ik vooral op mijn ademhaling. De tweede en derde keer ging het ook nog goed. Toen ik voor de vierde keer omdraaide in Bourg d’ Oisans om naar boven te fietsen naar de Alpe begon er toch een licht protest in mijn lijf (bovenbenen) en mijn brein (reptielenbrein). Halverwege de 5 de keer nam het protest grote vormen aan. Daar waar ik nog dacht ‘adem langer uit, adem langer uit‘ dacht mijn reptielenbrein ‘Ach idioot, ga dan even lekker liggen, daar in de bocht zie ik een fijn plekje’. De verschillen in mijn eigen brein waren groot. Mijn neo – cortex dacht aan alle vrijwilligers, toeschouwers, mijn eigen ego, het KWF en mijn ploeggenoten. Die wilde dus door, op naar de 6. Maar mijn reptielenbrein, die over het algemeen het beste met me voor heeft, wilde met een koud drankje ergens in het gras gaan liggen. Lekker met de ogen dicht, zolang het maar geen fietsen is.

Aart in de Tour

Mijn gedachten gingen ook uit naar Aart Vierhouten in de Tour van 1998. In ons boek Ik, de wielrenner staat het volgende stukje.

Tijdens een zware bergetappe in de Tour de France van 1998 moest Aart op de Croix de Fer, de eerste beklimming van de dag, lossen. Dit is een nachtmerrie van een wielrenner. In je eentje lossen op de eerste beklimming terwijl je weet dat het een loodzware dag wordt. De kans dat je na een lange lijdensweg buiten de tijdslimiet binnenkomt, is dan groot. Dus om het eufemistisch te zeggen, Aart baalde. Hij vervloekte eerst het peloton, daarna het publiek, de cameraman, zijn ploegleider en als laatste zichzelf. Zijn hartslag steeg en hij raakte verder achterop. Na een minuut of tien herpakte hij zichzelf. Alles en iedereen vervloeken heeft weinig zin en hij ging zich concentreren op langer uitademen. Hierdoor zakte zijn hartslag en hij vond een ritme. Op het ritme van zijn ademhaling reed hij terug naar de bus en hij reed de etappe binnen de tijdslimiet uit. ,,Op die dag realiseerde ik me  de kracht van mijn ademhaling” zei Aart daar later over.

En met deze anekdote van Aart probeerde ik halverwege klim 5 mijn uitademing te verlengen. Na een minuut of tien (en één bochtje verder) van protest gaf mijn reptielenbrein zich ook gewonnen. De 5de keer kwam ik boven en zelfs een zesde keer kon ik met mijn ademhaling als kompas naar boven fietsen.


Bocht 15, even zitten

Iedereen die mee deed: gefeliciteerd. Na tien dagen rust is het verrukkelijk om in Nederland gewoon te blijven fietsen, en rustig te ademen.

Tot volgend jaar.

Kiwi – Koen

Ps. Deed je ook mee met Alpe d’ Huzes? Laat weten wat jouw ademhaling deed op de beklimmingen.

, , ,

Trainen op hartslag en ademhaling

Een goed fundament is de helft van het werk

Voor je begint met intensieve trainingen is een goede basis ontzettend belangrijk. Deze basis leg je door met een lage hartslag op een rustig tempo te sporten. Vogels kijken noemen we dat, omdat je alle tijd hebt om een ijsvogeltje te ontdekken in het riet. Dit vogels kijken is een niet te onderschatten basis voor de rest van je trainingen. Er kwam eens een bouwvakker bij Kiwi Nederland voor een inspanningstest omdat hij zich zo moe voelde. Niet alleen na de training, maar ook bij het opstaan en gedurende de dag. Uit de inspanningstest bleek dat zijn hartslag al bij lichte inspanning snel heel hoog zat. Toen ik vroeg of hij überhaupt ooit met een hartslag onder de honderd vijftig trainde antwoordde bouwvakker: ,,Neuh, daar vind ik niets aan, als ik fiets dan wil ik wel zo hard mogelijk’’. Na het zien van de supercompensatiecurve en een korte uitleg viel al snel het kwartje. ,,Tja, eigenlijk heel logisch, wij bouwen ook geen huis zonder een goed fundament. Dat fundament is misschien wel het belangrijkste van het hele huis’’, verklaarde hij zijn eigen vermoeidheid.

Hartslagzones D0, D1, D2, D3 en AT+

Hf   Af     % v /% gl

D0

6-10

100 / 0 *

D0

11-14

100 / 0 *

D0

15-18

100 / 0 *

D1

19-22

75 / 25

D2

23-26

50 / 50

D3

27-30

25/75

AT+

31+

0 / 100

Hf = hartfrequentie  Af = ademfrequentie % v / % gl = % vetvoorraden en % glycogeenvoorraden.

Zoals je ziet onderscheiden we 5 hartslagzones. D0, D1, D2, D3 en AT +. In D0 spreek je nauwelijks je energiesnelle suikers aan. Dit is een extreem rustig tempo en veel sporters zullen dit niet ervaren als training, maar als sloom bewegen. Door intensiever te sporten loopt je hartslag vanzelf omhoog en je gaat sneller ademen. In D1 adem je 19 – 22 keer per minuut en begin je ook je energiesnelle suikervoorraden aan te spreken. Dit tempo zal voor de meeste sporters ook als erg rustig voelen. Weer een hartslagzone hoger, in D2, haal je de helft van je energie uit je energiesnelle suikers en de andere helft uit je energiezuinige vetten. Dit is de zone waarin je voelt dat je wel wat doet maar je kunt het uren volhouden. In D3 ga je de snelle suikervoorraden meer en meer aanspreken en dit voelt intensief. Het AT-punt staat voor anaerobe treshholden is het omslagpunt, het punt waarop je begint te verzuren.

Trainingstip: D1 is een volwaardige hartslagzone

Veel mensen die bij ons een inspanningstest komen doen blijken vooral veel te trainen in D3. En dat is zonde, omdat je dan ook veel vermoeidheid opbouwt en je mogelijkheden niet ten volste benut. Train ook D1. Schrijf dat maar op een papiertje en plak het op je spiegel. De D1 – zone is een hartslagzone waarin je echt heel rustig sport, maar die als basis ontzettend waardevol is. Door te trainen met zulke lage hartslagen zul je merken dat je beter gaat sporten, ook met lage hartslagen. Dus je gebruikt minder energie maar je kunt hogere vermogen halen, en dat is dubbel voordeel. Wielrenners in de Tour de France hebben niet alleen veel energierijke suikervoorraden in hun spieren, maar ze kunnen ook heel hard fietsen in hun D1 – zone. Kortom, goede duursporters hebben meer energiesnelle suikers en ze kunnen ook hard fietsen op hun energiezuinige vetten. Trainen in D1 kan in het begin wennen zijn. Bij Kiwi Nederland kwam eens een wielrenner van ruim over de vijftig. Hij reed wedstrijden bij de vijftig plus, en hij wilde eens een jaar optimaal trainen om te zien wat er nog in zat. Het was november, de wedstrijden waren nog ver weg. Uit de test bleek dat de renner erg sterk was en dat hij tegen zijn omslagpunt lang en hard kon fietsen. Maar bij lichte inspanning ademde hij onnodig snel en bij een lage snelheid was zijn hartslag hoger dan nodig is. Het advies was dan ook om in december en januari vooral een goede basis te leggen in D1. Na drie dagen kreeg ik een e mail waarin stond dat hij de D1 training niet meer wilde doen. Hij schreef: Scholieren met schooltassen kunnen me bijhouden in dit tempo. Ze maken nog net geen wheely terwijl ze roepen dat ik een ouwe lul ben. Dit heeft voor mij niets met wielrennen te maken. Zo langzaam fietsen doe ik niet meer. Ik ga gewoon weer fietsen zoals ik er plezier aan beleef.

In het begin voelt een D1 training als erg langzaam. En het kan inderdaad zo zijn dat je in het begin maar 20 km/uur fietst bij zo’n lage hartslag. Maar als je het drie weken doet zul je merken dat je bij lage hartslagen geen 20 km/uur rijdt maar bijvoorbeeld 24 km/uur. En dat is een teken van progressie. Want de winst die je hier pakt schuift ook door naar hogere hartslagen. Dus in D2 en D3 kun je ook harder fietsen. Als een D1 training vervelend voelt, neem dan ook je ademhaling onder de loep. Een snelle ademhaling (door stress) bij een lage hartslag voelt onprettig. Door bewust je uitademing wat te verlengen zul je ook bij lage hartslagen lekker fietsen, en in D1 kun je prima met je mond dicht fietsen. Deze zone kun je prima anderhalf tot twee uur achter elkaar fietsen.

Trainingstip: D2 is goud waard voor een goede basis en een goed humeur

Is je D1 zone op orde, dan is D2 een perfecte zone voor een goede basis voor zware tochten. Daarbij zul je merken dat een D2 training de perfecte zone is voor een blijmoedige stemming, ook de dag ná het fietsen. In de opbouw is het altijd goed om een periode te prikken waar de helft van je trainingen uit D2 trainingen bestaan. Daar heb je lange tijd plezier van, ook je omgeving. Vooral in deze zone merk je ook dat je bij dezelfde hartslag de training anders zult ervaren. Fiets je bijvoorbeeld binnen op een Tacx of op een spinningbike, dan zul je deze zone als erg zwaar ervaren. Maar als je met relatief weinig training tegen de wind in fietst dan zit al snel in je D2 zone. Het is goed om deze zone in blokken van twintig tot dertig minuten te trainen.

Meer weten? Lees ook Verademing.

, , ,

Bewegen verlaagt bloedsuikerpieken

Elke dag trainen blijkt echter niet noodzakelijk: er zit nauwelijks verschil tussen dagelijks een half uur bewegen en om de dag een heel uur.

Dat blijkt uit een publicatie van promovendus Jan-Willem van Dijk en collega’s van de Universiteit Maastricht. ‘Bijzonder dat zo’n klein beetje inspanning zoveel kan bereiken’, verklaart mede-auteur Luc van Loon, hoogleraar inspanningsfysiologie.

Onderzoek
Aan het onderzoek namen dertig mannen met diabetes mellitus type 2 deel van rond de zestig jaar. Eerst fietsten zij een uur op de eerste dag, gevolgd door een rustdag. In een tweede experiment fietsten ze twee dagen achter elkaar een half uur. Tenslotte trainden ze helemaal niet in een derde test.

Zonder training constateerden de onderzoeker een verhoogd bloedsuikerniveau bij 32 procent van de mannen. Mét training was dit slechts 24 procent.

Beter dan medicatie
Van Loon: ‘Er zijn eigenlijk geen medicijnen die dit kunnen bewerkstelligen, inspanning is hierin echt uniek. Daar komt nog eens bij dat de bijwerkingen van inspanning gezondheidsbevorderend zijn, in tegenstelling tot medicatie.’

Publicatie
De resultaten van het onderzoek worden binnenkort gepubliceerd in Diabetes Care.

Bron: Universiteit Maastricht

, , ,

Trainen voorafgaand aan operatie bevordert herstel

woman doctor wears medical gloves

Broze patiënten die op de wachtlijst staan voor een grote operatie, moeten voorafgaand aan de ingreep gaan trainen. Dan gaan ze zo’n operatie fitter in en komen ze er beter uit, met minder complicaties en minder sterfte. Elk jaar scheelt dat vele tientallen miljoenen aan zorgkosten. Het idee is ontwikkeld en doorgerekend door TNO.
Het heet Better In, Better Out en is vandaag gepresenteerd aan zorgverleners en zorgverzekeraars.

In Nederland worden elk jaar meer dan 500.000 mensen in het ziekenhuis geopereerd. Onder hen zijn 100.000 zogeheten fragiele patiënten, doorgaans oude, zwakke mensen. Bij eenderde van hen doen zich na de operatie complicaties voor, vooral door de stress die het lichaam ondergaat bij zo’n ingreep.

Afspraak
Bij het begin van de behandeling maakt de dokter een afspraak met de patiënt: in plaats van rustig thuis af te wachten en zich te ontzien, moet hij juist een belangrijke eigen bijdrage leveren aan zijn genezing door veertien dagen voor de operatie goed te trainen. Op aanwijzing van een fysiotherapeut doet de patiënt dagelijks oefeningen, waardoor zijn algehele conditie sterk verbetert. Trainen moet niet worden opgevat als “met gewichten in de sportschool “, maar als gerichte oefening met bezigheden in de dagelijkse praktijk. Doorgaans dingen waartoe ze zich niet meer in staat achtten, zoals traplopen met een emmer.

Fitter
Gert van den Heuvel moet binnenkort een zware longoperatie ondergaan en is daarom nu al aan het trainen. “Anders zit je maar een beetje te hangen en nu ga je echt je longen in beweging brengen. Er is me verteld dat ik hierdoor beter uit de operatie kom en daarom doe ik mijn uiterste best om alle oefeningen te doen.”

Fysiotherapeut Bert Strookappe van Ziekenhuis Gelderse Vallei vult aan: “Deze meneer traint nu zijn ademspierkracht. Dat maakt uiteindelijk de kans op longcomplicaties na zo’n grote operatie beduidend kleiner. En vaak zie je ook mensen beter herstellen na zo’n operatie, het herstel wordt in ieder geval niet vertraagd”.

De pilots die tot nu toe in verschillende ziekenhuizen zijn gehouden, geven aan dat meer dan 95 procent van de deelnemers fitter is geworden. De patiënten zijn daardoor ook veel beter uit de operatie gekomen. Ze herstellen beter en hebben minder complicaties dan de patiënten die de training niet hebben gedaan.

Besparing
Volgens de directeur van TNO Zorg Nico van Meeteren kan met een eenmalige investering van 28 miljoen euro een besparing van 75 miljoen euro per jaar worden bereikt. “En dat is een zeer conservatieve schatting, die alleen betrekking heeft op de specialismen waar we nu ervaring mee hebben.”

De aanpak volgens het Better In, Better Out-principe is tot nu toe getest bij operaties aan hart, longen, maag-darmstelsel en bij orthopedische ingrepen met kunstheupen en kunstknieën.

De investering is nodig voor verder onderzoek en de verdere ontwikkeling van een netwerk waarin artsen en fysiotherapeuten samenwerken.

Bron: NOS

 

, , , ,

Ademhaling en (top)sport

Het is een mooi beeld uit de documentaire ‘Niemand kent mij’ van Geertjan Lassche over Thomas Dekker. Gerrie Kneteman is bondsoach en roept zijn pupil Thomas Dekker vanuit de ploegleiderswagen toe:

,,Goed uitademen, dan komt die inademing vanzelf”

Kneteman roept het Dekker toe als hij bezig is met het WK – tijdrijden. Goed uitademen, we horen het Kneteman zeggen maar we krijgen niet te horen wat dan een goede uitademing is. Vermoedelijk bedoelt ook Kneteman dat wat langer uitademen goed is om daarmee zuiniger met je energie om te springen. Afgelopen week mocht ik op uitnodiging van het NOC/NSF een uur lang praten over ademhaling. De sporters, in de categorie aangepast wielrennen, luisterden aandachtig en samengevat kwam mijn betoog hierop neer: adem langer uit. Bewust langer uitademen is echter niet alleen op de fiets een goed instrument.

Tennis en ademhaling

Ook bij tennissers is langer uitademen een punt van aandacht. Zie het filmpje hieronder van Andy Roddick. Voor tennisliefhebbers een mooi filmpje. Voor liefhebbers van ademen is het een nog mooier filmpje. Klik op het filmpje van 27 seconden.

Roddick moet op deze ademhaling getraind hebben. De meeste sporters zetten onbewust hun ademhaling vast als ze kracht zetten. Zoveel kracht zetten als Roddick, hij heeft de hardste service, en dan toch uitademen op je service kan alleen door te trainen.

Focus of energiebesparing

Aandacht voor je ademhaling zorgt ervoor dat je de aandacht naar je eigen lichaam brengt. Externe prikkels zoals, publiek, de geldprijs, de ruzie met je vriend of een naderend ontslag verliezen (tijdelijk) hun waarde door bewust op je ademhaling te letten. Roddick kan goed serveren. Als er miljoenen mensen mee kijken en je mogelijk een groot geldbedrag kan winnen is het dus belangrijk om je daardoor niet te laten afleiden. Gewoon goed serveren, da’s alles. Door je aandacht naar je ademhaling te brengen kun je zowel tijdens een training als op matchpoint in een belangrijke wedstrijd goed serveren.

Voor de wielrenner is er meer aan de hand. Focus is goed, maar rustiger ademen betekent ook minder energie aanspreken. En hoe harder je kunt fietsen bij dezelfde hartslag en ademhaling hoe beter.

Wij verwachten dat er in elke sport een belangrijke rol voor ademhaling kan zijn. Welke sport doe jij? En welke rol speelt ademhaling bij jouw sport?

We horen het graag.

,

Lichaamsbeweging kan je DNA veranderen

Dat bewegen gezond is, is niets nieuws. Maar lichamelijke activiteit kan ook je DNA veranderen en wel in gunstige zin. Een 20 minuten durende training is daarvoor zelfs al voldoende.

Juleen Zierath, hoogleraar fysiologie aan het Karolinska Instituut in Stockholm, beschrijft de vroege veranderingen die spiercellen ondergaan als je voor het eerst naar de sportschool gaat.

Een groep van 14 jonge mannen en vrouwen die relatief weinig beweging kregen, werden gevraagd om op een hometrainer te fietsen terwijl hun maximale activiteitsniveau werd gemeten. Ze stonden ook onder lokale verdoving een stukje spierweefsel af van hun dijbeenspier, 1 keer voor de training en 1 keer 20 minuten na de training.

De onderzoekers vergeleken de actviteit van een reeks spiergerelateerde genen voor en na de lichamelijke inspanning. Na de training werden meer genen ‘aangezet’ en de DNA-methylering (chemische stoffen die zich binden aan genen, die daardoor niet goed meer functioneren) verminderde aanzienlijk. Dat heeft voor gevolg dat je spieren meteen hun werk kunnen doen, meer zuurstof opnemen en sneller groeien. Hoe intenser de training, hoe minder methylgroepen er gevormd werden.

Het geeft ook aan dat je genen geen vaststaand gegeven zijn, maar aan invloeden vanuit de omgeving onderhevig zijn.

Bron: Welingelichte Kringen

, , ,

Werknemer moet meer sporten en bewegen

Misschien bent u met zakenrelaties wel wezen kijken naar een van de wedstrijden van het World Tennis Tournament in Rotterdam. Dan had u daar ook kunnen horen dat minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het programma ‘Sport en Bewegen in de Buurt’ introduceerde. Daarin is ook een rol voor de werkgevers weggelegd. Die moeten bewegen op het werk stimuleren.

Minister Schippers heeft samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, NOC-NSF, MKB-Nederland en VNO-NCW afspraken gemaakt om sport en beweging te stimuleren. In elke buurt, of daar nu woningen of bedrijven staan, moet iedereen die iets met sport en beweging te maken heeft beter met elkaar samenwerken en het aanbod van sportieve activiteiten beter op elkaar afstemmen. Gemeenten, sportclubs en bedrijfsleven bieden daarom samen het programma ‘Sport en Bewegen in de Buurt’ aan.

Sport op de werkvloer

Sportieve activiteiten moeten bij mensen in de buurt worden aangeboden, dus op of bij scholen, op sport- of speelveldjes in woonwijken en op of bij het werk. Het moet makkelijk worden om te sporten, zodat mensen het vaker gaan doen. Er komt een overzicht op internet van alle sportieve activiteiten. Op de website sportindebuurt.nl kan uw werkgever meer informatie vinden over de manier waarop hij bewegen op de werkvloer kan stimuleren.

Bron: Rendement

 

, , ,

Joggen beter dan wandelen voor spieren

Als jij van plan was om in het nieuwe jaar regelmatig fikse wandelingen te maken, dan zal een nieuw onderzoek je misschien op andere gedachten brengen. Volgens Amerikaanse wetenschappers is het namelijk beter om te joggen dan te wandelen. Dat is niet alleen minder uitputtend, maar ook veel beter voor je spieren. Een onderzoeksgroep van de North Carolina State University kwam tot die conclusie na scans van de spieren van zowel wandelende als joggende mensen.

Versnelling
Het onderzoek bewees dat de kuitspier zich aanpast aan je snelheid, net zoals bij de koppeling van een auto, waardoor je naar een andere versnelling kan schakelen.

De kuit treedt in werking als we beginnen te bewegen. Daarbij houdt ze de ene kant van de achillespees vast, terwijl de andere kant zich met behulp van de vrijgekomen energie uitrekt. Vervolgens gebruikt de achillespees deze energie om ons te doen blijven bewegen.

Wandelen vs. joggen
Bij de mensen die snel wandelden, viel het op dat de spier harder moest werken, maar dat er minder energie vrijkwam. Die inefficiënte werking zorgde voor een duidelijke daling van het uithoudingsvermogen.

Wanneer je echter (slechts!) 2 meter per seconde loopt, heeft de spier meer tijd om zijn lengte aan te passen. Daardoor krijg je meer krachten, hoewel de spier nochtans veel minder hard moet werken.

Snelwandelen
Volgens studieleider Gregory Sawicki bewijst dit ook waarom snelwandelen niet veel succes heeft bij sporters. “Je spieren werken niet efficiënt als je steeds sneller wandelt, dus je lichaam kiest ervoor om over te schakelen op lopen. Zo behoudt het de efficiëntie en het comfort, en bewaart het je kostbare energie.”

“Je spier kan de snelheid van je pas niet inhalen als je steeds sneller wandelt. Maar als je overschakelt naar lopen, dan kan die spier gelijk blijven. Zelfs als je steeds sneller loopt, moet de kuit zich bijna niet meer aanpassen”, voegt de professor daar nog aan toe. (lbs)

Bron HLN

, , , , , ,

Hartslagmeter of ijsvogel

Veel hardlopers gebruiken een hartslagmeter. Veel van deze hardlopers met een hartslagmeter weten eigenlijk niet precies wat de hartslag precies zegt. Ze gebruiken de hartslagmeter vooral om af en toe te kijken hoe hoog de hartslag is, zonder te weten wat dit betekent. In de inspanningsfysiologie worden 5 hartslagzones genoemd:

Hartslagzones

1. D0
2. D1
3. D2
4. D3
5. AT +

D0: Warming up of cooling down – nauwelijks effect op je conditie
D1: Een lichte inspanning die veel en lang kan trainen
D2: De belangrijkste hartslagzone voor een goede (conditionele) basis
D3: Zware inspanning, een goede trainingsprikkel maar niet te vaak en alleen bij een goed herstel
AT+: Het omslagpunt (punt van verzuring) en daarboven. Voor explosiviteit

Voor beginnende lopers is het zeker aan te raden om de hartslagzones eens vast te laten stellen. Je kunt dan gericht op de hartslagzone D2 gaan lopen. In het begin is het goed om 50% van je trainingstijd in zone 2 te lopen. Voor een overzicht van plekken waar je zo’n inspanningstest kan doen, klik hier.

Middel geen doel

In het begin is het lastig om precies binnen de aangewezen hartslagzones te blijven. Na twee weken zul je echter al merken dat het beter gaat en dat je hartslag stabieler binnen de zone blijft. Het is daarbij goed om wel in de smiezen te houden dat je hartslagmeter een middel is en geen doel op zich. Blijf ook letten op je gevoel.

IJsvogel

Zo vroeg een boswachter mij laatst of het zinvol was om met een hartslagmeter te trainen. Ik beschreef vervolgens de voordelen van opbouwend sporten in je d2 zone, maar gaf aan dat sporten met een hartslagmeter ook nadelen heeft. Het is veel waard om de natuur te zien en niet alleen op je hartslagmeter te staren. Als voorbeeld zei ik dat het toch zonde zou zijn als je een ijsvogel mist omdat je hartslagmeter net gaat piepen. Enthousiast mailde hij prompt een foto die hij die middag maakte van een ijsvogel die hij onderweg had gezien.

Dus de tip is om een hartslagmeter te gebruiken om je lichaam te leren voelen. En daarna gewoon lekker om je heen kijken.

Wat zie jij tijdens een rondje hardlopen?

, , , ,

Sportieve jongeren beter op school

GRONINGEN – Jongeren die meer sporten, op wat voor niveau dan ook, presteren beter op school. Dat blijkt uit onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Door te sporten verbeteren jongeren hun vermogen tot zelfregulatie.Dit betekent dat ze leren een doel te bepalen, zelf te beslissen wat er nodig is om dat doel te bereiken en in te schatten of ze al hard genoeg gewerkt hebben. Deze vaardigheden komen ook in de schoolbanken van pas.

Onderzoeker Laura Jonker nam vragenlijsten af bij drieduizend jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Zij werden ingedeeld naar sport- en schoolniveau. Het onderzoek laat zien dat sporttalenten vaker een opleiding volgens op havo- of vwo-niveau en dat zij, ongeacht het schoolniveau, vaker gebruik maken van zelfregulatie dan regionale sporters en niet sporters.

Reflectie
Los van het niveau waarop gesport wordt lijkt sporten bij te dragen aan de ontwikkeling van zelfregulatie. Ook laat het onderzoek zien dat sporttalenten die meer reflecteren op hun sportactiviteit een grotere kans hebben om de top te halen. Daarmee biedt het onderzoek trainers, coaches en docenten handvatten om leerlingen en sporters te begeleiden naar succes