, , ,

Minder klachten knieartrose door sterke spieren

Het versterken van de bovenbeenspieren is cruciaal om de klachten van knieartrose te verminderen, ook bij mensen met instabiele knieën. Dat blijkt uit afgerond onderzoek naar een nieuwe methode van oefentherapie door drs. Jesper Knoop. Daarnaast blijkt oefentherapie ook bij ernstige knieartrose goed te werken. Hierdoor kan een operatie voor een nieuwe knie eventueel worden uitgesteld.

Bewegingswetenschapper en fysiotherapeut drs. Jesper Knoop van Reade in Amsterdam begon in 2009 met steun van het Reumafonds zijn onderzoek naar de methode STABILO. ‘STABILO is gericht op het goed stabiel houden van de knie tijdens de oefeningen en in het dagelijks leven. Ik heb onderzocht of mensen met knieartrose die soms door de knie zakken, meer baat hebben bij oefentherapie die eerst de stabiliteit traint en daarna pas spierkracht.’

Twee groepen
In totaal deden 159 mensen met knieartrose mee aan het onderzoek naar de nieuwe oefentherapie. ‘Die mensen hebben we onderverdeeld in twee groepen’, legt drs. Knoop uit. ‘Een groep volgde de STABILO-methode, de andere groep volgde de reguliere methode. Bij STABILO leren mensen beter  te voelen wat er in hun knie gebeurt wanneer ze bewegen. Dat gebeurt bijvoorbeeld door mensen voor een spiegel oefeningen te laten doen.’

Niet teleurgesteld
Uit de verzamelde gegevens van de deelnemers blijkt dat STABILO niet beter is dan de reguliere oefentherapie. ‘Dat lijkt misschien teleurstellend’, aldus Knoop, ‘maar dat is het niet. Oefentherapie bleek bij patiënten in beide groepen net zoveel goede effecten te hebben. We dachten dat patiënten met instabiele knieën een specifieke behandeling nodig zouden hebben. Dit blijkt bij de meeste patiënten niet nodig te zijn.

Niet teleurgesteld
Uit de verzamelde gegevens van de deelnemers blijkt dat STABILO niet beter is dan de reguliere oefentherapie. ‘Dat lijkt misschien teleurstellend’, aldus Knoop, ‘maar dat is het niet. Oefentherapie bleek bij patiënten in beide groepen net zoveel goede effecten te hebben. We dachten dat patiënten met instabiele knieën een specifieke behandeling nodig zouden hebben. Dit blijkt bij de meeste patiënten niet nodig te zijn.’

Bovenbeenspieren
Het onderzoek van Knoop naar oefentherapie heeft duidelijk gemaakt dat het versterken van de bovenbeenspieren heel erg belangrijk is om minder klachten bij knieartrose te hebben. ‘Beide oefengroepen gaan er gemiddeld 40% op vooruit op pijn en zo’n 30% op functioneren in het dagelijks leven. Opvallend is ook dat de stabiliteit van de knie in beiden groepen evenveel verbetert. Uit ons onderzoek blijkt dat het versterken van de bovenbeenspieren cruciaal is voor het verminderen van pijn, voor beter functioneren én voor het stabieler worden van de knieën.’

Mild én ernstig
Uit het STABILO-onderzoek kwam nog meer verheugend nieuws. Het blijkt dat oefentherapie net zo goed werkt bij mensen met hele milde artrose als mensen met heel ernstige knieartrose. Dat is hoopgevend voor mensen voor wie een nieuwe knie de enige uitweg lijkt om van de ernstige klachten af te komen. ‘Ik weet van een aantal deelnemers dat zij een nieuwe knie hadden kunnen krijgen van hun orthopeed, maar besloten om eerst deel te nemen aan het STABILO-onderzoek’, vertelt Knoop. ‘Ook bij zulke mensen kan oefentherapie dus nog helpen en daarmee een operatie uitstellen.’

Zelf verder trainen
De oefenprogramma’s die de deelnemers volgden, bestonden uit oefeningen die in de richtlijn van fysiotherapeuten worden voorgeschreven. Naast spierversterkende oefeningen en functionele oefeningen zoals het oefenen van lopen, traplopen en gaan zitten op een lage bank werd ook de conditie getraind en krijgen patiënten voorlichting over artrose. ‘Omdat de oefeningen over het algemeen gemakkelijk uit te voeren zijn, kunnen mensen goed zelfstandig verder trainen. We zagen in dit onderzoek dat deelnemers ook na het onderzoek trouw doorgingen met oefenen, omdat ze merkten dat het hielp. Doorgaan met oefenen is heel belangrijk om de klachten blijvend te verminderen’, besluit Knoop.

Nieuwe onderzoeken
Bij Reade lopen een aantal nieuwe onderzoeken naar artrose. Lees hier over deze en andere wetenschappelijke onderzoeken waaraan mensen met een vorm van reuma kunnen meedoen

Bron: Reumafonds

, , , ,

Rsi door gamen

Steeds meer ouders trekken aan de bel met vragen en klachten over rsi bij hun kinderen door intensief gebruik van spelcomputers en sms. Dat zegt de RSI-vereniging. „Wij krijgen jaarlijks zo’n twintigduizend telefoontjes bij onze hulplijn. Ongeveer twintig procent is van ouders die bezorgd zijn dat hun kinderen pijn aan hun vingers en gewrichten zullen krijgen, of dat al hebben”, aldus Willem Hollander, bestuursvoorzitter van de vereniging. Hollander pleit ervoor dat er een bijsluiter komt bij de spelcomputers of mobiele telefoons waarbij op de onder andere de mogelijke gevaren voor rsi bij kinderen wordt gewezen.

Wii en Xbox
Vorig jaar waarschuwden Amerikaans wetenschappers tijdens een congres van de Europese Bond tegen Reuma voor te veel gamen. Volgens de wetenschappers zijn spelcomputers als Wii en Xbox verantwoordelijk voor pijnlijke gewrichten. Dat bleek uit onderzoek onder een groep kinderen tussen 7 en 12 jaar, die langdurig en intensief met de apparaten hadden gespeeld.

Ook bleek dat hoe jonger het kind was, hoe meer pijn het had aan de polsgewrichten en vingers. Volgens de onderzoekers moeten ouders een limiet stellen aan de periode dat kinderen met spelcomputers en mobiele telefoons spelen.

Meer klachten
„Het lijkt erop dat kinderen inderdaad meer klachten aangeven bij veel gaming en/of computergebruik. Het is denkbaar dat dit deze activiteiten, wanneer ze langdurig en vaak gedaan worden, de kans op latere klachten zal vergroten. Er is wel een wezenlijk verschil tussen een soms stressvolle werkomgeving of een spelletje spelen. Er is geen absolute grens te geven in aantal uren, maar een uur gamen per dag lijkt mij om meerdere redenen een goede grens”, aldus Erwin Speklé, een in RSI gespecialiseerd ergonoom bij de Arbo Unie.

Ook rsi-arts Maarten van Essen lijkt dat een goede vuistregel. „De spieren horen zich gevarieerd te bewegen gedurende een dag, dus lange tijd stilzitten is niet goed. Ouders moeten dus een grens trekken, het kind tot een pauze dwingen, al zou die voor het ene kind toch anders kunnen liggen dan voor het andere kind.”

Bron: Spits

 

, , , , ,

Lage rugpijn aanpakken drukt zorgkosten

Het vroegtijdig ingrijpen bij lage rugpijn zorgt voor minder kosten dan een afwachtende aanpak. Dit blijkt uit grootschalig Engels onderzoek. Volgens Nederlandse richtlijnen van huisartsen en fysiotherapeuten is ingrijpen bij acute lage rugpijn niet zinvol. Patiënten krijgen pijnstillers, adviezen en oefeningen mee en moeten wachten tot de rugpijn binnen 6 tot 8 weken weer verdwijnt.

Uit het onderzoek is gebleken dat 80% van deze rugpatiënten een jaar later nog steeds te maken heeft met pijn of beperkingen. Door vroegtijdig te onderzoeken of er verhoogde kans is op blijvende klachten, kunnen patiënten beter worden geholpen tegen gemiddeld lagere kosten.

Gespecialiseerd rugfysiotherapeut Stefan Feenstra van RugOptimaal in Groningen zegt hierover: “Gezien de huidige, financiële ontwikkelingen in de zorgsector is het goed nieuws dat rugpijn aanpakken niet als kostenpost wordt gezien. Ontzettend veel rugpatiënten kunnen goed geholpen worden, mits ze juist en tijdig worden doorverwezen.” Professor Bart Kroes van de Erasmus Universiteit in Rotterdam noemde de resultaten van het onderzoek veelbelovend. Hij ziet geen financiële redenen om de Engelse aanpak niet te gaan volgen.

 

, , , ,

Schadevergoeding € 42.500 voor RSI-klachten ‎

Bureau Beroepsziekten van de FNV (BBZ) heeft een schadevergoeding van 42.500 euro bedongen voor een werknemer met RSI.
Door langdurig en onafgebroken beeldschermwerk in combinatie met hoge werkdruk raakte de man gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Pijnlijk aspect in deze zaak is dat de werknemer in dienst was van de Arbo Unie te Breda, een bedrijf dat geacht wordt langdurig zieke werknemers weer naar werk te begeleiden.
De computer-operator kwam in 1998 in dienst van de arbodienst, waar hij opklom tot hoofd ICT. Vijf tot zes uur zonder pauzes achter een computer waar bovendien in ergonomische zin veel op aan te merken was. Hetzelfde gold voor zijn bureau en stoel. De ict-er moest veelvuldig overwerken en stond onder hoge werkdruk, mede veroorzaakt door de slechte financiële positie van het bedrijf.In 2001 ontstaan de eerste klachten, die door de bedrijfsarts worden omschreven als RSI van pols en hand. En in 2003 worden de klachten door de verzekeringsarts gediagnosticeerd als RSI in de schouder en bovenarm. Gedurende de hele ziekteperiode laat de werkgever na maatregelen te nemen om de werkplek te verbeteren. Ook de begeleiding deugt niet: tijdens de re-integratie wordt de man gevraagd over te werken en werk mee naar huis te nemen. Begeleiding naar een passende functie blijft ook achterwege.
Eind 2003 belandt de nu 50-jarige werknemer gedeeltelijk in de WAO (55-65%). Hij meldt zich bij Bureau Beroepsziekten, dat de werkgever aansprakelijk stelt. Dat leidt uiteindelijk tot een schikking met de verzekeraar van de Arbo Unie.Lees meer over het mogelijkheden om RSI klachten te voorkomen.

Opbouw van een training

Trainingsopbouw
Een goede trainingsopbouw wordt gekenmerkt door een geleidelijke opbouw van de intensiteit. Deze moet aan het eind ook weer rustig worden afgebouwd. Om deze reden is het verstandig om altijd eerst een warming-up te doen. Daarna volgt het kern-gedeelte van de training. Er wordt afgesloten met een cooling-down.

Opbouw warming up
Een goed opgebouwde warming-up wordt gekenmerkt door de volgende onderdelen:

Circulatie warming-up
Deze bestaat uit het losjes inlopen gedurende 5 à 10 minuten met verschillende lichte bewegingsvormen voor armen, benen en romp. Hierdoor breng je de functie van het hart, de longen, het zenuwstelsel en het spierapparaat actief op een hoger niveau dan het rustniveau.

Stretch warming-up
Deze doe je na de circulaire warming-up. De stretch warming-up is met name gericht op het op lengte brengen van de spieren.
Het oprekken van bepaalde spiergroepen (‘stretching’) vóór lichamelijke inspanning heeft de volgende gunstige effecten, mits de rekking op de juiste manier wordt uitgevoerd:

  • de basisspanning van de spier zal verminderd worden en de lengte van de spier neemt toe.
  • door de verminderde spierspanning komt een betere doorbloeding tot stand.
  • door de grotere lengte van de spier is er een grotere nuttige contractielengte, dat wil zeggen dat er in de meeste gevallen meer kracht ontwikkeld kan worden.
  • een spier die goed op lengte gerekt is, heeft minder kans op spierscheuringen.

Een goede manier van rekken begint bij een correcte uitgangspositie van de spieren die gerekt moeten worden.

Bij het rekken zelf moet er op twee zaken gelet worden. Ten eerste moet je bij het langzaam op lengte brengen van de spier een licht spanningsgevoel waarnemen dat bij toenemende rekking steeds pijnlijker wordt. Het gaat er nu om die positie gedurende 10 à 15 seconden vast te houden, waarbij een licht spanningsgevoel in de spier voelbaar is.

Het is absoluut niet de bedoeling de pijngrens te bereiken. Ten tweede mag je niet verend rekken. Bij het verend rekken gebeurt namelijk precies het tegenovergestelde van wat je wil bereiken: de spier die plotseling gerekt wordt, zal zich juist reflexmatig verkorten.

Je moet dus het spanningsgevoel 10 à 15 seconden continu volhouden. Je krijgt met die rekking het grootste effect als je dit vijfmaal herhaalt. Dagelijks rekken is zinvol, eventueel is drie keer per week voldoende om de spier op lengte te houden.

Sportspecifieke warming-up
De circulatie warming-up en de stretch warming-up moeten worden gevolgd door de sportspecifieke warming-up. Hierbij moeten dus specifieke bewegingspatronen vanuit de desbetreffende sport worden doorgenomen met steeds toenemende intensiteit. De functie van hart en longen zal hierdoor samen met de warmteregulatieop een hoger niveau worden gebracht.

Het is belangrijk om te weten dat het effect van een totale warming-up na ongeveer tien minuten verdwijnt, zeker in een koude omgeving.

Cooling-down
De cooling-down is eigenlijk precies het omgekeerde van de warming-up: net zo goed als het lichaam langzaam van rustniveau naar inspanningsniveau moet worden gebracht, moet het niveau ook weer langzaam worden teruggebracht.

Vaak wordt er na een inspanning direct gestopt met bewegen. Dit heeft als gevolg dat de circulatie in de spieren vrij abrupt afneemt. Hierdoor kunnen de afvalstoffen niet meer worden afgevoerd, waardoor deze zich zullen ophopen in de spiercellen. Een gespannen, vermoeid gevoel in de spieren kunnen het gevolg zijn.

De cooling-down zorgt ervoor dat de circulatie in diverse spiergroepen geleidelijk aan wordt verminderd, waardoor dit negatieve effect veel minder sterk optreedt. Een cooling-down duurt ongeveer 5 tot 10 minuten.